Gebouw, Eerste ingebruikneming · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

443 27 juli 2004

Zoeken

Gebouw, Eerste ingebruiknemingGebouw,Eerste ingebruikneming

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/443-gebouw-eerste-ingebruikneming-fournaux-d1c2

Nummer
443
Datum
27 juli 2004

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

VRAAG 04/443

Vraag nr. 443 van de heer Fournaux dd. 27.07.2004

Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 082, blz. 13977-13978

Gebouw - Eerste ingebruikneming

VRAAG

1. Staan voor de toepassing van artikel 8 van het BTW-Wetboek de begrippen eerste inbezitneming of eerste ingebruikneming van een gebouw gelijk met de voltooiing of met de datum van oplevering van dit gebouw?

2. Wanneer wordt de door de oprichter verschuldigde BTW opeisbaar indien het gebouw aan een als zodanig handelende publiekrechtelijke instelling wordt overgedragen?

ANTWOORD

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 09.06.2005)

1. De begrippen ingebruikneming en inbezitneming, beoogd in artikel 44, § 3, 1°, van het BTW-Wetboek, moeten worden begrepen in de betekenis die ze hebben in de omgangstaal. De datum van eerste ingebruikneming of eerste inbezitneming kan natuurlijk samenvallen, zonder dat dit systematisch het geval is, met de datum van voltooiing of de datum van oplevering van het gebouw. Het betreft in essentie feitenkwesties. Het bewijs van de datum van eerste ingebruikneming of inbezitneming kan worden geleverd door alle feitelijke gegevens en alle rechtsmiddelen.

2. Overeenkomstig artikel 17, § 1, lid 1, van het BTW-Wetboek is de BTW in principe opeisbaar en verschuldigd aan de schatkist, op het tijdstip waarop het gebouw aan de verkrijger geleverd wordt, behalve wanneer er zich eerder een subsidiaire oorzaak van opeisbaarheid voordoet, zoals de facturatie of de incassering van de prijs of een gedeelte ervan (artikel 17, § 1, lid 2, van het wetboek).

Indien de verkoper echter een belastingplichtige is beoogd in artikel 8 van het BTW-Wetboek dient hij, overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 14 van 3 juni 1970, de verschuldigde belasting slechts te voldoen, door middel van een bijzondere aangifte die hij gehouden is in te dienen, binnen de maand te rekenen vanaf het ogenblik waarop die belasting over de volledige maatstaf van heffing verschuldigd wordt zelfs indien er zich eerder een oorzaak van opeisbaarheid met betrekking tot een gedeelte van de prijs van de handeling heeft voorgedaan.

Overigens mag men in het algemeen niet uit het oog verliezen dat de administratie aanvaardt dat, in het geval de levering gebeurt ten bate van een openbare instelling, rekening houdend met de betaaltermijnen en met het oog op het vermijden van een te belangrijke voorfinanciering in hoofde van de belastingplichtige verkoper, de belasting slechts verschuldigd wordt op het moment wanneer de openbare instelling aan de verkoper de aanvaarding van het geleverde gebouw bekendmaakt (bijvoorbeeld middels een procesverbaal van kwaliteitscontrole of een aanvaardingsstaat ter betaling) en, in het geval van een gesplitste aanvaarding, telkens ten beloop van de opeenvolgende sommen waarop de verschillende aanvaardingen betrekking hebben. De toepassing van deze tolerantie heeft vanzelfsprekend slechts belang wanneer voornoemde aanvaarding in de praktijk de betaling voorziet en plaatsvindt nadat de belasting normaliter verschuldigd is naar aanleiding van de levering van het goed.

Aangehaalde teksten

4
WBTW art. 172 voorkomens
WBTW art. 82 voorkomens
KB nr. 14 art. 21 voorkomen
WBTW art. 441 voorkomen

Administratieve doctrine

4

« … een gebouw moeten dus vóór het verstrijken van die termijn gesloten zijn (zie titel 6 van deze afdeling). Het bewijs van de datum van eerste ingebruikneming of inbezitneming van een gebouw kan worden geleverd door elk feitelijk gegeven en elk rechtsmiddel ( schriftelijke parlementaire vraag nr. 443 van de heer Volksvertegenwoordiger Richard Fournaux van 27.07.2004 ). C. Verbouwde oude gebouwen of gedeelten van gebouwen die als nieuw worden beschouwd Artikel 12, lid 2, tweede alinea van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28.11.2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde … »

Leveringen (01.07.2026), Specifieke topics, Onroerende goederenAdministratieve commentaar22.09.2025

Bekijk de 4 documenten