Jeugdinstellingen. Vrijstelling van artikel 44, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek. Regeling · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

44 24 juni 1988

Zoeken

Jeugdinstellingen. Vrijstelling van artikel 44, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek. RegelingJeugdinstellingen. Vrijstelling van artikel 44, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek. Regeling in afwachting van hun erkenning

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/44-jeugdinstellingen-vrijstelling-artikel-btw-wetboek-6034

Nummer
44
Datum
24 juni 1988

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1988, nr. 019 , blz. 1252

Jeugdinstellingen - Vrijstelling van artikel 44, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek - Regeling in afwachting van hun erkenning

VRAAG

Artikel 44, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek voorziet in één en dezelfde paragraaf in vrijstelling van BTW:

- door de diensten in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid verstrek. door bejaardentehuizen, die erkend zijn ingevolge de wet van 12 juli 1966 en bovendien als zijnde van sociale aard;

- door kinderbewaarplaatsen en zuigelingentehuizen;

- door instellingen erkend door het bevoegd ministerie die, ingevolge hun statuten, in hoofdzaak tot doel hebben het toezicht over jongelui en de zorg voor hun onderhoud, opvoeding en vrijetijdsbesteding.

In commentaren vindt men dat bijvoorbeeld een rusthuis niet meer BTW-plichtig is vanaf de datum dat de erkenning wordt ingediend. Dit kan mijns inziens dus ook worden gesteld voor de instellingen voor de jeugd, die in deze zelfde paragraaf worden genoemd.

Mij is een geval bekend waarin een jongereninstelling sedert 1983 een aanvraag tot erkenning heeft ingediend. Merkwaardig is nu dat de bijzondere BTW-inspectie deze jongereninstelling taxeert als café. Het gaat er mijns inziens niet om uit te maken of het een café is of een jongereninstelling, gezien het decreet op de jeugdvorming bepaalt dat men, om erkend te kunnen worden, over een «ontmoetingsruimte» moet beschikken. Beschikt men niet over deze ontmoetingsruimte, dan kan men niet worden erkend.

Mag ik van de Minister vernemen of, rekening houdend met het decreet op de jeugdvorming en de specificiteit van de jongereninstelling, deze V.Z.W. van BTW kan worden vrijgesteld?

ANTWOORD

Voor zover een jeugdinstelling de vrijstelling bepaald in artikel 44, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek geniet, geldt die vrijstelling ten aanzien van de door die instelling verrichte werkzaamheden, daaronder begrepen de leveringen van goederen en het verrichten van diensten in het kader van deze vrijgestelde werkzaamheden, die door het bevoegde ministerie in aanmerking worden genomen voor de toekenning van de subsidies.

Jeugdinstellingen die de erkenning hebben aangevraagd en de voorwaarden vervullen om ze normaal te verkrijgen, mogen zich voorlopig eveneens op bedoelde vrijstelling beroepen.

Het geacht Lid beoogt ter zake een geval waarin de BTW-diensten blijkbaar van mening zijn dat de voorwaarden tot het verkrijgen van de bedoelde vrijstelling niet zijn vervuld.

Indien hij mij bedoeld geval ter kennis brengt, zal ik het aandachtig laten onderzoeken, rekening houdend met alle omstandigheden eigen aan de zaak.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 443 voorkomens