Wettelijk vermoeden m.b.t. het oprichten van een gebouw.- Na te komen verplichtingen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

439 23 mei 1996

Zoeken

Wettelijk vermoeden m.b.t. het oprichten van een gebouw.- Na te komen verplichtingen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/439-wettelijk-vermoeden-oprichten-gebouw-na-3380

Nummer
439
Datum
23 mei 1996

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

19 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1995-1996, nr. 41, blz. 5532-5533

BTW-Revue nr. 123, blz. 767

Wettelijk vermoeden m.b.t. het oprichten van een gebouw.- Na te komen verplichtingen.

VRAAG

De BTW-administratie besteedt al lang aandacht aan mogelijke fraude bij het bouwen of renoveren van een gebouw. Personen die een bouwvergunningsaanvraag indienen, ontvangen dan ook een formulier waarop het geraamd bedrag van de uit te voeren werken moet worden vermeld. Als de werken zijn beëindigd, moet een kopie van de facturen aan de BTW- administratie worden bezorgd, die aldus over de waarborg van betaling beschikt. In het Luikse deelde de BTW-administratie mensen die een kopie van de facturen afgaven, onlangs mee dat die formaliteit voortaan overbodig is omdat het personeel geen tijd heeft om de stukken na te kijken.

1. Heeft de BTW-administratie onlangs beslist de betaling van de BTW op basis van de kopieën van facturen niet langer a posteriori te controleren?

2.

a) Is die beslissing het gevolg van instructies?

b) Zo ja, welke?

3. Als die beslissing inderdaad is genomen, met welke middelen zal voortaan worden nagegaan of de in geval van bouw- of renovatiewerken verschuldigde BTW inderdaad werd betaald?

4.

a) Zo neen, ondervindt de BTW-administratie moeilijkheden om de overgezonden facturen te controleren?

b) Is die situatie het gevolg van personeelstekort, en met welke middelen wordt ze verholpen?

ANTWOORD

Krachtens artikel 64, § 4, van het BTW-Wetboek wordt, behoudens tegenbewijs, ieder pas opgericht gebouw geacht door een belastingplichtige geleverd te zijn ter uitvoering van één of meer dienstverrichtingen met betrekking tot een werk in onroerende staat.

De eigenaar van een gebouw waarvoor deze bepaling geldt, is verplicht de plannen en bestekken van dat gebouw, alsmede de facturen betreffende de bouw ervan, te bewaren gedurende vijf jaar vanaf de datum van de betekening van het kadastrale inkomen, en ze ter inzage voor te leggen op ieder verzoek van de ambtenaren die belast zijn met de controle op de heffing van de belasting over de toegevoegde waarde. Wanneer die voorlegging ter inzage niet plaatsvindt, wordt de belasting, behoudens tegenbewijs, geacht niet te zijn voldaan voor de dienstverrichtingen waarvoor geen facturen worden voorgelegd.

De eigenaar moet daarenboven, uiterlijk binnen drie maanden vanaf de datum van de betekening van het kadastrale inkomen, bij de ambtenaar aangewezen door de minister van Financiën een aangifte indienen die een omstandige opgave bevat van de voor het bouwen ontvangen facturen waarop de belasting over de toegevoegde waarde in rekening werd gebracht.

Voormelde wetsbepaling werd niet gewijzigd en er werd geen enkele administratieve maatregel genomen die de verplichting tot voorlegging van de ter zake ontvangen originele facturen of de controle van de maatstaf van heffing voor diensten betreffende werk in onroerende staat dat betrekking heeft op op te richten gebouwen, beperkt.

Ik kan het geacht lid verzekeren dat de bouwdossiers op dezelfde manier behandeld worden in het ganse land. Het onderzoek dat ik inzake de naar voor gebrachte situatie heb laten instellen heeft uitgewezen dat het een lokaal probleem betreft waaraan thans door de heer gewestelijke directeur van de BTW te Luik een oplossing wordt geboden.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 641 voorkomen