Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën en Begroting, 2014-2015, CRIV 54 COM 202 d.d. 30.06.2015, blz. 6
De btw en de voorschotfacturatie
Veerle Wouters: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, toen in november 2012 de regels met betrekking tot de btw en de voorschotfacturatie werden aangepast, heb ik al gewaarschuwd voor de negatieve impact op de cashflow voor bedrijven. Tevens zou er met een dubbele stroom aan documenten moeten worden gewerkt om die voorschotfacturatie btw-conform te laten verlopen. Bovendien zouden de accountants en boekhouders in de drukke periodes van de btw-aangifte het financieel dagboek moeten bijhouden, terwijl dat vóór de wetswijziging werk was voor tijdens de kalme periodes.
Al deze opmerkingen werden toen ondergesneeuwd onder het goede nieuws van de invoering van de elektronische facturatie. Dat was dan ook wel degelijk goed nieuws. Ondertussen leven we in 2015 en zitten we nog steeds in een overgangsregeling met betrekking tot de voorschotfacturatie. Het stemt me in ieder geval hoopvol dat u van plan bent naar een werkbare wettelijke regeling te zoeken. Volgens de beslissing van 17 april 2015 staat het de belastingplichtige, in afwachting van die wetswijziging, vrij te kiezen tussen de overgangsregeling of de definitieve regeling, zoals vastgesteld in de beslissing van 7 oktober 2014.
In de overgangsregeling kan de leverancier of dienstverrichter kiezen tussen de toepassing van de oude wettelijke regels van vóór 2013 of voor de nieuwe wettelijke regels met de techniek van de betalingsuitnodiging, beslissing E.T.123.563 van 19 december 2012 of, ten derde, de nieuwe wettelijke regels met de techniek van de extra vermelding op de factuur, namelijk beslissing E.T.124.705 van 22 november 2013.
De medecontractant moet die keuze volgen inzake de aftrekbaarheid van de btw. Dit is niet het geval in die definitieve regeling. Mijn vragen hebben dan ook betrekking op de vrije keuze tussen de toepassing van de overgangsregeling en de definitieve regeling en op de gevolgen wanneer de leverancier of dienstverrichter en de medecontractant een andere keuze maken.
Ten eerste, als een leverancier een voorschotfactuur uitreikt onder de overgangsregeling met de vermelding van de btw en “Toepassing van de wettelijke regeling inzake opeisbaarheid. Recht op aftrek ontstaat na de betaling van het voorschot”, mag de klant dan toepassing maken van de tolerantie waarin is voorzien in de definitieve regeling en de btw onmiddellijk bij ontvangst van de factuur aftrekken? Of moet hij wachten om de btw af te trekken tot hij de factuur heeft betaald?
Ten tweede, als een leverancier gebruikmaakt van de overgangsregeling dient hij geen vermoedelijke datum van opeisbaarheid te vermelden op de voorschotfactuur. Is die voorschotfactuur voldoende opdat de klant zijn recht op aftrek kan uitoefenen? In de definitieve regeling, namelijk de beslissing van 7 oktober 2014, is dit immers geen conforme factuur, als die factuur meer dan zeven dagen voor het belastbaar feit wordt uitgereikt. Ten derde, waarom werd de administratieve beslissing van 7 oktober 2014 niet ingetrokken? Aan deze beslissing is volgens mij toch niets definitiefs, aangezien de wet nog zal worden gewijzigd. Ik heb de indruk dat die windowperiode alles complexer maakt. Ik dank u alvast voor uw antwoorden.
Minister Johan Van Overtveldt: Mevrouw Wouters, de belastingplichtige heeft volgens de beslissing van 17 april 2015 inzake de facturatie momenteel de mogelijkheid om ofwel de oude wettelijke regels van vóór 2013 toe te passen, ofwel de nieuwe wettelijke regels met betalingsuitnodiging gevolgd door de factuur, ofwel de nieuwe wettelijke regels aan de hand van slechts één document, met name de factuur met een extra vermelding, ofwel de regeling met vermoedelijke datum van opeisbaarheid en window .
Het betreft hier een overgangsregeling in afwachting van de inwerkingtreding van de nieuwe wettelijke bepaling ter zake. Als een leverancier nu een voorschotfactuur uitreikt onder de overgangsregeling met de vermelding van de btw en “Toepassing van de wettelijke regeling inzake opeisbaarheid. Recht op aftrek ontstaat na de betaling van het voorschot”, is het duidelijk dat men in de derde situatie zit en kan de btw pas afgetrokken worden na betaling van het voorschot. Als de leverancier gebruikmaakt van de oude wettelijke regels van vóór 2013, dan wordt de btw afzonderlijk vermeld, moet de leverancier de btw onmiddellijk voldoen en kan de klant de btw onmiddellijk in aftrek brengen.
De administratieve beslissing van 7 oktober 2014 inzake de regeling met vermoedelijke datum van opeisbaarheid en window , de vierde situatie, werd niet ingetrokken om hen die hun systemen reeds hadden aangepast aan deze regeling de mogelijkheid te geven om er verder gebruik van te maken tot de wetgeving opnieuw wordt aangepast.
De administratie zal in elk geval geen kritiek uiten wanneer de klant in deze situatie de btw onmiddellijk aftrekt en deze aftrek niet herziet op het einde van de derde maand volgend op de factuur, wanneer de btw op dat moment nog niet opeisbaar zou zijn geworden.
Veerle Wouters: Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het wordt allemaal soms zo complex. Ik begrijp nu waarom u het niet hebt ingetrokken: een aantal bedrijven heeft zich al geconformeerd aan de nieuwe regeling en heeft het systeem aangepast. We zijn dus in blijde verwachting van een definitieve regeling en de nieuwe wetgeving die, naar ik meen, op komst is. Ik hoop dat die er zo snel mogelijk komt, zodat we snel duidelijkheid krijgen voor de ondernemers die hieraan allemaal moeten voldoen.
Ik dank u alvast voor deze precieze en duidelijke antwoorden op zeer precieze vragen.
Het incident is gesloten.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.