Vr. en Antw., Senaat, 1992-1993, nr. 67, blz. 3414-3415
Opheffing van de fiscale binnengrenzen - Bestrijding van de fiscale fraude - Administratieve samenwerking tussen de Lid-Staten.
VRAAG
Door het openstellen van de binnengrenzen binnen de EG wordt de BTW niet langer aan de grens geïnd, maar afgerekend via de BTW-aangiften, op maandbasis.
De door de douane voor BTW-controles aangestelde ambtenaren hadden aan de grens een vast controlepunt. Dit is weggevallen en de daarvoor in de plaats gekomen controle is, hoe dan ook, veel moeilijker.
De bewering dat het verdwijnen van de binnengrenzen de fraude ernstig heeft doen toenemen wordt herhaaldelijk gehoord, dan weer tegengesproken, maar bij mijn weten is het ene noch het andere te bewijzen.
Als er minontvangsten zijn, vergeleken met vorig jaar, kunnen daarvoor allerhande redenen - ook fraude - opgegeven worden. Als er meerinkomsten zijn, is er ook een resem redenen bij de hand om dat te staven.
Kan de geachte Minister mededelen of hij, via onderzoek, de toename van de fraude kan bevestigen ? Alleszins zal die bestaan. Hoe geschiedt de controle bijvoorbeeld als het gaat om BTW, die verrekend wordt in het buitenland en aldaar moet aangegeven worden ? Bestaat daarvoor een gestructureerd, op wederzijdse hulp en contact gebaseerd overleg ? Bestaat dit overleg met alle andere Lid-Staten en kunnen daaruit conclusies in verband met fraude en middelen tot fraudebestrijding worden getrokken ?
ANTWOORD
De veronderstelde toename van de fraude ingevolge de opheffing op 1 januari 1993 van de fiscale grenzen tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap kan tot hiertoe niet worden bevestigd.
Teneinde de fiscale fraude en de eventuele toename ervan te voorkomen en doeltreffender te bestrijden, evenals om het verdwijnen van de grenscontroleposten tussen de Lid-Staten enigszins op te vangen, hebben de op de voormelde datum in werking getreden wettelijke bepalingen inzake belasting over de toegevoegde waarde de onderzoeksbevoegdheden van de controlerende ambtenaren enerzijds verruimd en hebben zij anderzijds nieuwe wettelijke vermoedens ingevoerd die het tegenbewijs ten laste leggen van de contracterende partijen. Bovendien werd de inhoud van de periodieke BTW-aangifte aan de nieuwe omstandigheden aangepast. De gegevens ervan moeten, door middel van een passende verwerking, de controle toelaten van de getrouwheid der verrichte handelingen.
De Richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977 gewijzigd door de Richtlijn 79/1070/EEG van 6 december 1979 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten op het gebied van de directe belastingen en van de belasting over de toegevoegde waarde vormde tot nu toe de basis voor de administratieve samenwerking tussen de Lid-Staten inzake belasting over de toegevoegde waarde. Deze Richtlijn werd omgezet in het Belgisch BTW-Wetboek in artikel 93terdecies.
De Verordening (EEG) nr. 218/92 van de Raad van 27 januari 1992, betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de indirecte belastingen (BTW) vult de laatstgenoemde Richtlijn aan en stelt een gemeenschappelijk systeem voor de uitwisseling van informatie over intracommunautaire transacties in, teneinde te voorkomen dat de Lid-Staten belastingopbrengsten derven als gevolg van de afschaffing van de controles voor fiscale doeleinden aan de binnengrenzen.
Meer bepaald worden vooral omzetgegevens m.b.t. intracommunautaire transacties uitgewisseld tussen de verschillende Lid-Staten. Deze gegevens worden medegedeeld in drie informatieniveaus, naargelang hun graad van specificiteit en kunnen worden aangewend voor de controle over de betaling van de belasting over de toegevoegde waarde in de Lid-Staat van aankomst van de goederen. De Belgische Administratie van de BTW, registratie en domeinen zal de omzetgegevens die ze zelf van de elf andere Lid-Staten zal hebben ontvangen, verwerken en op passende wijze inschakelen in haar controleprogramma's.
Tenslotte wordt nog vermeld dat in het kader van de bovengenoemde verordening een permanent comité werd opgericht voor multilateraal overleg tussen de Lid-Staten en de Commissie van de Europese Gemeenschap inzake administratieve samenwerking op het gebied van de indirecte belastingen. Dit comité heeft reeds dertien keer vergaderd. Een subcomité van het bovengenoemd permanent comité werd opgericht om praktijken op het vlak van belastingontwijking en belastingfraude inzake indirecte belastingen gemeenschappelijk aan te pakken. Dit laatste comité heeft twee keer vergaderd. Thans kan wat nieuwe fraudepraktijken betreft nog geen conclusie worden getrokken.
Daarnaast wordt geen afbreuk gedaan aan de mogelijkheid voor de Lid- Staten om op bilaterale basis overleg te plegen, mogelijkheid waarvan de Belgische Administratie gebruik maakt.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.