Europese richtlijnen. vrijstellingen voor culturele activiteiten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

433 19 februari 2010

Zoeken

Europese richtlijnen. vrijstellingen voor culturele activiteiten

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/433-europese-richtlijnen-vrijstellingen-culturele-activiteiten-aa76

Nummer
433
Datum
19 februari 2010

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

18 paragrafen

Europese richtlijnen

Vrijstellingen voor culturele activiteiten

VRAAG

In artikel 132, eerste lid, o), van de btw-richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde worden de diensten en goederenleveringen in samenhang met activiteiten die zijn bestemd ter verkrijging van financiële steun en die uitsluitend ten bate van zichzelf zijn georganiseerd vrijgesteld van de btw voor de btw-plichtigen waarvan de handelingen overeenkomstig de punten b), g), h), i), l), m) en n) zijn vrijgesteld.

Deze bepaling werd omgezet naar Belgisch recht door artikel 44, § 2, 12° W.btw (Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde). Van de in artikel 44, § 2, 6°, 7°, 8° en 9° W.btw vrijgestelde "culturele" handelingen komen enkel de in artikel 44, § 2, 7° W.btw bedoelde handelingen in aanmerking voor vrijstelling voor de handelingen die worden verricht in samenhang met de werkzaamheden die ter verkrijging van financiële steun zijn georganiseerd. Het gevolg daarvan is dat instellingen erkend door de bevoegde overheid die toneel-, ballet- of filmvoorstellingen, tentoonstellingen, concerten of conferenties organiseren, worden uitgesloten van de vrijstelling van btw voor de handelingen die gericht zijn op het verwerven van financiële steun en die samenhangen met die activiteiten.

1. Bent u van mening dat artikel 132, eerste lid, o), van de btw-richtlijn 2006/112/EG tevens de vrijstelling omvat voor bepaalde culturele diensten alsmede nauw samenhangende goederenleveringen, verricht door publiekrechtelijke culturele instellingen of door andere culturele instellingen die door de betrokken lidstaat worden erkend?

2. Bent u van mening dat artikel 132, eerste lid, n), van de btw-richtlijn 2006/112/EG naar Belgisch recht werd omgezet door de bepalingen van artikel 44, § 2, 6°, 7°, 8° en 9° W.btw?

3. Bent u van mening dat artikel 44, § 2, 12° W.btw in die zin onvolledig de btw-richtlijn 2006/112/EG omzet 2006/112/EG omzet naar Belgisch recht wanneer enkel wordt verwezen naar artikel 44, § 2, 7° W.btw en niet naar artikel 44, § 2, 6°, 8° en 9° W.btw?

4. Bent u van mening dat artikel 132, eerste lid, n), van de btw-richtlijn 2006/112/EG onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is opdat de betrokken bepaling een rechtstreekse werking heeft zodat de betrokken verenigingen en organisaties zich rechtstreeks op die vrijstelling kunnen beroepen?

5. Bent u van mening dat wanneer een EU-lidstaat nalaat aan de vrijstelling van artikel 132, eerste lid, n), van de btw-richtlijn 2006/112/EG de mogelijke beperkingen in te voeren, met name ten aanzien van het aantal evenementen of het bedrag van de opbrengsten, niettemin de vrijstelling van artikel 132, eerste lid, o), btw-richtlijn 2006/112/EGrechtstreekse werking heeft?

6. Bent u van mening dat artikel 132, tweede lid btw-richtlijn 2006/112/EGniet inhoudt dat een lidstaat alle handelingen van artikel 132, eerste lid, o), btw-richtlijn 2006/112/EG van de vrijstelling van btw mag uitsluiten?

ANTWOORD

Artikel 132, paragraaf 1, n) van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, bepaalt dat de lidstaten vrijstelling verlenen voor bepaalde culturele diensten alsmede nauw daarmee samenhangende goederenleveringen, verricht door de publiekrechtelijke culturele instellingen of door andere culturele instellingen die door de betrokken lidstaat worden erkend.

Het is gepast ook rekening te houden met artikel 133 van deze richtlijn dat de lidstaten toelaat, om geval per geval, de verlening van bedoelde vrijstellingen aan andere dan publiekrechtelijke instellingen, afhankelijk te stellen van bepaalde voorwaarden en meer bepaald: - de desbetreffende instellingen mogen niet systematisch het maken van winst beogen, eventuele winsten mogen niet worden uitgekeerd, maar moeten worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de diensten die worden verricht; - de vrijstellingen mogen niet tot verstoring van de mededinging leiden ten nadele van belastingplichtige commerciële ondernemingen.

Ten slotte, laat artikel 134 van deze richtlijn toe uit de winst van dergelijke vrijstellingen uit te sluiten, de leveringen van goederen en diensten wanneer deze niet onontbeerlijk zijn voor het verrichten van de vrijgestelde diensten of wanneer zij in hoofdzaak ertoe strekken aan de instelling extra opbrengsten te verschaffen door de uitvoering van handelingen welke worden verricht in rechtstreekse mededinging met aan de btw onderworpen handelingen van commerciële ondernemingen.

Voor wat artikel 132, paragraaf 1, o) van de richtlijn betreft, dat voorziet dat de diensten en goederenleveringen die verricht worden door bepaalde lichamen in samenhang met activiteiten die bestemd zijn ter verkrijging van financiële steun en die uitsluitend ten bate van henzelf zijn georganiseerd, zijn vrijgesteld, mits deze vrijstelling niet tot verstoring van de mededinging kan leiden, dit moet samen gelezen worden met voornoemde artikelen 132, paragraaf 1, n), 133 en 134.

De Belgische wetgever heeft toepassing gemaakt van de communautaire bepalingen doorheen de artikelen 44, § 2, 6°, 7°, 8°, 9° en 12° van het Btw-Wetboek.

In zijn vraag, beoogt het geachte lid overduidelijk een concrete situatie, dewelke ik vanzelfsprekend bereid ben te laten onderzoeken door de bevoegde diensten van de Administratie, voorzover hij me alle desbetreffende elementen in recht en in feiten meedeelt.

Aangehaalde teksten

4