Kamer, Vragen en Antwoorden, 2008-2009, QRVA 52/74 d.d. 24.08.2009, blz. 27
Btw. - Verkoop aan een belastingplichtige die in België een vrijstelling geniet.
VRAAG
Wanneer een in het buitenland gevestigde belastingplichtige apparatuur rechtstreeks verzendt naar een belastingplichtige zonder recht op aftrek (een ziekenhuis bijvoorbeeld) die in België gevestigd is, mag het Belgische btw-nummer dat toegekend is aan een vaste inrichting van deze buitenlandse onderneming, dan op de factuur worden vermeld, terwijl de apparatuur in België niet eens werd opgeslagen, aangezien de eindbestemming al op het moment van de verzending vanuit het buitenland bekend was?
ANTWOORD
van de Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen van 26.08.2009:
Het geachte lid beoogt de situatie waarin goederen door een in het buitenland gevestigde leverancier rechtstreeks aan zijn Belgische klant worden verzonden. Die levering zou aan laatstgenoemde gefac-tureerd worden onder het Belgisch btw-identificatienummer dat toegekend werd aan de Belgische vaste inrichting van de buitenlandse leverancier, terwijl die vaste inrichting geenszins betrokken is bij die levering.
Eerst wordt de situatie beoogd waar de Belgische verwerver ofwel een belastingplichtige is die gehouden is periodieke btw-aangiften in te dienen ofwel een belastingplichtige of niet-belasting-plichtige rechtspersoon die gehouden is al zijn intracommunautaire verwervingen van goederen aan de btw te onderwerpen en om die reden beschikt over een geldig btw-identificatienummer
In 1993 werd door de 12 lidstaten overeengekomen zich niet te verzetten tegen de mogelijkheid dat in een dergelijk geval een leverancier die zich met het vervoer van de ene naar de andere lidstaat belast, in de lidstaat van vertrek een met een intracommunautaire levering van goederen gelijkgestelde overbrenging verricht waarop aansluitend diezelfde goederen in de lidstaat van aankomst verkocht worden. In het voorgelegde geval verricht de buitenlandse leverancier bijgevolg in België een met een intracommunautaire verwerving van goederen gelijkgestelde handeling in de zin van artikel 25quater, §1, van het Btw-Wetboek en vervolgens een interne levering. Dit principe is opgenomen in punt 87 van de circulaire AOIF nr. 38 van 28 augustus 2006.
Als gevolg van die keuze dient de Belgische vaste inrichting het stuk dat de overbrenging vaststelt en de factuur met betrekking tot de levering op te nemen in haar boekhouding. Bovendien dient ze de btw verschuldigd over de met een intracom-munautaire verwerving gelijkgestelde handeling en over de interne levering op te nemen in haar periodieke btw-aangifte. De btw verschuldigd over de met een intracom-munautaire verwerving gelijkgestelde handeling kan overeenkomstig de normale regels in aftrek gebracht worden.
Wanneer daarentegen de Belgische verwerver niet gehouden is al zijn intracommunautaire verwervingen van goederen aan de btw te onderwerpen (een belastingplichtige die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verricht die bedoeld zijn in artikel 44 van het Btw-Wetboek waarvoor hij geen recht op aftrek heeft, een belastingplichtige op wie de in artikel 56, §2, van het Btw-Wetboek bepaalde vrijstellingsregeling van toepassing is, een belastingplichtige onderworpen aan de forfaitaire landbouwregeling bedoeld in artikel 57 van voornoemd Wetboek of een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die niet geopteerd heeft om zijn intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen en in het lopende kalenderjaar of in de loop van het vorige kalenderjaar de drempel van 11.200 euro inzake intracommunautaire verwervingen van goederen niet overschreden heeft), is de hierboven vermelde tolerantie niet van toepassing.
Indien de leverancier in zulk geval de levering factureert onder zijn Belgisch btw-identificatienummer, wordt hij geacht te hebben geopteerd voor het stelsel van verkopen op afstand. De plaats van de levering wordt bijgevolg overeenkomstig artikel 15, §4, van het Btw-Wetboek geacht zich in België te bevinden en de handeling maakt de Belgische btw opeisbaar. De aankomst van de goederen in België wordt in dat geval, in hoofde van de leverancier, niet beschouwd als een met een intracommunautaire verwerving van een goed onder bezwarende titel gelijkgestelde bestemming in de zin van artikel 25quater, § 1, van het Btw-Wetboek. De verzending van een goed vanuit de lidstaat van vertrek in het kader van het stelsel van verkopen op afstand, wordt namelijk uitdrukkelijk uitgesloten van het stelsel van overbrengingen zoals voorzien in artikel 17, punt 2, a, van richtlijn 2006/112/EG (de handeling wordt beschouwd als een niet-overbrenging). Voor een gedetailleerde uiteenzetting betreffende het stelsel van verkopen op afstand wordt het geachte Lid verwezen naar circulaire nr. 7 van 27 april 1995.
Bovenvermelde tolerantie (handeling die wordt opgesplitst in een overbrenging gevolgd door een interne levering in België) is dus in ieder geval niet van toepassing wanneer de leverancier enkel leveringen van goederen verricht aan Belgische verwervers die niet gehouden zijn al hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de btw te onderwerpen. Indien echter de leverancier zowel aan Belgische verwervers die gehouden zijn al hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de btw te onderwerpen als aan Belgische verwervers die hier niet toe gehouden zijn, leveringen van goederen verricht, waarbij deze worden gefactureerd via zijn Belgisch btw-identificatienummer, kan de administratie bij wijze van proef en voor zover de lidstaat van vertrek van de goederen zich niet hiertegen verzet, aanvaarden dat de hierboven vermelde tolerantie gemakkelijkheidshalve toch wordt toegepast voor alle leveringen.