Gewestelijke opbrengst van de onroerende belastingen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

426 28 juni 2004

Zoeken

Gewestelijke opbrengst van de onroerende belastingen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/426-gewestelijke-opbrengst-onroerende-belastingen-laeremans-542d

Nummer
426
Datum
28 juni 2004

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

51 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 50, blz. 7551-7554

Gewestelijke opbrengst van de onroerende belastingen

VRAAG

Het Platform Wonen vestigde onlangs de aandacht op de duurte van het wonen in Vlaanderen, vergeleken met Wallonië omwille van de hoge prijs van de gronden.

Graag bekwam ik daarover exacte cijfers.

1. Hoeveel brachten de onroerende goederenbelastingen op per gewest in 2003?

2. Is het mogelijk een onderscheid te maken tussen de opbrengst van de bouwgronden voor privé-gebruik en van deze gebruikt voor professionele doeleinden?

ANTWOORD

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 13.10.2004)

1. Meerdere vormen van belastingen op onroerende goederen kunnen beoogd zijn door het geachte lid.

•De onroerende voorheffing

Wat de onroerende voorheffing betreft, wens ik er aan te herinneren dat de Directie invordering instaat voor de inning ervan voor het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de bijhorende opcentiemen, maar dat met ingang van het aanslagjaar 1999 het Vlaamse Gewest deze dienst zelf waarneemt.

De onderstaande tabel geeft de gewestelijke verdeling van de verwezenlijkte ontvangsten van bedoelde belasting voor het begrotingsjaar 2003 weer.

2003Vlaams GewestWaals GewestBrussels Hoofdstedelijk Gewest
Gewestelijke belasting44.414,4827.102.389,8816.683.606,78
Provincieopcentiemen118.308,96420.897.448,50-
Gemeenteopcentiemen322.172,64669.865.313,35456.462.915,76
Agglomeratieopcentiemen--98.221.214,75
Totaal484.896,081.117.865.151,73571.367.737,29
in euro

•De opbrengst inzake de belasting over de toegevoegde waarde

De BTW-opbrengst inzake de oprichting en/of het verwerven van onroerende goederen kan geraamd worden op basis van de BTW-aangiften.

Evenwel kan geen gewestelijke opsplitsing van genoemde BTW-ontvangsten worden gemaakt.

De oorzaak daarvan ligt besloten in de inningsstructuur van de BTW-. Inderdaad, de BTWwordt niet door de eindconsument zelf doorgestort naar de federale overheid maar wel door toedoen van de BTW-belastingplichtigen (natuurlijke- of rechtspersonen).

Aangezien deze laatsten leveringen van goederen en dienstprestaties verrichten in verschillende regio's maar slechts één gecentraliseerde aangifte indienen is een gewestelijke uitsplitsing niet mogelijk.

Concreet kan de BTW op de particuliere onroerend geodverrichtingen, geviseerd door het BTW-wetboek en haar uitvoeringsbesluiten, in 2003 geraamd worden op 1,7 miljard euro.

•Aangifte in de personenbelasting

Op basis van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 en de uitvoeringsbesluiten ter zake moet het onroerend inkomen vermeld worden in de aangifte voor de personenbelasting.

Aangezien het hier gaat om een belasting over het globaal inkomen en het geen cedulaire belasting betreft, is het aandeel van de belasting op het onroerend inkomen in de globaal betaalde belasting niet precies bepaalbaar.

Wel kan, ter informatie, voor het laatst beschikbare jaar - te weten het aanslagjaar 2002 - het aandeel per gewest van de inkomsten van onroerende goederen in het totaal belastbaar nettoinkomen worden verstrekt.

De onderhavige tabel biedt een overzicht terzake.

Belastbaar inkomenGewestTotaal belastbaarnettoinkomenInkomen van onroerendegoederenRelatief aandeel
Vlaams Gewest74.782.353.3522.000.729.0942,68 %
Waals Gewest36.086.645.552943.200.9852,61 %
Brussels Hoofdstedelijk Gewest10.259.482.782399.809.5663,9 %
Totaal121.128.481.6863.343.739.6452,76 %
in euro

•Belastingen waarvoor de Patrimoniumdocumentatie instaat

Wat betreft de belastingen waarvoor de Patrimoniumdocumentatie instaat voor de inning geeft de onderstaande tabel een overzicht van de nettoopbrengst van de gewestelijke belastingen gei¨nd in 2003. Meer bepaald gaat het om de registratierechten op de overdrachten ten bezwarende titel van in België gelegen onroerende goederen, de regitratierechten op de vestiging van een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed, de registratierechten op de gedeeltelijke of gehele verdelingen van in België gelegen onroerende goederen, en de registratierechten op de schenkingen onder de levenden van roerende of onroerende goederen. De drie eerst vermelde belastingen betreffen een onroerend goed. Wat betreft daarentegen de vierde vermelde belasting is enkel de totale opbrengst beschikbaar, waarbij een uitsplitsing tussen de roerende en onroerende goederen niet mogelijk is. Deze gewestelijke belastingen worden overgemaakt aan de bevoegde instelling van het gewest op het einde van de maand die volgt op de maand van hun inning.

Aard van de belastingVlaams Gewest(1)Waals Gewest(2)Brussel Hoofdstedelijk Gewest(3)België(4) = (1)+(2)+(3)
Registratierechten op de overdrachten ten bezwarende titel van in België gelegen onroerende goederen1.006.768.076,70474.065.362,93374.483.715,321.855.317.154,95
Registratierechten op de vestiging van een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed115.488.644,3756.961.833,6725.485.311,13197.935.789,17
Registratierechten op de gedeeltelijke of gehele verdelingen van in België gelegen onroerende goederen20.741.702,908.431.875,772.497.960,6131.671.539,28
Registratierechten op de schenkingen onder de levenden van roerende of onroerende goederen42.966.481,2013.612.980,056.145.387,0662.724.848,31

2. Op het vlak van de inning wordt er geen onderscheid gemaakt tussen de onroerende voorheffing verschuldigd voor gebouwde of ongebouwde onroerende goederen. Wat betreft de tweede vraag beschikt de Patrimoniumdocumentatie over geen statistieken inzake deze materie.