Uitvoer van een tweedehands voertuig · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

4 3 maart 1981

Zoeken

Uitvoer van een tweedehands voertuig

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/4-uitvoer-tweedehands-voertuig-peeters-d57b

Nummer
4
Datum
3 maart 1981

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

18 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Uitvoer van een tweedehands voertuig

VRAAG

Men deelt mij mede dat heel wat problemen zijn gerezen bij de uitvoer van wagens. Heel wat vreemdelingen kopen in België een occasiewagen, rijden hiermee over de grens, doen bijgevolg geen aangifte op de douanekantoren zodat het model 61 niet kan worden teruggezonden naar de verkoper. Wat tot gevolg heeft dat de BTW-kontrole de BTW op deze uitgevoerde wagens gaat vorderen van de verkoper die nochtans beschikt over een verkoopfaktuur,geadresseerd aan een koper in het buitenland.

Kan de geachte Minister mij antwoorden op volgende vragen:

1. Moet in voornoemd geval steeds model 61 worden voorgelegd? Volstaat de faktuur niet als bewijs van uitvoer?

2. Is het normaal dat de BTW kan worden teruggevorderd bij de verkoper bij niet voorleggen van het bewijs van uitvoer?

3. Kunnen deze uitvoerbewijzen niet verloren gaan bij de dienst Douane en Accijnzen en welke stukken moeten worden teruggezonden?

ANTWOORD

De door het geachte Lid gestelde vraag beoogt blijkbaar het geval van uitvoer van een tweedehands voertuig door een niet in België gevestigde koper die dit voertuig heeft gekocht van een BTW-belastingplichtige.

1. Bij de uitvoer moeten de gewone formaliteiten worden vervuld overeenkomstig de vigerende reglementering. Zo moet onder meer een aangifte ten uitvoer, opgesteld door de verkoper op eigen naam, aan de douane van het kantoor van uitvoer ter geldigverklaring worden overhandigd samen met een kopie van de factuur; deze aangifte wordt nochtans mondeling gedaan wanneer de uitvoer wordt verricht over de Belgisch-Luxemburgse of over de Belgisch-Nederlandse grens ter bestemming van het Groothertogdom Luxemburg of van Nederland.

Overeenkomstig de BTW-reglementering moet de verkoper steeds in het bezit zijn van alle documenten waaruit de echtheid van de uitvoer blijkt en deze overleggen op verzoek van de ambtenaren belast met de controle.

Het bewijs van de uitvoer vloeit derhalve voort uit een geheel van overeenstemmende bescheiden; de meest voorkomende stukken zijn bij wijze van voorbeeld vermeld in artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 18, van 27 december 1977, met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten, op het stuk van de BTW.

In het beoogde geval omvatten deze bescheiden onder meer het ontvangstbewijs, de betalingsdocumenten, de documenten die worden voorgeschreven door de wisselreglementering, alsmede, wanneer ze schriftelijk is gedaan, de aangifte ten uitvoer die de douane, na nazicht en geldigverklaring, heeft teruggegeven aan de koper die ze heeft moeten terugzenden aan de verkoper.

In dit verband moet worden vermeld dat de uitvoer verricht door de in het buitenland gevestigde koper steeds geschiedt onder de verantwoordelijkheid van de verkoper en dat deze laatste, om onder meer de terugzending van de aangifte ten uitvoer te verzekeren, alle schikkingen mag treffen die hij nuttig acht, zoals bijvoorbeeld zich het bedrag van de BTW laten storten.

Uit wat voorafgaat blijkt derhalve dat het dubbel van de verkoopfactuur die door de verkoper wordt bewaard, op zich zelf niet volstaat - evenmin als deze factuur - om het bewijs van uitvoer te leveren.

2. Indien de echtheid van de uitvoer niet kan worden aangetoond op de hierboven vermelde wijze moet de verkoper uiteraard de BTW, waarvoor hij vrijstelling- heeft toegepast op grond van artikel 39, § 1, 2°, van het BTW-Wetboek, storten aan de Schatkist.

3. Wanneer een uitvoeraangifte EX 61 wordt geldiggemaakt op het douanekantoor aan de grens, wordt het "exemplaar voor de aangever" teruggegeven aan belanghebbende en moet dit terug in het bezit komen van de verkoper. In het geval dit document moest verloren gaan, kan er steeds een afschrift van bekomen worden op voormeld grenskantoor.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 391 voorkomen