Btw-heffing op de certificaten voor groene stroom en warmtekrachtkoppeling · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

4-313 22 mei 2008

Zoeken

Btw-heffing op de certificaten voor groene stroom en warmtekrachtkoppeling

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/4-313-btw-heffing-certificaten-groene-stroom-c5c4

Nummer
4-313
Datum
22 mei 2008

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

20 paragrafen

Hand., Senaat, 2007-2008, nr. 4-30, blz. 71

Btw-heffing op de certificaten voor groene stroom en warmtekrachtkoppeling

VRAAG

Om het aandeel van groene stroom en stroom uit warmtekrachtkoppeling in de Vlaamse elektriciteitsproductie te verhogen en investeringen in duurzame energie te stimuleren, heeft het Vlaamse elektriciteitsdecreet groenestroom- en warmtekrachtcertificaten ingevoerd. Met dit systeem, dat operationeel werd in januari 2002, kunnen producenten in verhouding tot de milieuvriendelijk opgewekte stroom, certificaten krijgen. Leveranciers moeten de certificaten inleveren bij de Vlaamse regulator. Zo krijgen certificaten een marktwaarde die bepaald wordt door drie beleidshefbomen, namelijk het bedrag van de boete die de leverancier moet betalen per niet ingeleverd certificaat, het bedrag dat de distributienetbeheerder moet betalen per aangeboden certificaat en de doelstellingen die zich vertalen in percentages op quota van de geleverde stroom.

Nu blijkt echter een vierde factor de marktwaarde van de certificaten te beïnvloeden. De BTW-administratie heeft op 26 februari beslist om op de verhandeling van groenestroomen warmtekrachtcertificaten het normale belastingtarief van 21% toe te passen. In het verleden was dat niet het geval omdat de certificaten beschouwd werden als verhandelbare waardepapieren.

Een BTW-heffing dreigt het kader voor groenestroomproductie en warmtekrachtkoppeling echter te ondergraven. Een dergelijke heffing zal de marktwaarde van de certificaten voor de producenten van milieuvriendelijke energie negatief beïnvloeden. Als certificaten BTW-plichtig worden, zou het in bepaalde gevallen voor een leverancier economisch voordeliger kunnen zijn om de geldboete voor niet ingeleverde certificaten te betalen, indien de marktprijs ingevolge de heffing van BTW het boetebedrag overstijgt. Op die manier wordt de waarde van de certificaten ondergraven. Hierdoor zal de rendabiliteit van investeringen in duurzame energieopwekking worden aangetast en zullen nieuwe initiatieven op het vlak van duurzame energie en warmtekrachtkoppeling worden afgeremd.

Bovendien zullen particulieren die investeren in duurzame energie, en bijvoorbeeld zonnepanelen installeren, door die regeling verplicht worden een BTW-nummer aan te vragen als zij willen deelnemen aan de handel in groenestroomcertificaten. Het lijkt mij absoluut niet billijk dat particulieren tot dergelijke verplichting gedwongen worden als zij alleen willen vergoed worden voor hun bijdrage aan een milieuvriendelijke energieproductie. Daarnaast zullen ook de distributienetbeheerders BTW-plichtig zijn. Het elektriciteitsdecreet legt hen immers de openbare dienstverplichting op tegen een minimumprijs certificaten uit groene stroom en warmtekrachtkoppeling aan te kopen.

Dankzij de groenestroomcertificaten kende de groenestroomproductie in Vlaanderen een sterke groei. Die groei is meer dan noodzakelijk gelet op de doelstellingen die de Europese Commissie voorstelt: tegen 2020 moet ons land 13% van zijn energieconsumptie milieuvriendelijk produceren. Die doelstelling moet nog vertaald te worden naar doelstellingen voor de gewesten. In ieder geval zullen alle gewesten maximaal moeten investeren in schone en innovatieve energieopwekking. De BTW-heffing op groenestroom- en warmtekrachtcertificaten dreigt nu het beleid van de gewesten te doorkruisen.

Kan de beslissing van de belastingadministratie in heroverweging worden genomen? Het zou jammer zijn, dat door de heffing van BTW op groenestroom- en warmtekrachtcertificaten bijkomende investeringen in milieuvriendelijke energieproductie afgeremd worden, net nu we door Europa worden aangezet veel meer duurzame energiebronnen in te schakelen.

Wat betekent dat voor particulieren die investeren in zonnepanelen op hun dak? Worden zij nu verplicht een BTW-nummer aan te vragen of kunnen zij overeenkomstig artikel 56 van het BTW-Wetboek hiervoor vrijstelling krijgen?

ANTWOORD

(voorgelezen door de heer Clerfayt, staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Financiën)

De beslissing met referte ET 110.775 van 28 februari 2006 volgens welke groenestroomcertificaten moeten worden aangemerkt als verhandelbare waardepapieren beoogd door de vrijstelling van artikel 44, §3, 10º van het BTW-Wetboek, was het gevolg van besprekingen op Europees niveau betreffende de quota voor de emissie van CO2. Aangezien die beslissing nog verder moest worden bestudeerd, was ze slechts voorlopig van toepassing.

Na een grondig onderzoek van zowel de intrinsieke kenmerken van de groenestroomcertificaten als de wijze waarop ze op fiscaal vlak worden behandeld in de verschillende landen die voor de invoering van een dergelijk systeem opteerden, moet men vaststellen dat de groenestroomcertificaten eerder verwant zijn met de rechten die vergelijkbaar zijn met licentierechten en dat het onjuist is die nog te beschouwen als verhandelbare titels. Bijgevolg is de verhandeling van groenestroomcertificaten zoals de verhandeling van quota voor de gassen met broeikaseffect onderworpen aan de BTW (zie beslissing ET 113.522 van 26 februari 2008).

De verkoop van groenestroomcertificaten door producenten, netbeheerders enzovoort in het raam van een economische activiteit, zal aan de BTW worden onderworpen. Anderzijds wordt hierdoor een recht op aftrek toegestaan van de BTW die wordt geheven bij de aankoop van de groenestroomcertificaten en met betrekking tot de verhandeling ervan.

Ook in hoofde van de elektriciteitsleveranciers zal, gelet op hun economische activiteit, de BTW geheven over de aankoop van groenestroomcertificaten aftrekbaar zijn.

De verkoop van groenestroomcertificaten door particulieren die deze hebben verkregen in het raam van een privéproductie van groene energie, ontsnapt aan de BTW aangezien die verkopers niet handelen in het raam van een economische activiteit en bijgevolg overeenkomstig de artikelen 2 en 4 van het BTW-Wetboek niet als BTW-plichtig aangemerkt worden. Indien daarentegen de omvang van de installatie voor de particulier een productie zou mogelijk maken die ruimschoots het verbruik van zijn woning overschrijdt, dan zou de betrokkene de hoedanigheid belastingplichtige hebben omdat hij het overschot aan een elektriciteitsleverancier verkoopt.

Zowel de verkoop van groene energie als de verkoop van de groenestroomcertificaten zal dan onderworpen zijn aan de BTW. Dat zal evenwel geen gevolg hebben omdat zowel de particulier als de elektriciteitsleverancier het recht hebben de BTW af te trekken.

De particulier kan aanspraak maken op de vrijstelling waarin is voorzien in artikel 56, §2 van het BTW-Wetboek wanneer de jaaromzet voortvloeiend uit de elektriciteitsproductie niet meer bedraagt dan 5.580 euro per kalenderjaar.

CONCLUSIE

(van de heer Martens)

Ik begrijp dat de economische actoren op de certificaten BTW moeten betalen, maar dat ze die BTW tevens kunnen aftrekken. Particulieren die groene stroom produceren worden van BTW vrijgesteld zolang ze geen netto-overschot produceren en aan een elektriciteitsleverancier doorverkopen. Dat is een geruststelling voor de talrijke particulieren die in zonnepanelen investeren.

Aangehaalde teksten

4
WBTW art. 562 voorkomens
WBTW art. 21 voorkomen
WBTW art. 41 voorkomen
WBTW art. 441 voorkomen