Erfpacht
Nieuw gebouw
Levering van goederen
VRAAG
Hoe moet men het bedrag bepalen van de btw die verschuldigd is op een erfpachtovereenkomst voor een nieuw gebouw waarvan de canon over de looptijd van die overeenkomst periodiek wordt betaald?
Welke barema's of tabellen worden door uw administratie in voorkomend geval aanbevolen of opgelegd?
ANTWOORD
Het onderhavig antwoord beperkt zich tot het geval van de vestiging van « klassieke » rechten van erfpacht op een gebouw, zonder rekening te houden met het vestigen van rechten in het kader van overeenkomsten van onroerende financieringshuur door gespecialiseerde bedrijven (zie artikel 44, § 3, 2º, b, van het BTW-Wetboek).
Uiteraard is er hier, burgerrechtelijk gezien, sprake van tijdelijke rechten, hetgeen normaal tot gevolg heeft dat de overeenkomst de betaling van periodieke vergoedingen vooropstelt.
Krachtens artikel 9, tweede lid, 2º, van het BTW-Wetboek, wordt deze vestiging evenwel aangemerkt als een levering van goederen.
Wanneer bijgevolg het recht effectief gevestigd is als tegenprestatie van een periodieke vergoeding, zal evenwel voor de heffing van de BTW een « contante » waarde moeten vastgesteld worden. Die waarde is normaal gelijk aan het bedrag van de periodieke vergoeding vermenigvuldigd met de duur van de erfpacht, in voorkomend geval verminderd met de kapitalisatierente.
Wanneer daarentegen, de overeenkomst van vestiging van een dergelijk recht meteen een contante prijs voorziet, die bijgevolg onmiddellijk voor het geheel gefactureerd wordt, aanvaardt de administratie dat het die prijs is die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de verschuldigde BTW.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.