Vr. en Antw., Senaat, 1993-1994, nr. 79, blz. 4118-4119
Invoer in Nederland - Intracommunautaire levering en verwerving in België.
VRAAG
Het nieuwe BTW-Wetboek heeft de volgende regeling ingesteld wat betreft de invoer van een goed afkomstig uit een land van buiten de EG.
•Voldoening van de invoerbelasting met mogelijkheid van aftrek binnen de aangifte. Handhaving van de regeling van het uitstellen van de betaling, onder de voorwaarde van een machtiging, die wordt verleend na zekerheidsstelling.
•Bij wederinvoer van ingevoerde goederen wordt de regel van BTW-vrijstelling (vroeger art. 43) vervangen door een regeling van maandelijkse kredietteruggave.
In de Fiskoloog van 21 december jongstleden nr. 407 staat dat deze nieuwe regeling, die is ingesteld door het nieuwe BTW-Wetboek, van maandelijkse kredietteruggave een aantal lacunes vertoont.
De invoer van goederen via een Nederlandse haven, een land waarvoor geen zekerheidsstelling of vooruitbetaling van BTW is vereist, gevolgd door een intracommunautaire levering in België die aanleiding zal geven tot heffing van Belgische BTW, bijgevolg tot aftrekbaarheid bij de aangifte heeft tot gevolg :
a) dat een deel van de verrichtingen waarvoor de aftrekbaarheid geldt, ontsnapt aan de controle van de Belgische autoriteiten;
b) dat de verplichting om zekerheid te stellen wordt omzeild ten gunste van de automatische aftrekbaarheid;
c) dat uit commercieel oogpunt een deel van de aankopen verplaatst wordt ten voordele van buitenlandse infrastructuur en dat dit ten koste gaat van de Belgische tussenpersonen.
Kunt U met betrekking tot het hierboven beschreven mechanisme :
•bevestigen dat het verlies voor de Schatkist van de transit via Nederland effectief 3,3 miljard bedraagt (op de 10,850 miljard van het one-shot effect in februari 1993 verwacht ten gevolge van de opheffing van artikel 43 van het BTW-Wetboek);
•de maatregelen omschrijven om deze evolutie tegen te gaan ?
ANTWOORD
Wanneer vóór 1 januari 1993 goederen afkomstig uit derde landen of uit andere Lid-Staten in Nederland werden ingevoerd en vervolgens vanuit Nederland naar België werden verzonden, werd BTW geheven ter zake van de invoer van die goederen in België.
Ingevolge een verdrag tussen de landen van de Benelux werd de opeisbare BTW niet voldaan aan de grens maar werd de betaling verlegd naar de periodieke BTW-aangifte. Voor de toepassing van de Benelux- verleggingsregeling was geen vergunning vereist, noch diende een som aan BTW te worden vooruitbetaald.
De BTW-regeling die vanaf 1 januari 1993 van kracht is geworden, heeft de wijze van voldoening van de ter zake van de bedoelde goederenbeweging opeisbare BTW niet gewijzigd, met dien verstande dat thans een intracommunautaire verwerving in België wordt belast in plaats van een invoer hier te lande.
Daar het huidige heffingsmechanisme van de BTW voor goederen die België binnenkomen vanuit Nederland niet fundamenteel verschilt van de vóór 1 januari 1993 geldende regeling, zullen de nieuwe wetsbepalingen dan ook in het algemeen geen aanleiding geven tot noemenswaardige verschuivingen van de goederentrafiek naar dat land.
Bovendien mag niet uit het oog worden verloren dat de invoer in Nederland gevolgd door een intracommunautaire levering en een verwerving in België eveneens financiële lasten veroorzaakt ingevolge de verplichtingen opgelegd door de Nederlandse wetgeving.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.