Horeca. Maatregelen ter bestrijding van fiscale fraude · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

398 9 juni 1993

Zoeken

Horeca. Maatregelen ter bestrijding van fiscale fraudeBTW. Horeca. Maatregelen ter bestrijding van fiscale fraude.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/398-horeca-maatregelen-ter-bestrijding-fiscale-4e0e

Nummer
398
Datum
9 juni 1993

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

25 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat, 1992-1993, nr. 75, blz. 3885-3886

BTW. - Horeca. - Maatregelen ter bestrijding van fiscale fraude.

VRAAG

Sedert de wet nr. 413 van 30 december 1991, beschikt Italië over een nieuw systeem om de fiscale fraude in de horeca-sector te bestrijden.

De klanten moeten namelijk op straffe van boete de bewijsstrookjes vragen en in ontvangst nemen met betrekking tot wat zij verbruikt hebben.

Een groot deel van de verkochte spijzen en dranken werden immers niet vermeld in de boekhouding van de handelaars, terwijl de verbruikers daar wel BTW op hadden betaald.

Zowel de verbruikers als de Staat waren bijgevolg het slachtoffer van deze fraude.

De toestand in België is daarmee vergelijkbaar.

Kan de geachte minister mij zeggen:

1. Of de in Italië getroffen maatregel op dezelfde wijze zou kunnen worden toegepast in België;

2. Welke andere maatregelen overwogen kunnen worden om deze fraude te bestrijden;

3. Wat de huidige stand van zaken is met betrekking tot de wettelijke bepalingen en de controlemaatregelen, in het bijzonder in de horeca-sector?

Welke maatregelen meer bepaald kunnen worden getroffen om een einde te maken aan de volgende praktijken:

•In bepaalde restaurants worden door de kelners of de uitbaters tegen betaling soms BTW-strookjes (die de werkelijke verbruikers niet gevraagd hebben) doorgegeven aan belastingplichtigen die ze als werkelijke kosten inbrengen;

•In andere restaurants wordt een BTW-strookje (waarop de klant het bedrag zelf mag invullen) aangeboden.

Deze laatste praktijk is vaak enkel mogelijk wanneer er een mondeling akkoord bestaat tussen de restauranthouder en zijn controleur over het bedrag van de aangegeven omzet (forfaitair aantal verbruikers per dag vermenigvuldigd met een forfaitair bedrag per verbruiker) of over de forfaitaire aanslag op basis van de aangegeven aankopen.

ANTWOORD

1 tot 3. Krachtens artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde moeten belastingplichtigen in de horeca-sector voor bepaalde handelingen rekeningen of ontvangstbewijzen uitreiken. Daarenboven dienen deze belastingplichtigen facturen uit te reiken wanneer de klant geen natuurlijke persoon is die handelt voor zijn privé- gebruik (art. 1, van hetzelfde koninklijk besluit nr. 1).

Met het doel een betere inning van de belasting over de toegevoegde waarde te verzekeren zijn wettelijke bepalingen met betrekking tot de boekhouding van de belastingplichtigen gewijzigd, inzonderheid de artikelen 14 tot 16 van voornoemd koninklijk besluit nr. 1. Daarenboven zijn de controlemaatregelen grondig herzien door de artikelen 74 tot 79 van de wet van 28 december 1992 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.

Daar ik persoonlijk de efficiëntie van het nieuwe controlesysteem dat werd ingesteld in Italië heb kunnen nagaan, heb ik de BTW-administratie belast met een onderzoek naar het totstandbrengen van een analoog systeem in België.

4. De aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde ter zake van kosten van logies, spijzen en dranken mag volgens artikel 45, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek, slechts gebeuren in de mate dat die kosten worden gedaan voor het personeel dat buiten de onderneming belast is met een levering van goederen of een dienstverrichting, of dat die kosten worden gedaan door belastingplichtigen die op hun beurt dezelfde diensten onder bezwarende titel verstrekken.

Wat betreft de inkomstenbelastingen, wordt erop gewezen dat restaurantkosten slechts als bedrijfslasten worden aanvaard indien zij met de uitoefening van de beroepswerkzaamheid verband houden.

Artikel 53, 8°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, beperkt de aftrek als beroepskost tot 50 pct. van de beroepsmatig gedane restaurantkosten.

Anderzijds wens ik te preciseren dat er geen forfaitaire grondslagen van aanslag bestaan voor de restauranthouders.

Tot slot vereist een strengere controle van de door het geachte lid aangeklaagde praktijken een uitgebreid toezicht ter plaatse. Daarvoor overweeg ik de samenwerking te versterken tussen de verschillende betrokken fiscale administraties (Directe Belastingen en BTW evenals de bij de voormelde administraties gereaffecteerde agenten van de administratie van de Douane).

Aangehaalde teksten

3
KB nr. 1 art. 11 voorkomen
KB nr. 1 art. 221 voorkomen
WBTW art. 451 voorkomen