VRAAG
In antwoord op een eerder gestelde vraag antwoordde de minister dat bij de beslissing van 18 december 1972, nr. E.E./83 039, de administratie heeft beslist dat de door een btw-belastingplichtige afgesloten overeenkomsten, waarvan de uitvoering een dienst uitmaakt die aan de btw is onderworpen krachtens artikel 18, § 1, van het Btw-Wetboek, voor de heffing van het registratierecht niet beschouwd worden als huurcontracten van onroerende goederen, zelfs wanneer ze de verplichting meebrengen om het genot van een bepaald onroerend goed te verschaffen, zoals bijvoorbeeld de terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen (artikel 18, § 1, 9°, Btw-Wetboek). (Vraag nr. 290 van 24 juli 2008 van volksvertegenwoordiger Christian Brotcorne, Vragen en Antwoorden, Kamer, 2007-2008, nr. 31, blz. 7928).
Is er ook een vrijstelling van rechten wanneer een btw belastingplichtige een dienst verstrekt bedoeld in artikel 44, § 3, 2° a), laatste streepje van het Btw-Wetboek (terbeschikkingstelling van uit hun aard onroerende goederen in het kader van de exploitatie van havens, ...) die zoals de terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen eveneens onderworpen is aan btw en die eventueel ook de verplichting met zich meebrengt om het genot van een bepaald onroerend goed te verschaffen?
ANTWOORD
(van de minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken)
Het ter beschikking stellen van uit hun aard onroerende goederen in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghaven is onbetwistbaar een dienst in de zin van het Btw-Wetboek. Ingevolge artikel 44, § 3, 2°, a, van het Btw-Wetboek is een dergelijke terbeschikkingstelling onderworpen aan btw.
Bijgevolg geldt ook voor deze overeenkomsten dat zij bij de registratie slechts aanleiding geven tot het heffen van het algemeen vast recht.