Witte kassa's, Installatiepercentages · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

396 26 april 2021

Zoeken

Witte kassa's, Installatiepercentages

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/396-witte-kassa-installatiepercentages-wouter-vermeersch-dd6c

Nummer
396
Datum
26 april 2021

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 396 van de heer Wouter Vermeersch d.d. 26.04.2021

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/054 d.d. 02.06.2021, blz. 108

Vraag nr. 396 van de heer volksvertegenwoordiger Wouter Vermeersch van 26 april 2021 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

Witte kassa's. - Installatiepercentages.

VRAAG

In maart 2019 publiceerde het Rekenhof een verslag aan de Kamer van volksvertegenwoordigers inzake de "witte kassa", het geregistreerd kassasysteem (GKS) voor de horeca. In dat verslag werd het installatiepercentage bepaald per gewest.

1. De maximale theoretische doelgroep werd, volgens het Rekenhof, jaarlijks bepaald op basis van de ingediende btw-aangiftes. Eenvoudig gesteld werden alle horecaondernemingen waarvan vanaf 2015 de omzet uit code 02 (12 %-tarief) van het btw-aangifteformulier de drempel van 25.000 euro overschrijdt, aldus geselecteerd. Op 1 april 2018 bedroeg de theoretische doelgroep in totaal 25.103 inrichtingen. Hoeveel inrichtingen bedraagt deze overeenkomstige theoretische doelgroep per 31 december 2018, 2019 en 2020? Graag een opsplitsing over Vlaanderen, Brussel en Wallonië.

2. De meeste ondernemingen die aldus geacht werden over een GKS te beschikken, waren gelegen in Vlaanderen (59 %) tegenover 28 % in Wallonië̈ en 13 % in Brussel. Welke is de overeenkomstige gewestelijke verdeling per 31 december 2018, 2019 en 2020?

3. Graag een overzicht van de theoretische doelgroep en het bijbehorend installatiepercentage, opgedeeld per gewest, per 31 december 2018, 2019 en 2020.

4. Het Rekenhof verklaarde de lagere percentages in Brussel en Wallonië door het aanvankelijke verzet van de regionale horecafederaties. Sindsdien zou zich een inhaalbeweging hebben voltrokken. Hoe verklaart u actueel de evolutie en de verschillen in de installatiepercentages per gewest?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 02.06.2021:

Het antwoord op deze vraag is het geachte Kamerlid rechtstreeks toegestuurd. Gezien het louter documentaire karakter ervan wordt het niet in het Bulletin van Vragen en Antwoorden opgenomen maar ligt het ter inzage bij de griffie van de Kamer van volksvertegenwoordigers (dienst Parlementaire Vragen).