Vr. en Antw., Senaat, 2002-2003
Bull. nr. 638, pag. 653
Particulier - Terbeschikkingstelling logies met ontbijt aan particulieren.
VRAAG
Graag vernam ik van de Minister een antwoord op de volgende vragen:
1. Moet een particulier als B.T.W.-plichtige worden beschouwd voor de verhuur of de terbeschikkingstelling van kamers aan toeristen tijdens het seizoen?
a) Verhuur of terbeschikkingstelling van slaapkamers met ontbijt;
b) Verhuur of terbeschikkingstelling van slaapkamers zonder ontbijt;
2. Speelt het aantal slaapkamers die ter beschikking kunnen worden gesteld een rol?
3. Is de periode gedurende dewelke kamers worden verhuurd belangrijk?
4. Is de frequentie van het aantal verhuurde kamers belangrijk?
5. Is de betrokkene al of niet gehouden een ontvangstbewijs uit te reiken, zoals bedoeld in artikel 8bis van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969?
6. Zo de betrokkenen moeten worden beschouwd als B.T.W.-plichtigen, kunnen zij dan ook de door hen gemaakte kosten en eventueel verrichte investeringen verrekenen in hun aangifte der directe belastingen, zelfs zo deze kosten vroeger reeds zijn gebeurd? Het betreft hier dus wel de verhuur of terbeschikkingstelling
van gemeubileerde kamers door particulieren voor één of meer overnachtingen.
ANTWOORD
A. Inzake B.T.W.
Het verschaffen van gemeubeld logies door de exploitant van een hotelinrichting en, meer algemeen, door al wie een inrichting drijft waar aan betalende gasten onderdak wordt verschaft, is een dienst als bedoeld in artikel 18, § 1, 10°, van het B.T.W.-Wetboek, die aan degene die deze werkzaamheid uitoefent de hoedanigheid van belastingplichtige verschaft, zodat deze dienst is onderworpen aan de B.T.W.
De toepassing van bovengenoemd artikel is afhankelijk van het bestaan van een exploitatie die het uitvoeren van een huisvestingscontract ten doel heeft. Met andere woorden, de dienstverrichter moet beschikken over een vaste organisatie die al de materiële en menselijke factoren verenigt die het hem mogelijk maken de diverse diensten te verlenen welke gewoonlijk aan de gasten in een hotel worden verstrekt, met name: de ontvangst van de gasten, het ter beschikking stellen van een gemeubileerde kamer, het onderhoud en het schoonmaken van de kamer, het verschaffen van linnen en het onderhoud ervan en, in voorkomend
geval, het verschaffen van het ontbijt.
De vraag of het verschaffen van gemeubeld logies, gepaard gaande met sommige bijkomende diensten zoals hiervoor bedoeld, al of niet gebeurt in het kader van een eigenlijke exploitatie is een feitenkwestie, die geval per geval moet worden onderzocht. Meer bepaald moet rekening worden gehouden met een geheel van aanwijzingen, zoals het voeren van publiciteit, het doen van investeringen, het aantal ter beschikking gestelde kamers, de frequentie van verhuring...
De verhuur aan vakantiegangers van gemeubileerde kamers, zonder dat die verhuur in het kader van bovengenoemde exploitatie gebeurt of zonder dat hij samengaat met andere gewoonlijk door hotelhouders verstrekte diensten valt daarentegen buiten de werkingssfeer van de B.T.W.
Indien op grond van wat voorafgaat een persoon de hoedanigheid van belastingplichtige verkrijgt is hij er uiteraard toe gehouden de rekening of het ontvangstbewijs uit te reiken, overeenkomstig artikel 8bis, § 1, l°, van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, met betrekking tot de regeling van de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.
B. Inzake directe belastingen (punt 6 van de vraag)
De betrokken belastingplichtigen worden geacht een zelfstandige beroepswerkzaamheid uit te oefenen die, naargelang van het geval, moet worden gerangschikt, ofwel onder de handelsactiviteiten bedoeld in artikel 20, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen ofwel onder de winstgevende bezigheden waarvan sprake in artikel 20, 3°, van hetzelfde wetboek.
Zij mogen dan ook de bedrijfsuitgaven en -lasten aftrekken die zij tijdens het belastbare tijdperk hebben gedaan of gedragen om de belastbare inkomens te verkrijgen of te behouden, mits de echtheid en het bedrag ervan te verantwoorden overeenkomstig de regels vervat in artikel 44 van voormeld wetboek. Onder de voornoemde lasten komen ondermeer de normaal aanvaardbare afschrijvingen voor die betrekking hebben op oprichtingskosten en op immateriële en materiële vaste activa waarvan de gebruiksduur beperkt is.
Hier dient nog te worden aan toegevoegd dat beoefenaars van een winstgevende bezigheid hun bedrijfslasten forfaitair mogen bepalen ter uitvoering van artikel 51 van hetzelfde Wetboek. Dit forfait omvat ondermeer de bovenbedoelde afschrijvingen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.