Het btw-statuut van ambulancediensten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

395 4 juni 2020

Zoeken

Het btw-statuut van ambulancediensten

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/395-btw-statuut-ambulancediensten-nahima-lanjri-b34c

Nummer
395
Datum
4 juni 2020

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

23 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 395 van mevrouw Nahima Lanjri d.d. 04.06.2020

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/023 d.d. 16.07.2020, blz. 97

Vraag nr. 395 van mevrouw de volksvertegenwoordiger Nahima Lanjri van 04 juni 2020 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingszaken:

Het btw-statuut van ambulancediensten.

VRAAG

Het vervoer van zieken of gewonden met speciaal daartoe uitgeruste vervoermiddelen is, onder bepaalde voorwaarden, vrijgesteld van btw op grond van artikel 44, § 2, 1), b) WBTW. Deze voorwaarden staan opgesomd in de beslissing van de btw-administratie nr. E.T.129.928 van 23 augustus 2016.

In dat verband heerst momenteel wat ongerustheid over de interpretatie van het begrip "brevet". Met dat begrip verwijst men naar de opleiding voor hulpverleners/ambulanciers. Hierbij maakt de wet wel een onderscheid tussen dringend ziekenvervoer en niet-dringend ziekenvervoer.

Het koninklijk besluit van 2 juli 2009 stelt namelijk dat het niet-dringend ziekenvervoer als paramedisch beroep moet worden aanzien. Dit resulteert zich dan ook in twee verschillende opleidingen, waarbij het dringend ziekenvervoer (in casu 112) een beschermde opleiding geniet. Bovendien wordt in de praktijk ook de vraag gesteld waarom wordt vereist dat het voertuig uitgerust moet zijn met een voorziening voor zuurstoftoevoer. In bepaalde gevallen sluit de wet namelijk uit dat ambulanciers/hulpverleners zuurstof mogen toedienen aan een patiënt.

1. Wat verstaat u onder de notie "brevet"?

2. Gaat het enkel om de opleiding in het kader van het dringend (112) ziekenvervoer of wordt hier ook de opleiding voor het niet-dringend ziekenvervoer bedoeld?

3. Indien enkel het eerste, is deze interpretatie dan wel conform het arrest van het Grondwettelijk Hof van 5 december 2019 en de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie inzake het beginsel van fiscale neutraliteit?

4. a) Waarom wordt de voorwaarde gesteld dat het voertuig uitgerust moet zijn met een voorziening voor zuurstofvervoer?

b) Is dit wel compatibel met het wettelijk verbod in sommige gevallen om zuurstof toe te dienen?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingszaken van 08.07.2020:

Het vervoer van zieken of gewonden met speciaal daartoe uitgeruste vervoermiddelen is vrijgesteld van de btw op grond van artikel 44, § 2, 1°, b), van het Btw-Wetboek

Het Btw-Wetboek noch de btw-richtlijn bepalen welke criteria in aanmerking moeten worden genomen om te definiëren wat wordt bedoeld met "speciaal daartoe uitgeruste vervoermiddelen". Het vervoer van zieken of gewonden wordt in ons land zowel op nationaal als op regionaal vlak geregeld.

Ten einde tot een uniforme interpretatie te komen van deze btw-vrijstelling neemt de administratie aan dat de vrijstelling van toepassing is voor het vervoer van zieken of gewonden wanneer cumulatief voldaan is aan volgende voorwaarden:

- het voertuig is aangepast om personen zowel zittend (in een rolstoel) als liggend (op een draagberrie) te vervoeren;

- het voertuig is uitgerust met een voorziening voor zuurstoftoevoer;

- het vervoer gebeurt in aanwezigheid van een arts, verpleegkundige of van een begeleider (eventueel de bestuurder) houder van een brevet "hulpverlener-ambulancier" (dringend patiëntenvervoer) of, wat het niet-dringend vervoer betreft, van een erkend ambulancier niet-dringend patiëntenvervoer;

- het vervoer gebeurt om reden van zorg of diagnose.

De vereiste dat een voorziening voor zuurstoftoevoer in het voertuig aanwezig is, laat toe het onderscheid te kunnen maken met voertuigen die niet in het bijzonder uitgerust zijn voor het vervoer van zieken en gewonden. Het feit of het toedienen van zuurstof ook daadwerkelijk toegelaten is tijdens het vervoer van een bepaalde patiënt kan geen invloed hebben op de toepassing van de vrijstelling van dat vervoer.

Mijn administratie heeft recent een circulaire gepubliceerd over dit onderwerp (referte 2020/C/66).

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 441 voorkomen