Interpretatievraag aan btw-comité naar aanleiding van publieke consultatie wetsontwerp btw e-commerce · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

385 21 april 2021

Zoeken

Interpretatievraag aan btw-comité naar aanleiding van publieke consultatie wetsontwerp btw e-commerce

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/385-interpretatievraag-btw-comite-aanleiding-publieke-d929

Nummer
385
Datum
21 april 2021

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 385 van de heer Steven Matheï d.d. 21.04.2021

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/053 d.d. 27.05.2021, blz. 199

Vraag nr. 385 van de heer volksvertegenwoordiger Steven Matheï van 21 april 2021 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

Interpretatievraag aan btw-comité naar aanleiding van publieke consultatie wetsontwerp btw e-commerce.

VRAAG

Van 26 oktober tot 11 november 2020 werd op uw vraag door de FOD Financiën een publieksraadpleging georganiseerd over de omzetting van de Europese btw-richtlijnen over e-commerce.

Zoals te lezen in de memorie van toelichting van het wetsontwerp tot wijziging van het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wat de regeling betreft die van toepassing is op afstandsverkopen van goederen en op bepaalde leveringen van goederen en diensten en zoals door u aangegeven in de commissie van 10 februari 2020 had een van vijftien bijlagen betrekking op de manier waarop de bepaling van het Europees recht zijn omgezet.

Door de omzetting van de Europese richtlijn zal er bij intracommunautaire afstandsverkopen van goederen gekozen kunnen worden om btw te betalen in de lidstaat van vestiging wanneer men het drempelbedrag van 10.000 euro niet overschrijdt. Het betreft de regeling voor micro-ondernemingen. Een bijdrage van de publieksraadpleging wees hierbij op een interpretatieprobleem. Het is niet geheel duidelijk of men enkel dient rekening te houden met de afstandsverkopen vanuit de lidstaat van vestiging van de micro-ondernemer of ook met afstandsverkopen vanuit een andere lidstaat dan die van vestiging (bijv. vanuit een voorraad uit het buitenland).

U gaf aan deze vraag op 23 december 2020 te hebben bezorgd aan het btw-comité. Het btw-comité zou dit interpretatieprobleem bespreken op 19 april 2021.

Werd het interpretatieprobleem reeds besproken op het btw-comité? Zo ja, wat was de uitkomst van deze bespreking en welke gevolg wordt hieraan gegeven? Zo nee, waarom niet en wanneer zal dit alsnog besproken worden?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 25.05.2021:

Het door u aangehaalde interpretatieprobleem werd effectief besproken op het btw-comité tijdens de vergadering van 19 april 2021.

De Europese Commissie en alle lidstaten die zijn tussengekomen in de discussie hebben op één uitzondering na aangegeven voorstander te zijn van de interpretatie waarbij de drempel van 10.000 euro uitsluitend wordt berekend op basis van de intracommunautaire afstandsverkopen vanuit de lidstaat van vestiging van de micro-ondernemer. Het werkdocument nr. 1010 dat de Belgische interpretatievraag en de analyse van de diensten van de Europese Commissie herneemt kan trouwens worden geraadpleegd op de webstek van de diensten van de Europese Commissie (https:// ec.europa.eu/taxation_customs/business/vat/vat-committee_en).

De Europese Commissie heeft aangegeven dat in een latere fase een ontwerp van richtsnoer (een formele interpretatierichtlijn) zal worden opgesteld, die aan de lidstaten zal worden voorgelegd in het kader van een schriftelijke procedure. Wanneer die schriftelijke procedure is afgerond en het ontwerp van richtsnoer minstens met een grote meerderheid is goedgekeurd, zal de eindversie van het richtsnoer eveneens ter beschikking worden gesteld via de voormelde webstek van de diensten van de Europese Commissie. Op dit moment kan ik uiteraard niet aangeven wanneer dat precies zal zijn.

Tot slot kan ik er nog op wijzen dat bij het uitwerken van de uitvoeringsbepalingen van de omzettingswet van de e-commercerichtlijn, alvast rekening zal worden gehouden met de interpretatie die door de quasi-unanimiteit van de lidstaten gesteund werd tijdens de vergadering van het btw-comité van 19 april 2021.