Hervorming · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

385 20 januari 1993

Zoeken

HervormingBTW. Hervorming

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/385-hervorming-canon-5cb5

Nummer
385
Datum
20 januari 1993

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

46 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1992-1993, nr. 52, blz. 4420-4421-4422-4423-4424

BTW - Hervorming

VRAAG

A. Het adviesbureau Arthur Andersen wijst er in een recent rapport op dat 40 % van de Europese ondernemingen niet degelijk voorbereid zijn op de veranderingen die vanaf 1 januari 1993 in het innings- en boekingssysteem van de BTW zullen optreden. Tal van vennootschappen verklaren klaar te zijn maar, in hun antwoord geven zij, vaak onvrijwillig, aan dat zij niet de volledige draagwijdte van het nieuwe stelsel vatten. Dat zijzelf zich niet bewust zijn van hun zwakheden op dat stuk, is in de ogen van de deskundigen bijzonder verontrustend. Zo hebben bijvoorbeeld 40 % van de bevraagde vennootschappen het BTW-nummer van de helft van hun cliënten niet opgevraagd. Evenzo hebben circa 40 % van de bevraagde vennootschappen hun BTW-nummer niet meegedeeld aan de helft van hun leveranciers. Gelet op het belang van die formaliteit voor het opmaken door de leverancier van zijn BTW-listing kan dat de ongerustheid slechts doen toenemen.

Hoe zou de administratie van Financiën in onderstaande situatie reageren ? A, een Belgische vennootschap levert goederen aan B, een Franse BTW-plichtige koper. B laat na A zijn identificatienummer te bezorgen. A kan zich bijgevolg niet kwijten van de verplichting om een BTW-listing op te maken. Aangezien het een intracommunautaire aankoop betreft, heeft België die handelsverrichting normaliter vrijgesteld van BTW omdat de belastingheffing Frankrijk toekomt.

1. Hoe zal men zich van het intracommunautair karakter van die transactie kunnen vergewissen ?

2. Hoe zal men in Frankrijk zekerheid kunnen hebben over de werkelijkheid van die transactie ?

3. Welke houding zullen de Belgische belastingdiensten tegenover de leverancier aannemen ?

B. Voorts blijkt dat, voor het geheel van de Gemeenschap, de meeste grote vennootschappen in het algemeen het nieuwe BTW-stelsel in hun onderscheiden vestigingen op een weinig gecoördineerde wijze hebben ingevoerd. Die discrepantie zou uiteraard zeer zware gevolgen kunnen hebben voor de fiscale ontvangsten van bepaalde lidstaten. Mevrouw Scrivener, die lid is van de Commissie en onlangs nog door de Franse regering in haar ambt werd bevestigd, heeft de regeringen van de EG-landen "uitgenodigd" begrip te tonen voor de moeilijkheden waarmee de ondernemingen bij de toepassing van de nieuwe regels te kampen zullen hebben.

4. Welke concrete bepalingen heeft uw administratie getroffen om de administratieve gevolgen van de nieuwe wetgeving inzake vertegenwoordiging, opmaken van BTW-listing en mededeling van identificatienummer duidelijk te maken aan bedrijven die, zonder de vorm van een groep aan te nemen, handelsbetrekkingen onderhouden met ondernemingen gevestigd in andere lidstaten ?

C. De controle door de douane werd afgeschaft.

5. Hoeveel ambtenaren werden ingeschakeld om de personeelsformatie van de mobiele douane te versterken ?

6. Met welke regelmaat oefenen die zogenaamde mobiele brigades controles uit (percentage) ?

7. Over welke middelen beschikken ze om hun opdrachten doeltreffend uit te voeren (aantal voertuigen, enzovoort) ?

ANTWOORD

A. 1, 2 en 3. Artikel 39bis, § 1, 1°, van het BTW-wetboek, zoals gewijzigd door de wet van 28 december 1992 en het koninklijk besluit van 29 december 1992 (Belgisch Staatsblad van 31 december 1992), stelt de intracommunautaire leveringen van goederen vrij voor zover aan de volgende voorwaarden is voldaan :

•de goederen worden verzonden of vervoerd, buiten België maar binnen de gemeenschap, door de verkoper, de koper of voor hun rekening;

•de levering wordt verricht voor een andere belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon die als zodanig optreedt in een andere lidstaat en die er aldaar toe gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen aan de belasting te onderwerpen.

De verkoper kan slechts op de hoogte zijn van het feit dat de verwerver "als zodanig" optreedt als die hem een BTW-nummer opgeeft van een andere lidstaat. Daarom bepaalt het koninklijk besluit nr. 52 van 29 december 1992 in artikel 2 : "de in artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het wetboek bedoelde vrijstelling is bovendien afhankelijk van het bewijs dat de levering geschiedt voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is in een andere lidstaat".

Bijgevolg zal België geen enkele vrijstelling verlenen voor de levering die A verricht in het door het geacht lid aangehaalde voorbeeld daar A niet in staat is aan te tonen dat hij goederen geleverd heeft aan een belastingplichtige of aan een niet-belastingplichtige rechtspersoon die voor BTW-doeleinden in en andere lidstaat geïdentificeerd is.

A, die het BTW-nummer van zijn Franse klant niet kent en als gevolg daarvan zijn levering niet heeft kunnen vrijstellen, zal de intra-communautaire kwartaalopgave niet kunnen opmaken.

B, van zijn kant, heeft de verplichting aan A zijn BTW-identificatienummer in Frankrijk mee te delen en zijn intracommunautaire verwervingen aan de BTW te onderwerpen.

Frankrijk heeft, als land van aankomst van de goederen, het recht die intracommunautaire verwerving van goederen te belasten, zelfs wanneer de levering van die goederen in België niet werd vrijgesteld om de voorvermelde redenen. B loopt dus, door op die manier te handelen, het risico tweemaal de BTW te moeten voldoen over die goederen.

De gemeenschap is niettemin geconfronteerd geworden met de moeilijkheden die sommige lidstaten ondervonden om aan hun belastingplichtigen een BTW-identificatienummer toe te kennen vanaf 1 januari 1993.

Daarom heeft de Administratie van de BTW, registratie en domeinen (net zoals de administraties van de andere lidstaten van de gemeenschap) beslist toe te staan dat, bij wijze van overgangsmaatregel tot de lidstaten klaar zijn met de toekenning van de BTW-identificatienummers (in principe tot eind maart 1993), de Belgische belastingplichtigen toch intracommunautair mogen leveren met vrijstelling van BTW aan niet-geïdentificeerde belastingplichtigen in de mate dat aan de volgende algemene voorwaarden is voldaan :

•er moet reeds een bestaande handelsrelatie zijn tussen de BTW-belastingplichtige klant en de leverancier of;

•de klant moet met stukken uitgaande van zijn administratie kunnen aantonen dat hij op het tijdstip van de levering in zijn lidstaat voor BTW-doeleinden is geregistreerd, en;

•de klant moet in elk geval het schriftelijk bewijs leveren dat hij een BTW-identificatienummer heeft aangevraagd in de lidstaat waar hij de goederen intracommunautair verwerft.

Er dient evenwel te worden opgemerkt dat op het ogenblik dat de leverancier zijn intracommunautaire opgave moet indienen, hij in het bezit moet zijn van het buitenlands BTW-identificatienummer van zijn klant.

Indien een van die voorwaarden niet is vervuld, blijft de Belgische leverancier uiteindelijk gehouden tot het afdragen van de Belgische BTW, aangezien hij in feite niet kon leveren met vrijstelling van de BTW. Die BTW kan later, volgens de gewone regels, worden teruggegeven aan de leverancier wanneer de klant met terugwerkende kracht tot 1 januari 1993 een BTW-identificatienummer heeft bekomen en zo de vrijstelling van de BTW zal kunnen bewijzen.

B.

4. Reeds in maart 1992 werd door de Administratie van de BTW, registratie en domeinen een commentaar verspreid waarvan 15 exemplaren ten behoeve van de ambtenaren werden verstuurd aan elk BTW-controlekantoor.

Dat initiatief strekte ertoe om de ambtenaren, alsmede de privé-bedrijven, tijdig op de hoogte te brengen en het toonde tegelijk aan dat ook de administratie bij machte is om zelf, op vrij korte termijn, een commentaar van die omvang (ongeveer 150 blz.) te verspreiden (oplage van ongeveer 40.000 exemplaren). De commentaar zal ook worden opgenomen in de eerstvolgende BTW-revue.

De Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft de Belgische BTW-administratie gefeliciteerd voor die publikatie omwille van de correcte interpretatie van de richtlijn en ook voor die Europese primeur.

Sedert september 1992 werden bovendien aan ongeveer 2.500 ambtenaren cursus en onderricht verstrekt door de Centra voor beroepsopleiding met het oog op de assimilatie van de nieuwe BTW-wetgeving. Aan al die ambtenaren werd tevens niet alleen de voormelde publikatie afgegeven doch ook, naargelang van de parlementaire afwikkeling, het wetsontwerp nr 684 (Parl. stuk, Kamer, gewone zitting 1992-1993) en de overige parlementaire bescheiden.

De ambtenaren aan wie door mij werd toegestaan om ten behoeve van het bedrijfsleven uiteenzettingen te gaan houden, hebben telkens dezelfde documentatie rondgedeeld zodat er zeker geen discriminatie kon bestaan tussen de informatie die binnen de administratie werd rondgedeeld en die die aan de belastingplichtigen werd verstrekt.

De memorie van toelichting bij de wet van 28 december 1992 heeft daarenboven de doelstellingen van de voorgestelde wettelijke bepalingen uitvoerig uiteengezet en is een nuttig instrument voor de interpretatie van de nieuwe BTW-wetgeving.

Gelet, ten slotte, op de nieuwe Europese richtlijnen inzake BTW, onder meer die van 16 december 1991, en op de Europese richtlijnen die nog later moesten worden goedgekeurd (zie die van 19 oktober 1992 betreffende de harmonisatie van de tarieven en van 14 december 1992 betreffende de vereenvoudigingsmaatregelen en de overgangsbepalingen) werd begin 1992 door de administratie beslist om de BTW-handleiding volledig te herwerken in 1993, te meer daar, zoals uit de tekst van het ontwerp van wet tot wijziging van het Wetboek van de BTW (Parl. stuk, Kamer 684/1, zie hoger) ook duidelijk blijkt, heel wat basisteksten werden aangepast aan de bepalingen van de 6de BTW-richtlijn van 17 mei 1977.

Een wijziging in een economisch gerichte belasting, zoals de BTW, kan echter enkel slagen - en het imago van België in de EG versterken - wanneer tussen de administratie en de betrokken bedrijfsgroeperingen een nauwe samenwerking bestaat. Die laatsten hebben immers ook als plicht en taak om hun leden vertrouwd te maken met de nieuwe, vanaf 1 januari 1993, door hen toe te passen BTW-wetgeving.

C.

5. Met ingang van 1 januari 1993 zijn 390 ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen aangewezen voor de 29 motorbrigades van het land.

Behoudens speciale bepalingen staat de motorbrigade onder de algemene leiding van de hoofdcontroleur der douane.

Het hoofd van de brigade is een ambtenaar met de graad van verificateur die verantwoordelijk is voor de goede werking ervan.

6. De opdrachten toevertrouwd aan de motorbrigades der douane en accijnzen betreffen uitsluitend controles op de openbare weg met het oog op het doen naleven van verschillende wettelijke voorschriften en reglementeringen.

7. Voor de uitvoering van hun dienstopdrachten beschikken de motorbrigades momenteel over 135 dienstvoertuigen.

Die dienstwagens worden in de nabije toekomst met radioapparatuur uitgerust. De mogelijkheid wordt onderzocht ze eveneens uit te rusten met kopieerapparatuur.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 39bis2 voorkomens