Parlementaire vraag nr. 384 van de heer Gilles Vanden Burre d.d. 21.04.2021
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/052 d.d. 18.05.2021, blz. 218
Vraag nr. 384 van de heer volksvertegenwoordiger Gilles Vanden Burre van 21 april 2021 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:
Belastingtarief voor fietskoerierdiensten.
VRAAG
De activiteit van fietskoerierdiensten kan omschreven worden als het professionele gebruik van fietsen met of zonder elektrische trapondersteuning, met of zonder aanhanger, voor leveringen in de stad. Dit omvat leveringen met driewielige bakfietsen, fietsen met aanhangers, tweewielige bakfietsen of cargofietsen. Leveringen van maaltijden van het type Uber, waarbij er geen gebruik gemaakt wordt van professionele fietsen, vallen hier niet onder.
Leveringen per fiets zijn booming business in ons land, en de fietskoeriersector ontwikkelt zich in bijna alle stadscentra in Europa. De Commissie steunt dergelijke programma's trouwens via het project Cyclelogistics - Move goods by cycle.
In België wordt het potentieel geraamd op 500 banen en 20 miljoen geleverde pakjes per jaar tegen 2030 in de stedelijke gebieden, met een aanzienlijke vermindering van de externe kosten, zoals vervuiling, files, enz.
Het verschil in concurrentievermogen tussen een levering met een bestelwagen en een levering met een fietskoeriersdienst bedraagt echter nog steeds ongeveer twee euro per pakje, zo blijkt uit een doctoraatsproefschrift dat aan de Universiteit Antwerpen verdedigd werd in 2017.
1. Is het op grond van de Europese regelgeving toegestaan om een verlaagd btw-tarief toe te passen voor leveringen per fietskoeriersdienst?
2. Is het op grond van de Europese regelgeving toegestaan dat de lidstaten de toegepaste verlaagde btw-tarieven aanpassen?
3. Heeft België zich al gebogen over de toepassing van een verlaagd btw-tarief voor de activiteiten van fietskoerierdiensten?
ANTWOORD
van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 17.05.2021:
1 en 2. Op basis van de huidige bepalingen van de btw-richtlijn kunnen de lidstaten enkel een verlaagd btw-tarief toepassen op de categorieën van goederen en diensten die zijn opgenomen in de limitatieve lijst van bijlage III bij deze Richtlijn. Scooters, fietsen met aanhangers, tweedragers of bakfietsen zijn daarin niet opgenomen. Ook het afzonderlijk vervoer van goederen, ongeacht de wijze waarop, is niet opgenomen in deze bijlage.
3. Door de wet van 13 april 2019 tot instelling van een verlaagd btw-tarief bij de aankoop van fietsen en elektrische fietsen werd voor rijwielen en elektrisch aangedreven rijwielen, met inbegrip van speed pedelecs, al wel voorzien in de mogelijkheid om een verlaagd btw-tarief toe te passen. Die wet is op dit moment echter nog niet in werking getreden. De inwerkingtreding van die wet is immers afhankelijk gemaakt van het feit dat de btw-richtlijn op een dergelijke manier zou worden aangepast dat lidstaten rijwielen aan een verlaagd btw-tarief zouden kunnen onderwerpen. Dat is tot op heden nog niet gebeurd.
De Europese Commissie heeft wel al een nieuw voorstel om de bestaande bepalingen over verlaagde btw-tarieven grondig te hervormen en zo aan de lidstaten veel meer flexibiliteit te bieden bij de uitwerking van verlaagde tarieven. Op de Raad wordt over dit voorstel momenteel nog steeds onderhandeld.
Het is echter moeilijk te voorspellen binnen welke termijn een compromis bij de Raad zou kunnen worden goedgekeurd en welke vorm dit compromis precies zal aannemen.
In ieder geval ben ik vast van plan om in het kader van deze onderhandelingen te pleiten voor de mogelijkheid om een verlaagd btw-tarief toe te passen voor deze vormen van zachte en niet-vervuilende mobiliteit.