Vr. en Antw., Kamer, 1992-1993, nr. 50, blz. 4204-4205
BTW. - Grensoverschrijdende verhuur.
VRAAG
Is het verhuren van roerende goederen (vervoermiddelen of andere) door een bedrijf gevestigd in een andere EG-lidstaat dan België aan een in ons land gevestigde huurder of nemer al dan niet een overdracht in de zin van artikel 12bis, tweede lid, 6°, van het BTW-wetboek ?
ANTWOORD
Zoals het geacht lid aanhaalt in zijn vraag is het verzenden naar België van een goed (vervoermiddel of niet) door een onderneming gevestigd buiten België, maar binnen de gemeenschap, om het te verhuren aan een ontvanger gevestigd in België een geval van niet-overbrenging in de zin van de nieuwe artikelen 12bis, alinea 2, 6°, en 25quater, alinea 2, van het BTW-wetboek (gewijzigd door de wet van 28 december 1992; Belgisch Staatsblad van 31 december 1992).
Artikel 12bis, alinea 2, 6°, voorziet er immers in dat niet als overgebracht naar een andere lidstaat wordt beschouwd, elk lichamelijk goed dat door of voor rekening van een belastingplichtige wordt verzonden of vervoerd buiten België, maar binnen de gemeenschap met het oog op het tijdelijk gebruik van dat goed op het grondgebied van de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van het goed, ten behoeve van een dienstverrichting door de in de lidstaat van vertrek van de verzending of het vervoer gevestigde belastingplichtige.
Artikel 25quater, alinea 2, voorziet er anderzijds in dat een dergelijke verplaatsing evenmin wordt gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving van goederen.
Aangezien het hier dus een niet-overbrenging betreft, geeft het versturen van het goed (vervoermiddel of niet) dat over de grens heen in huur is gegeven onder de voormelde voorwaarden in hoofde van de verhuurder slechts aanleiding tot een verplichting, namelijk het houden van een bijzonder register van de niet-overbrengingen. In België is in die verplichting voorzien door de artikelen 23 en 24 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 (Belgisch Staatsblad van 31 december 1992). De belangrijkste vermeldingen die erin moeten worden opgenomen zijn de datum van de handeling, de naam, het adres en in voorkomend geval het BTW-nummer van de geadresseerde en de omschrijving van de verstuurde goederen (de waarde en de hoeveelheid) alsmede de datum waarop de goederen terugkomen.
Ik wil het geacht lid er evenwel op wijzen dat wanneer een van de voorwaarden, gesteld in artikel 12bis, alinea 2, 6°, van het BTW-wetboek niet langer vervuld is (bijvoorbeeld wanneer het goed wordt verkocht aan de huurder), het goed op dat ogenblik wordt geacht te zijn overgebracht naar een andere lidstaat, hetgeen voor de verhuurder de verplichting met zich brengt over te gaan tot een belaste verwerving (zie artikel 25quater van het BTW-wetboek) en tot het bekomen van een BTW-nummer (in voorkomend geval via de erkenning van een aansprakelijk vertegenwoordiger) in de lidstaat waarnaar het goed oorspronkelijk was verzonden met het oog op een tijdelijk gebruik ten behoeve van een dienstverrichting door de in de lidstaat van vertrek van de goederen gevestigde belastingplichtige (zie alinea 3 ingevoegd in artikel 12bis door het koninklijk besluit van 29 december 1992 tot wijziging van het BTW-wetboek).