Concessies op haventerreinen
Vlaamse zeehavens
Onroerende verhuur
VRAAG
Uit het antwoord op vraag nr. 1296 van Kamerlid Ortwin Depoortere van 16 mei 2006 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2005-2006, nr. 122, blz. 23808) blijkt dat de vier Vlaamse zeehavens u op 13 februari 2006 een brief hebben gestuurd over het probleem van de concessie voor de haventerreinen in het licht van het nieuwe standpunt over de op de domaniale concessies toepasselijke btw-regeling. Welke oplossing is er na deze gesprekken uit de bus gekomen?
ANTWOORD
Uit het arrest gewezen door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen op 25 oktober 2007 in de zaak C-174/06 Ministero delle Finanze - Ufficio IVA di Milano tegen CO.GE.P. Srl volgt dat het al dan niet exclusieve recht dat wordt verleend op het gebruik van een openbaar goed, namelijk gebieden van het maritieme domein, voor een bepaalde tijd en tegen een vergoeding, onder het begrip "verhuur van onroerende goederen" in de zin van artikel 135, § 1, l) van de richtlijn 2006/112/EG van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde valt. In het licht van dit arrest zijn de concessies op gronden gelegen in het havengebied derhalve onroerende verhuren vrijgesteld van de belasting krachtens artikel 44, § 3, 2°, van het Belgische Btw-Wetboek. Gelet evenwel op de bijzondere omstandigheden waarin de domaniale haven- en luchthavenconcessies plaatsvinden en zijn gereglementeerd op regioniaal niveau in ons land, onderzoekt mijn administratie dit arrest alsook de verschillende wetgevende mogelijkheden teneinde deze problematiek op te lossen rekening houdende met het gelijkheidsbeginsel inzake btw.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.