Vr. en Antw., Senaat
Vrijstelling van belasting - Sociale en politieke doeleinden
VRAAG
Ik verwijs naar het antwoord op de vraag van de geachte volksvertegenwoordiger Vansteenkiste (bulletin van Vragen en Antwoorden - Kamer, nr. 21, van 22 oktober 1974).
Kan de bewindsman mij meedelen door welke andere wetteksten de wetgever sociale doeleinden, inzake directe en indirecte belastingen, heeft willen bereiken?
Door welke directe of indirecte fiscale bepalingen heeft de wetgever politieke doeleinden willen bereiken?
ANTWOORD
Hierna volgt de opsomming van de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake directe en indirecte belastingen, die mijns inziens tegemoet komen aan de bezorgdheid van het geachte Lid.
I . Inzake directe en ermede gelijkgestelde belastingen
Aan de bepalingen die reeds vermeld werden in het antwoord op de parlementaire vraag gesteld door de heer volksvertegenwoordiger Vansteenkiste waarnaar het geachte Lid verwijst, dienen te worden toegevoegd:
1°artikel 10: aftrek op het kadastraal inkomen van woonhuizen;
2° artikel 19, 7°: vrijstelling van sommige inkomsten uit spaar- en gelddeposito's;
3° artikel 19, 8°: vrijstelling van sommige inkomsten uit kapitalen aangewend in door de Nationale Raad van coöperatie erkende samenwerkende vennootschappen;
4° artikel 19bis: aftrek op sommige andere niet in voormeld artikel 19, 7°, bedoelde roerende inkomsten (art. 19bis werd ingelast door art. 2, van de wet van 25 juli 1974 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en betreffende maatregelen van conjuncturele aard inzake hypothecaire leningen en bouwvergunningen);
5° artikel 42: vrijstelling voor de helft van de winsten die een onderneming besteedt tot aanbouw van arbeiderswoningen of voor andere inrichtingen ten behoeve van haar personeel, of nog,tot het toekennen van aanvullende leningen aan haar personeel voor het bouwen of aankopen van een woning;
6° artikel 44: op basis waarvan de aftrek als bedrijfslasten door de schuldenaar is toegelaten van:
- premies van individuele levensverzekeringen gestort ten bate van de leden van het personeel;
- stortingen aan pensioenkassen ten bate van de leden van het personeel;
- patronale premies van groepsverzekeringen;
- extra-wettelijke pensioenen gestort aan oud-leden van het personeel:
7° artikel 45, 5°: aftrek als bedrijfslasten van bijdragen verschuldigd ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een ermede gelijkgesteld sociaal statuut;
8° artikel 45, 6°: aftrek als bedrijfslasten van premies van individuele verzekeringen tegen lichamelijke ongevallen bij de beroepsuitoefening;
9° artikel 45, 7°: aftrek als bedrijfslasten van uitgaven of provisies die buiten elke wettelijke of contractuele verplichting uitsluitend worden gedaan of aangelegd om aan leden van het personeel of aan hun rechthebbenden sociale voordelen toe te kennen naar aanleiding van gebeurtenissen die niet rechtstreeks met de beroepswerkzaamheid van dit personeel in verband staan;
10° artikel 54, 1°: vrijstelling van de bijdragen van vrije verzekering tegen ziekte en invaliditeit of de bijdragen van aanvullende verzekering tegen dezelfde risico's, die de belastingplichtige aan een door België erkende mutualiteitsvereniging heeft gestort;
11° artikel 54, 2°, a): vrijstelling van de bijdragen van aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood gestort door bemiddeling van de werkgever door inhouding op de bezoldigingen van de belastingplichtige;
12° artikel 54, 2°, b): vrijstelling van bepaalde premies van individuele levensverzekeringen;
13° artikel 54, 3°: vrijstelling van de sommen besteed tot aflossing of herstelling van sommige hypothecaire leningen gesloten voor het bouwen, het verwerven of het verbouwen van een gebouwd onroerend goed en gewaarborgd door een tijdelijke verzekering bij overlijden met afnemend kapitaal;
14° artikel 54, 4°, d): bijzondere aftrek op de bedrijfsinkomsten die uitsluitend uit pensioenen bestaan;
15° artikel 54, 5°: aftrek van stortingen gedaan krachtens de wet betreffende de inrichting van een ouderdoms- en overlevingspensioenregeling ten voordele van de vrijwillig verzekerden;
16° artikel 71, § 1, 4°, littera e) en f): aftrek van liberaliteiten gedaan aan sommige instellingen met menslievend of weldadig doel en aan het Rode Kruis van België;
17° artikel 72: in mindering brengen van de gezamenlijke netto-inkomsten van een bijzondere aftrek voor de belastingplichtigen van meer dan vijfenzestig jaar oud (zestig jaar voor de ongehuwde vrouwen, voor de weduwen of voor de uit de echt gescheiden vrouwen);
18° de artikelen 81 en 86: belastingverminderingen voor gezinslasten en in het bijzonder voor de minder-valide kinderen die ten laste zijn;
19° artikel 87: belastingverminderingen voor jonge gezinnen;
20° artikel 92: omzetting in lijfrente (voor de taxatie) van sommige kapitalen, vergoedingen en afkoopvoorwaarden;
21° artikel 159: vermindering van de aanslagvoet van de onroerende voorheffing voor woningen toebehorend aan bouwmaatschappijen die door de Nationale Maatschappij voor de huisvesting of door de Algemene Spaar- en Lijfrentekas zijn erkend, voor eigendommen die als sociale woningen worden verhuurd en hetzij aan de commissies van openbare onderstand of aan de gemeenten toebehoren, hetzij aan de Nationale Landmaatschappij of aan de door haar erkende maatschappijen;
22° artikel 162: vermindering van de onroerende voorheffing betreffende:
- de door de belastingschuldige betrokken bescheiden woning;
- de door een groot-oorlogsinvalide betrokken woning;
- het onroerend goed betrokken door het hoofd van een gezin dat ten minste twee kinderen in leven telt en waarvan één of meer kinderen nog ten laste zijn.
Anderzijds worden eveneens sociale doelstellingen verwezenlijkt:
inzake directe belastingen:
door de wet van 10 juni 1928 tot aanmoediging van het bouwen van nieuwe woningen, door de tijdelijke vrijstelling (tien jaar) van de onroerende voorheffing;
en inzake gelijkgestelde belastingen:
door artikel 5, § 1, 3°, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, dat in de vrijstelling voorziet van verkeersbelasting voor voertuigen die als persoonlijk vervoermiddel worden gebruikt door groot-oorlogsinvaliden of door gebrekkigen.
Gelet op het zeer algemeen karakter van het laatste lid van zijn vraag, kan ik het geachte Lid ter zake slechts aanraden de voorbereidende werkzaamheden van de wet van 20 november 1962 houdende hervorming van de inkomstenbelastingen te raadplegen.
II . Inzake belasting over de toegevoegde waarde en met het zegel gelijkgestelde taksen
Krachtens artikel 37 van de wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, en tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, van 20 juli 1970, genomen ter uitvoering van dat artikel, is het verlaagde tarief van 5 pct. van toepassing op de leveringen van eerste levensbehoeften (levensmiddelen, brandstoffen, farmaceutische produkten, enz.), op leveringen en verhuur van goederen die klaarblijkelijk bestemd zijn voor gehandicapten, evenals op bepaalde dienstverrichtingen (personenvervoer,:zorgen verstrekt door kappers, enz.). Daarenboven voorziet het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 20, en artikel 77, § 2, van het BTW-Wetboek, onder bepaalde voorwaarden, in een gunstregeling ten voordele van bepaalde invaliden en gehandicapten voor de aankoop van een automobiel.
Verder stelt artikel 44 van hetzelfde Wetboek, van de belasting vrij, inzonderheid:
1° de diensten verstrekt door de personen die een medisch of paramedisch beroep uitoefenen (§ 1, 2°);
2° de diensten verstrekt door ziekenhuizen, psychiatrische instellingen, klinieken en dispensaria, de diensten voor gezinshulp, en het vervoer van zieken of gewonden met ziekenwagens (§ 2, 1°);
3° de diensten verstrekt door bejaardentehuizen, door zuigelingentehuizen, door instellingen die zich in hoofdzaak bezighouden met de jeugd (§ 2, 2°);
4° het verstrekken van onderwijs (§ 2, 4°);
5° de dienstverrichtingen betreffende onderwijskeuze en gezinsvoorlichting (§ 2, 5°).
Anderdeels zijn verschillende vrijstellingen van sociale aard ingevoerd, respectievelijk door de artikelen 176(2) en 198 van het Wetboek van de met het zegel gelijkgestelde taksen, inzake de jaarlijkse taks op de verzekeringscontracten (verzekeringen aangegaan ter uitvoering van de wet op de vergoeding van schade voortspruitende uit arbeidsongevallen en ter uitvoering van de wetten betreffende de verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood; de verzekeringen gesloten met hun leden, door de mutualiteitsverenigingen erkend overeenkomstig de wet van 23 juni 1894, enz.), en inzake aanplakkingstaks (plakbrieven uitgaande van bepaalde instellingen, plakbrieven betreffende uitsluitend het aanvragen en aanbieden van betrekkingen, enz.).
III . Inzake registratierechten (Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten)
Verlagingen van het recht gesteld voor de verkopingen:
- aan kopers die de aankooppremie genieten (art. 52);
- van kleine landeigendommen en van bescheiden woningen (art. 53);
- van bouwplaatsen bestemd tot het oprichten van bescheiden woningen (art. 57).
Verminderingen inzake het schenkingsrecht:
- voor bepaalde schenkingen in voordeel van het huwelijk (art. 132(1));
- ten bate van de begiftigde die minderjarige kinderen heeft (art. 135).
Registratie in debet voor akten opgemaakt ten verzoeke van personen die rechtsbijstand hebben verkregen (art. 160).
Vrijstelling van de formaliteit der registratie voor allerhande akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering van de sociale wetgeving, zoals die inzake kinderbijslagen, pensioenen, en meer algemeen de aangelegenheden onder de bevoegdheid van de arbeidsrechtbanken (art. 162).
Bepaling van het recht op de naturalisaties volgens de in, komsten van de betrokkene (art. 238).
Gunstregime inzake het recht op de aankopen, op de schenkingen en de inbrengen voor bepaalde maatschappijen met sociaal karakter (art. 51, 122, 140 en 161).
Vrijstelling van het evenredig recht ten aanzien van de inbreng in vennootschappen, die de verwezenlijking nastreven van verrichtingen als bedoeld bij artikel 10 van de wet betreffende de economische expansie (art. 302bis).
Inzake griffierechten:
Vrijstelling of vermindering voor zaken in verband met de uitvoering van de sociale wetgeving waarvoor vrijstelling van de formaliteit der registratie geldt (art. 279(1) tot 281).
IV. Inzake successierechten (Wetboek der successierechten)
- abattementen (art. 54);
- vermindering wegens minderjarige kinderen (art. 56);
- gunstregime voor bepaalde maatschappijen met sociaal karakter (art. 59).
V. Inzake zegelrechten (Wetboek der zegelrechten)
- zegeling in debet, waar registratie in debet mogelijk is (art. 58);
- vrijstelling voor allerhande akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering van de sociale wetgeving (art. 59(1)).
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.