Forfaitaire regeling. Vereenvoudigde regeling. Boekhouding. Vennootschap. Forfaitaire grondslagen. Bijzondere regeling · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

379 9 september 1986

Zoeken

Forfaitaire regeling. Vereenvoudigde regeling. Boekhouding. Vennootschap. Forfaitaire grondslagen. Bijzondere regeling

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/379-forfaitaire-regeling-vereenvoudigde-boekhouding-vennootschap-5a13

Nummer
379
Datum
9 september 1986

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

27 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat G.Z. 1986-1987 blz. 89

Forfaitaire regeling - Vereenvoudigde regeling - Boekhouding - Vennootschap - Forfaitaire grondslagen - Bijzondere regeling

VRAAG

Uw departement sluit met de vertegenwoordigers van sommige handelssectoren akkoorden om de BTW op de omzet en de brutowinst forfaitair te kunnen berekenen, wat de inkomstenbelasting betreft.

Om mijn vraag toe te lichten haal ik het geval aan van de boekhandels die een goed voorbeeld zijn van het probleem dat hieronder wordt uiteengezet.

Al brengt deze vereenvoudigde regeling ongetwijfeld geen moeilijkheden mee wanneer de handelaar een natuurlijke persoon is met een vereenvoudigde boekhouding, d.w.z. dat hij in hoofdzaak de aankopen boekt, toch zie ik niet in hoe dit forfaitair stelsel toegepast wordt wanneer het om een vennootschap gaat die een volledige dubbele boekhouding voert volgens de wet op de boekhouding en die onderworpen is aan de vennootschapsbelasting.

Met haar volledige boekhouding beschikt deze vennootschap immers over haar werkelijk verkoopcijfer, wat de BTW betreft, doch wat de vennootschapsbelasting betreft, haalt zij een jaarresultaat (winst of verlies), dat even reëel is.

Kan u mij daarom het volgende meedelen.

1. In verband met de BTW : kan de omzet forfaitair worden berekend voor vennootschappen ?

2. In verband met de inkomstenbelastingen : kan de brutowinst forfaitair worden berekend voor de vennootschappen ?

3. Gesteld dat het antwoord op de eerste vraag bevestigend is : kan de brutowinst forfaitair worden berekend voor de vennootschappen ?

4. Gesteld dat het antwoord op de eerste vraag bevestigend is :

hoe kan de vennootschap het verschil opheffen tussen de omzet BTW die forfaitair wordt berekend en de werkelijke omzet volgens haar boekhouding ?

5. Gesteld dat het antwoord op de tweede vraag bevestigend is : hoe kan de vennootschap het verschil opheffen tussen de brutowinst die forfaitair wordt betekend en de werkelijke brutowinst die uit haar boekhouding blijkt ?

6. Gesteld dat het antwoord op de eerste vraag bevestigend is : gaat het om een mogelijkheid of een verplichting ?

7. Gesteld dat het antwoord op de tweede vraag bevestigend is : gaat het om een mogelijkheid of een verplichting ?

ANTWOORD

Belasting over de toegevoegde waarde (punten 1, 3 en 5).

Artikel 1, § 1, 1o, van het koninklijk besluit nr. 2 van 7 november 1969 met betrekking tot de vaststelling van forfaitaire grondslagen van aanslag voor de belasting over de toegevoegde waarde bepaalt dat, om van de forfaitaire regeling te kunnen genieten, de belastingplichtige een fysiek persoon moet zijn of een vennootschap onder gemeenschappelijke naam, een vennootschap bij wijze van eenvoudige geldschieting of een personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid.

Het betreft een mogelijkheid, zodat deze vennootschappen steeds kunnen opteren voor de normale BTW-regeling.

Alle andere vennootschappen, met inbegrip van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, zijn hiervan uitgesloten.

De forfaitaire regeling berust op een akkoord tussen de administratie en de belastingplichtige en gaat ervan uit dat deze laatste zijn bedrijf uitbaat onder normale omstandigheden die hem toelaten deze regeling te genieten.

Indien uit de volledige boekhouding, gehouden door een hierboven bedoelde vennootschap, zou blijken dat de werkelijke ontvangsten gevoelig zouden afwijken van de forfaitair berekende ontvangsten, dan zou deze vennootschap dienen uitgesloten te worden van de forfaitaire regeling, gelet op het feit dat niet meer is voldaan aan alle gestelde voorwaarden om ze te genieten.

Inkomstenbelastingen (punten 2, 4 en 6).

Uit de bepalingen van artikel 248 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen blijkt ondubbelzinnig dat alleen bij gebreke van bewijskrachtige gegevens, geleverd hetzij door de belastingplichtige, hetzij door de administratie, forfaitaire grondslagen van aanslag mogen worden aangewend.

Die grondslagen zijn bijgevolg niet toepasselijk op belastingplichtigen--natuurlijke personen of vennootschappen--die de nodige bewijskrachtige boeken en bescheiden houden om de belastbare inkomsten vast te stellen.

Bovendien wens ik te beklemtonen dat er inzake inkomstenbelastingen voor de taxatie van de boekhandelaars sedert verscheidene jaren geen forfaitaire grondslagen van aanslag meer bestaan.