Parlementaire vraag nr. 377 van de heer Steven Matheï d.d. 14.04.2021 · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

377 14 april 2021

Zoeken

Parlementaire vraag nr. 377 van de heer Steven Matheï d.d. 14.04.2021

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/377-artikel-44-btw-wetboek-steven-87ad

Nummer
377
Datum
14 april 2021

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

13 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 377 van de heer Steven Matheï d.d. 14.04.2021

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/052 d.d. 18.05.2021, blz. 216

Vraag 377 van de heer volksvertegenwoordiger Steven Matheï van 14 april 2021 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

Artikel 44, § 2, 11° van het Btw-wetboek.

VRAAG

Bepaalde goederen en diensten zijn vrijgesteld van btw door artikel 44 van het Btw-wetboek.

Artikel 44, § 2, 11° stelt vrij van btw: "de diensten en de nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen ten behoeve en in het gemeenschappelijk belang van hun leden, verricht tegen betaling van een krachtens de statuten bepaalde bijdrage, door instellingen die geen winst beogen en doeleinden van politieke, syndicale, religieuze, levensbeschouwelijke, vaderlandslievende, filantropische of staatsburgerlijke aard nastreven". De Koning kan, ter voorkoming van concurrentieverstoring, de vrijstelling afhankelijk maken van aanvullende voorwaarden.

Naar verluidt zou er ooit gesteld zijn dat er een koninklijk besluit zou volgen dat betrekking heeft op artikel 44, § 2, 11° van het btw-wetboek.

Zal een koninklijk besluit worden gepubliceerd dat betrekking heeft op artikel 44, § 2, 11° van het Btw-wetboek? Zo ja, wanneer zal dit worden gepubliceerd en wat wordt door het koninklijk besluit bepaald? Zo nee, waarom niet?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 17.05.2021:

Aangezien er aan mijn diensten nooit geen specifieke vragen zijn gesteld of problemen werden gemeld in verband met de toepassing van het begrip "concurrentieverstoring" in het kader van de vrijstelling vervat in artikel 44, § 2, 11°, van het btw-Wetboek, werd er nooit een koninklijk besluit opgesteld.

Bij de analyse van deze wettekst is wel gebleken dat de Europese reglementering uitdrukkelijk bepaalt dat de betrokken vrijstelling maar mag worden toegepast als die niet tot verstoring van de mededing kan leiden. De huidige formulering van de wettekst zet de Europese reglementering dus onvoldoende dwingend om in onze nationale wetgeving.

Mijn diensten zullen daarom het nodige doen om de bewoordingen van artikel 44, § 2, 11°, van het btw-Wetboek te wijzigen om deze in overeenstemming te brengen met de bewoordingen van de Europese reglementering. Op die manier zal de omzetting van de voorwaarde inzake concurrentieverstoring perfect aansluiten bij de manier waarop dat is gebeurd voor de vrijstelling bedoeld in artikel 44, § 2bis, van het btw-Wetboek inzake zelfstandige groeperingen, waar de Europese reglementering dergelijke voorwaarde in dezelfde bewoordingen oplegt.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 447 voorkomens