Teruggaaf van BTW-tegoeden. Termijn · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

374 22 juli 1983

Zoeken

Teruggaaf van BTW-tegoeden. Termijn

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/374-teruggaaf-btw-tegoeden-termijn-renterghem-63c9

Nummer
374
Datum
22 juli 1983

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

16 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1982-1983, nr. 43, blz. 3589

Teruggaaf van BTW-tegoeden - Termijn

VRAAG

Blijkens inlichtingen wordt het bedrag van een BTW-teruggave binnen de 2 à 3 maand na de kwartaalafsluiting aan de BTW-plichtigen teruggestort.

Als nu echter mocht blijken dat deze BTW-plichtige ten opzichte van een financiële instelling een sterk negatief saldo vertoont, dan zou deze financiële instelling - na de BTW-administratie in kennis te hebben gesteld - het bedrag van een eventuele BTW-teruggave kunnen opvorderen.

Nu blijkt echter dat deze termijn aanzienlijk langer zou zijn dan twee à drie maanden en dat - niettegenstaande deze lange wachttijd - geen interesten worden verrekend.

Graag had ik desbetreffende van de achtbare heer Minister vernomen:

1. of deze aan mij gesignaleerde toestand aan de werkelijkheid beantwoordt;

2. of het al dan niet wenselijk zou zijn passende maatregelen uit te vaardigen om aan deze langdradige toestand een einde te maken?

ANTWOORD

De administratie stelt alles in het werk, zodanig dat de teruggaven inzake de belasting over de toegevoegde waarde, welke ten bate van de belastingplichtigen mogen gedaan worden, naar de regel kunnen uitgevoerd worden binnen 2 à 3 maand na het kalenderkwartaal waarop de teruggave betrekking heeft.

Die termijn is toepasselijk in al de gevallen waarbij de belastingplichtigen, bij toepassing van het ministerieel besluit nr. 9 van 25 april 1972, aan een financiële instelling naar hun keuze volmacht hebben gegeven voor het ontvangen van het creditsaldo blijkend uit hun BTW-rekening-courant, en wordt niet beïnvloed door de stand van de rekening van de rechthebbende belastingplichtigen bij de bank waaraan zij volmacht hebben gegeven.

De langere teruggavetermijn die door het geacht Lid wordt opgeworpen, is deze welke toepasselijk is wanneer de teruggave niet meer aan de belastingplichtige of aan zijn gevolmachtigde financiële instelling mag terugbetaald worden omdat er een procedure van verzet is ingesteld, als gevolg van een aan de administratie betekend exploot houdende beslag onder derden of overdracht van schuldvordering.

Dergelijke gevallen nopen de controlekantoren tot een bijkomend onderzoek van het dossier van de belastingplichtige lastens wie verzet werd betekend en vergen aanvullende formaliteiten, wat de facto een verlenging van de uitvoeringstermijn met zich brengt.

Een verkorting van de teruggavetermijn in geval van verzet kan niet beoogd worden zonder dat de Staat het gevaar loopt in verkeerde handen uit te betalen.

Wat tenslotte de interesten betreft, is het zo dat krachtens artikel 91, § 3, van het BTW-Wetboek er door de Staat van rechtswege een interest is verschuldigd van 1% per maand over de belastingtegoeden die overeenkomstig artikel 76, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, aan de belastingplichtige moeten worden teruggegeven en waarvan de teruggaaf niet daadwerkelijk werd uitgevoerd uiterlijk 31 maart van het jaar na het jaar waarin het belastingtegoed is ontstaan.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 761 voorkomen
WBTW art. 911 voorkomen