Bewijs van intracommunautaire leveringen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

365 13 mei 2020

Zoeken

Bewijs van intracommunautaire leveringen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/365-bewijs-intracommunautaire-leveringen-benoit-piedboeuf-5ed7

Nummer
365
Datum
13 mei 2020

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

19 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 365 van de heer Benoît Piedboeuf d.d. 13.05.2020

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/021 d.d. 18.06.2020, blz. 156

Vraag nr. 365 van de heer volksvertegenwoordiger Benoît Piedboeuf van 13 mei 2020 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingszaken:

Btw. - Bewijs van intracommunautaire leveringen.

VRAAG

Volgens artikel 2 van het nieuw koninklijk besluit nr. 52 tot uitvoering van het Btw-Wetboek moet een btw-plichtige die een intracommunautaire levering verricht, blijkbaar "steeds in het bezit zijn van alle documenten waaruit de echtheid van de levering van goederen blijkt. Die documenten omvatten onder meer de contracten, de bestelbons, de facturen en de betalingsdocumenten."

Wanneer het transport door of voor rekening van de koper wordt uitgevoerd, binnen welke termijn wordt die voorwaarde dan geacht vervuld te zijn?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingszaken van 15.06.2020:

De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de verplichting van de verkoper om, teneinde het bewijs te leveren van een vrijstelling van btw om reden van een intracommunautaire levering van goederen, ten allen tijde in het bezit te zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de levering van goederen blijkt (daaronder begrepen onder meer de contracten, de bestelbons, de facturen en de betalingsstukken), die vervat gaat in artikel 2 van het nieuwe koninklijk besluit nr.52 van 11 december 2019, al bestaat sinds de invoering van de regeling van de intracommunautaire handelingen betreffende goederen op 1 januari 1993. Deze bepaling was voordien opgenomen in artikel 3 van het oude koninklijk besluit nr.52 van 29 december 1992.

De verkoper dient ten allen tijde in het bezit te zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer blijkt en die hij op ieder verzoek van de met de controle van de btw belaste ambtenaren moet kunnen overleggen.

Dit bewijs moet voortvloeien uit gebruikelijke handelsstukken die het bestaan van het vervoer of de verzending van de goederen naar de andere lidstaat vaststellen. Elk bewijsstuk is toegelaten, maar geen enkel bijzonder stuk is op zich voldoende of onmisbaar.

Wanneer het vervoer verricht wordt voor rekening van de koper, door een vervoercommissionair of een vervoerondernemer, kunnen de gebruikelijke handelsstukken, aangevuld met een kopie van de gebruikelijke handelsstukken die werden opgesteld door de vervoerder en waarover de koper beschikt (bijvoorbeeld een kopie van een C.M.R. en van de factuur van de vervoerder), het de verkoper mogelijk maken het bewijs te leveren van het vervoer of de verzending van de goederen.

Bovendien kan een geschreven opdracht (e-mail, telex, bestelbon, enz.) die uitgaat van de koper, waarin hij uitdrukkelijk vermeldt dat de goederen bestemd zijn om te worden vervoerd naar een andere lidstaat, een element van aanvullend bewijs vormen.

Wanneer het vervoer wordt verricht door de koper met zijn eigen vervoermiddelen, moeten de hiervoor opgesomde bewijsmiddelen het ook in dit geval mogelijk maken het bestaan van het vervoer aan te tonen. Doordat er geen vervoerder tussenkomt is het evenwel moeilijker om het bestaan van het vervoer te bewijzen. Het is om die reden dat artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 52 als bijkomend bewijselement heeft voorzien in een bestemmingsdocument, dat onder andere de coördinaten van de verkoper en de koper, de omschrijving van de goederen, de datum van uitreiking en het nummer van de factuur, de plaats van aankomst van de goederen en de datum van ontvangst van de goederen bevat. Dit bestemmingsdocument kan eveneens worden gebruikt wanneer het vervoer wordt verricht voor rekening van de koper.

Verwezen wordt naar artikel 45bis van de uitvoeringsverordening (EU) nr.282/2011 van de Raad van 15 maart 2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde en naar artikel 3, § 2 en 3, van het koninklijk besluit nr. 52, die een vermoeden invoeren, behoudens tegenbewijs door de administratie, dat de goederen zijn verzonden of vervoerd vanuit België naar een andere lidstaat wanneer de leverancier in het bezit is van deze bewijsstukken. Dat vermoeden is evenwel niet van toepassing wanneer de leverancier wist of moest weten dat de goederen niet vanuit België naar een andere lidstaat werden verzonden of vervoerd.

Bovendien moet de vrijstelling van een intracommunautaire levering worden verworpen wanneer vastgesteld wordt, aan de hand van objectieve elementen, dat de leverancier de op hem rustende verplichtingen inzake bewijs niet is nagekomen of dat hij wist of moest weten dat de door hem verrichte handeling betrokken was in een door de afnemer begane fraude en hij niet alle redelijke maatregelen in zijn macht heeft genomen om te vermijden deel te nemen aan die fraude.

In eerste instantie is het de koper die beschikt over het merendeel van de bewijselementen. Bijgevolg komt het toe aan de belastingplichtige leverancier om zich ervan te verzekeren dat zijn klant hem de nodige bewijzen zal aanleveren. Ook al is er geen bepaalde termijn voorzien, dan nog is het in elk geval verplicht dat de leverancier, in geval van een controle van de fiscale administratie, in het bezit is van alle deze bewijselementen. Wanneer de controle wordt verricht kort na de levering en hij nog niet in het bezit is van die elementen, moet de belastingplichtige in staat zijn om aan te tonen dat hij alle nodige stappen heeft gezet bij zijn koper en dat hij die bewijzen op korte termijn zal kunnen verstrekken.

Bij gebreke daaraan, in afwezigheid van de bewijsstukken, heeft de leverancier de op hem rustende verplichtingen om aan te tonen dat de toepassingsvoorwaarden van de vrijstelling (vervoer van de goederen naar een andere lidstaat) werden voldaan, niet vervuld en zal de administratie gehouden zijn om de btw over de handeling van hem te vorderen.

De leverancier moet die bewijsstukken bewaren gedurende de in artikel 60 van het Btw-Wetboek bepaalde termijn, met name zeven jaar te rekenen vanaf 1januari van het jaar volgend op hun datum van uitreiking.

Aangehaalde teksten

4

Administratieve doctrine

5

« … verplichtingen om aan te tonen dat de toepassingsvoorwaarden van de vrijstelling (vervoer van de goederen naar een andere lidstaat) werden voldaan, niet vervuld en zal de administratie gehouden zijn om de btw over de handeling van hem te vorderen (zie schriftelijke parlementaire vraag nr. 365 van de heer Volksvertegenwoordiger Benoît Piedboeuf van 13.05.2020 ). In het kader van de intracommunautaire levering van een nieuw vervoermiddel waarbij de koper zelf met het voertuig naar de lidstaat van bestemming rijdt, kunnen onder meer volgende documenten een element vormen in het geheel van bewijzen dat door de … »

Vrijstellingen voor intracommunautaire leveringen en verwervingen (01.03.2026)Administratieve commentaar01.03.2026

Bekijk de 5 documenten