Diensten. onroerend goed. onroerende verhuur · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

363 10 mei 2012

Zoeken

Diensten. onroerend goed. onroerende verhuur

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/363-diensten-onroerend-goed-onroerende-verhuur-6a68

Nummer
363
Datum
10 mei 2012

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

8 paragrafen

Vragen en Antwoorden, Kamer 2011-2012, nr. 84 d.d. 09.10.2012, blz. 62

Diensten

Onroerend goed

Onroerende verhuur

VRAAG

Wanneer bedrijven een onroerend goed ter beschikking stellen, is het volstrekt onduidelijk in welk geval er al dan niet btw verschuldigd is en ze dus moeten overgaan tot een herziening van de eerder bij de aankoop of de bouw van het onroerend goed in aftrek gebrachte btw. Volgens uw administratie, de jurisprudentie van het Hof van Cassatie in de zaak-Mons Expo van 4 juni 2010, rol nr. C.09.0285 en de meerderheid van de rechtspraak van hoven en rechtbanken is er geen btw verschuldigd op vastgoedverhuur, wanneer er sprake is van een 'betrekkelijk passieve' of een 'passieve' terbeschikkingstelling van een onroerend goed. Het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaken-Seeling en -BLM en een minderdheid van de Belgische rechtspraak is daarentegen de mening toegedaan dat vastgoedverhuur vrijgesteld is van btw zodra er een werkelijke wilsovereenstemming bestaat inzake de duur van het genot en het recht om de woning te gebruiken en andere personen daarvan uit te sluiten. De criteria die het Hof van Justitie in het arrest-Seeling hanteert, hebben op zijn minst het voordeel van de duidelijkheid. Waarom legt uw administratie ontoepasbare criteria als 'betrekkelijk passieve activiteit' op, hoewel het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaken-Seeling en -BLM duidelijke criteria naar voren heeft geschoven ?

ANTWOORD

(van de heer Vanackere Vice-Eersteminister en Minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken)

Het begrip onroerende verhuur werd inderdaad verduidelijkt naar aanleiding van verschillende arresten gewezen door het Hof van Justitie van de Europese Unie, die het hebben omschreven als een handeling waardoor een verhuurder een huurder voor een overeengekomen tijdsduur en onder bezwarende titel het recht verleent een onroerend goed te gebruiken en ieder ander uit te sluiten van het genot van dat recht. Sommige arresten hebben eveneens verduidelijkt dat onroerende verhuur in principe een betrekkelijk passieve activiteit is die enkel verband houdt met het tijdsverloop en die geen betekenisvolle toegevoegde waarde oplevert (zie inzonderheid punt 52 van het arrest Goed Wonen van 4 oktober 2001 - zaak C-326/99 - en het punt 20 van het arrest Temco van 18 november 2004 - zaak C-284/03). Het Belgisch administratieve standpunt is bijgevolg in overeenstemming met de Europese rechtspraak.

Aangehaalde teksten

2

Administratieve doctrine

3

« … onroerende verhuur gekenmerkt door een relatief passieve houding van de verhuurder in het beheer van het onroerend goed (zie subrubrieken a en b, van deze rubriek). Het Belgische administratieve standpunt is in overeenstemming met deze Europese rechtspraak ( schriftelijke parlementaire vraag nr. 363 van de heer Senator François-Xavier de Donnéa van 10.05.2012 ). Betreffende de criteria die toelaten om de terbeschikkingstelling van een onroerend goed anders te kwalificeren en inzake de inmenging van de verhuurder in de exploitatievoorwaarden van de huurder, dient de objectieve aard van de betrokken handeling in … »

Diensten (01.10.2022), Specifieke topics, Onroerende goederenAdministratieve commentaar25.10.2022

Bekijk de 3 documenten