Prestaties van zelfstandige diëtisten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

35 20 juli 1995

Zoeken

Prestaties van zelfstandige diëtisten

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/35-prestaties-zelfstandige-dietisten-ansoms-dietist-aaae

Nummer
35
Datum
20 juli 1995

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

21 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1995-1996, nr. 8, blz. 709-711.

BTW-Revue nr. 119, blz. 83

Prestaties van zelfstandige diëtisten.

VRAAG

De zelfstandige diëtisten, die tot de groep van dienstverlenende paramedici behoren, zijn BTW-plichtig. Deze verplichting is nochtans uitzonderlijk voor de prestaties van andere paramedici in de dienstverlenende sector.

Nochtans is de rol van diëtisten niet onbelangrijk in onze samenleving. Dit werd bij verschillende officiële uitspraken kenbaar gemaakt. Enkele voorbeelden hiervan zijn de toespraak van de staatssecretaris van Volksgezondheid naar aanleiding van de installatie van de Nationale voedingsraad op 2 juli 1991 alsmede de vraag aan de staatssecretaris van Volksgezondheid en Milieu van 14 mei 1984 waarbij beide academiën van geneeskunde in acht rapporten voorstellen formuleren waarbij de rol van de diëtisten essentieel wordt geacht ter verwezenlijking van de aanbevelingen.

Daarenboven blijkt bij voeding-gerelateerde ziekten zoals hart- en vaatziekten, diabetes, obesitas, spijsverteringsstoornissen het voedingsadvies noodzakelijk en zeer efficiënt. Een tijdig inschakelen van de diëtist leidt tot een aanzienlijke kostenvermindering van de behandeling omdat men niet zo snel en onmiddellijk dient over te stappen naar dure geneesmiddelen.

Er is ook een probleem van discriminatie tegenover de collega's diëtisten die in loonverband werken in een medische instelling waarbij zij geen BTW hoeven aan te rekenen.

1. Welke maatregelen gaat u nemen teneinde de concurrentievervalsing tussen de diëtisten onderling op te heffen?

2. In welke mate is een opheffing van het zware BTW-tarief mogelijk?

ANTWOORD

Ingevolge artikel 44, § 1, 2°, van het BTW-Wetboek zijn de diensten die in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid worden verricht door artsen, tandartsen, kinesitherapeuten, vroedvrouwen, verplegers en verpleegsters, verzorgers en verzorgsters, ziekenoppassers en ziekenoppassters, masseurs en masseuses van wie de diensten van persoonsverzorging zijn opgenomen in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering van de BTW vrijgesteld.

Derhalve geldt de bovengenoemde vrijstelling niet ten aanzien van de diensten met betrekking tot lichaamsverzorging die niet in bovengenoemde nomenclatuur zijn opgenomen en onder meer worden verstrekt door diëtisten.

De diensten die bestaan in het verstrekken van inlichtingen en het geven van raad in verband met voedingsleer en vermageringskuren door zelfstandige diëtisten zijn derhalve aan de BTW onderworpen tegen het normale BTW-tarief dat thans 20,5 % bedraagt.

Anderzijds omvat de vrijstelling van artikel 44, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek op grond waarvan de diensten en de leveringen van goederen die daarmee nauw samenhangen in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid verricht door onder meer ziekenhuizen, het geheel van de onderscheiden diensten die aan ziekten en gewonden worden verstrekt, zodat ook de prestaties inzake het voedingsadvies bovengenoemde vrijstelling kunnen genieten.

De hiervoor vermelde vrijstelling bepaald in artikel 44, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek neemt evenwel niet weg dat diëtisten die op zelfstandige basis in een ziekenhuis werken, eveneens de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige hebben en bijgevolg de BTW moeten aanrekenen over de aan het ziekenhuis of, in voorkomend geval, rechtstreeks aan de patiënten aangerekende vergoedingen.

De omstandigheid dat loontrekkenden en andere personen die met hun werkgever een arbeidsovereenkomst hebben aangegaan of enige andere juridische band hebben waaruit een verhouding van ondergeschiktheid ontstaat ten aanzien van de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden en de verantwoordelijkheid, van de belastingheffing worden uitgesloten, is gesteund op artikel 4.4 van de zesde richtlijn van de raad van 17 mei 1977.

Overigens komt het mij voor dat gelet op het verschil in al zijn aspecten tussen het statuut van een zelfstandige en een loon- of weddetrekkende, de BTW bezwaarlijk als oorzaak van concurrentievervalsing kan aangevoerd worden.

2. Sedert 1 januari 1993 kunnen de lid-staten enkel een verlaagd BTW- tarief toepassen voor de leveringen van goederen en diensten opgesomd in een limitatieve lijst vastgesteld door de Raad van de Europese Gemeenschappen en opgenomen als bijlage bij de richtlijn 92/77/EEG van de Raad van 19 oktober 1992, tot aanvulling van het gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde en tot wijziging van de richtlijn 77/388/EEG (onderlinge aanpassing van de BTW-tarieven).

Zelfs indien welbepaalde diensten verstrekt door die diëtisten zouden kunnen aangemerkt worden als een dienst bedoeld in punt 16 van voornoemde bijlage, met name, het verstrekken van medische verzorging, kan zeker niet in het algemeen worden gesteld dat het geven van inlichtingen en raad in verband met de algemene voedingsleer steeds kadert in een medische behandeling.

Overigens is het niet mogelijk om op het vlak van de BTW-tarieven een onderscheid te maken tussen de diensten verstrekt door diëtisten naargelang van de doelstelling van de dienstprestatie.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 443 voorkomens