Belastingplichtige. Belastingplicht. Landbouwschool. Onderwijs. Beroepsopleiding. Vruchten van de arbeid van leerlingen. Instelling · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

34 21 december 1977

Zoeken

Belastingplichtige. Belastingplicht. Landbouwschool. Onderwijs. Beroepsopleiding. Vruchten van de arbeid van leerlingen. InstellingBelastingplichtige. Belastingplicht. Landbouwschool. Onderwijs. Beroepsopleiding. Vruchten van de arbeid van leerlingen. Instelling voor geesteszieken. Psychiatrische inrichting. Vrijstelling. School. Verschaffen van spijzen en dranken. Schoolmaaltijden

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/34-belastingplichtige-belastingplicht-landbouwschool-onderwijs-beroepsopleiding-0e4a

Nummer
34
Datum
21 december 1977

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat, G.Z. 1977-1978 blz. 588

Belastingplichtige - Belastingplicht - Landbouwschool - Onderwijs - Beroepsopleiding - Vruchten van de arbeid van leerlingen - Instelling voor geesteszieken - Psychiatrische inrichting - Vrijstelling - School - Verschaffen van spijzen en dranken - Schoolmaaltijden

VRAAG

Verschillende instellingen die door het Rijk worden gesubsidieerd bedrijven bepaalde aktiviteiten met winstgevend doel, b.v. een landbouwschool, waar de produkten voor een groot deel de vruchten zijn van de arbeid van de leerlingen: ze worden verkocht aan handelaars of op een veiling. Zelfs is mij een geval gesignaleerd, waar de produktie verkocht wordt rechtstreeks aan de verbruiker. Dit kan gemakkelijk, omdat men toch iets moet doen met de opbrengst van de gekweekte dieren en de opbrengsten van de akker- en tuinbouwgewassen afkomstig van de bewerkte oppervlakten en proefvelden.

ANTWOORD

Bij navraag geeft men op dat de winsten dienen voor naschoolse aktiviteiten. Dit zal dan wel gebeuren dat deze gelden een bestemming krijgen die strookt met de geest en de zin van de hoofdverantwoordelijke van de instelling.

Deze verkopen gebeuren dan ook, zonder dat ergens een bijdrage betaald wordt als zelfstandige, BTW-verplichting, of enige vorm van belasting. Ongetwijfeld een concurrentievervalsende methode tegenover de kleinhandelaar, die wel aan al de vermelde maatregelen is onderworpen.

Een ander geval. In een instelling voor geesteszieken geeft men maaltijden. Dit kan aan zeer goedkope prijzen. Men gebruikt de apparatuur van de instelling, patiënten helpen aan de bereiding en de opdiening. De eetplaats is een refter van de instelling en wordt aldus door de instelling onderhouden. Men kan in massa aankopen doen. Niemand kan kontroleren wat wordt verbruikt voor de consumptie die aan de instelling vreemd is.

Zonder twijfel mogen wij aannemen dat de geboekte winsten in hoofdzaak dienen voor de aankoop van ontspanningsmiddelen, sport- of culturele aktiviteiten. Voor deze vermelde aktiviteiten zou toch voldoende moeten ingeschreven worden op de begroting van de instelling en ook toegestaan worden door de kontrolerende instanties.

Is de geachte Minister akkoord met deze werkwijzen, rekening houdend met de concurrentievervalsing die erin steekt ?

Deze praktijken zetten ook de deur wagenwijd open voor een niet te controleren boekhouding.

Antwoord: Overeenkomstig artikel 44, § 2, 1° en 4°, van het BTW-Wetboek worden de diensten verstrekt door psychiatrische inrichtingen en het onderwijs verstrekt door onderwijsinrichtingen van belasting vrijgesteld. Deze vrijstelling strekt zich krachtens artikel 5 van datzelfde wetboek ook uit tot al de handelingen welke in het kader van die vrijgestelde werkzaamheid worden verricht.

Dit is onder meer het geval ten aanzien van landbouwscholen die, onder de voorwaarden gesteld door het ministerieel besluit van 14 oktober 1933 betreffende de aanvaarding van bestellingen door de gesubsidieerde technische scholen, onder niet-commerciële omstandigheden produkten verkopen die door hun leerlingen werden voortgebracht.

Evenzo is het verschaffen van spijzen en dranken door psychiatrische inrichtingen aan personen die in die inrichting verblijven en aan diegenen die de zieken bezoeken of vergezellen van de belasting vrijgesteld. Er kan evenwel geen aanspraak op vrijstelling worden gemaakt ten aanzien van het verschaffen van spijzen en dranken door zulke instellingen in een lokaal dat voor iedereen toegankelijk is. In dit verband wordt overigens erop gewezen dat wanneer zulke instellingen een openbaar lichaam zijn, het verschaffen van spijzen en dranken door deze instellingen in een lokaal dat voor het publiek vrij toegankelijk is, bij toepassing van artikel 6 van het BTW-Wetboek en artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 26, van 2 december 1970, aan de belasting is onderworpen.

Daar het geachte lid in zijn vraag blijkbaar concrete gevallen beoogt, zal de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, mits haar de naam en het adres van de betrokken inrichtingen worden medegedeeld, deze zaak grondig onderzoeken.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 441 voorkomen
WBTW art. 61 voorkomen