Informatiedeling FOD Financiën in het kader van bestuurlijke handhaving · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

339 29 april 2020

Zoeken

Informatiedeling FOD Financiën in het kader van bestuurlijke handhaving

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/339-informatiedeling-fod-financien-in-kader-ceee

Nummer
339
Datum
29 april 2020

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

26 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 339 van de heer Steven Matheï d.d. 29.04.2020

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/019 d.d. 27.05.2020, blz. 178

Vraag nr.339 van de heer volksvertegenwoordiger Steven Matheï van 29 april 2020 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingszaken:

Informatiedeling FOD Financiën in het kader van bestuurlijke handhaving.

VRAAG

De Arrondissementele Informatie- en Expertisecentra (ARIEC's) in Limburg, Antwerpen en Namen hebben tot doel lokale besturen te sensibiliseren omtrent de bestuurlijke aanpak, hen te ondersteunen met methodieken en juridische expertise, best practices te verspreiden, bovenlokale fenomenen op te volgen en een uniforme aanpak voor de hele provincie te promoten.

Met betrekking tot de informatie-uitwisseling werden in Limburg protocollen afgesloten tussen parket, burgemeester en politie. Deze werden verder ondertekend door de bestuurlijk directeur-coördinator en de gerechtelijk directeur van de federale politie, de arbeidsauditeur en het ARIEC, waardoor gerechtelijke informatie onder bepaalde voorwaarden met het lokale bestuur kan worden gedeeld.

Vanuit de praktijk krijgen we het signaal dat er eveneens goed wordt samengewerkt met de btw-controleurs die indien nodig deel uitmaken van de multidisciplinaire teams die controleacties op het terrein uitvoeren (flexacties). Naar verluidt zou verdere informatie-uitwisseling nadien niet meer mogelijk zijn omwille van het Charter van de belastingplichtige.

1. a) Kunt u verduidelijken hoe de samenwerking tussen de fiscus en de bestuurlijke overheden in het kader van bestuurlijke handhaving wordt geëvalueerd door de FOD Financiën?

b) Welke elementen van de samenwerking lopen goed?

c) Welke elementen van de samenwerking zijn voor verbetering vatbaar?

d) Welke concrete plannen zijn er om deze samenwerking te verbeteren?

2. a) Kunt u verklaren of en hoe het Charter van de belastingplichtige een struikelblok vormt in deze samenwerking?

b) Welke concrete acties staan gepland om dit te verhelpen?

c) Als het Charter geen struikelblok vormt, waarom niet?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingszaken van 27.05.2020:

Bij afwezigheid van een algemeen wettelijk kader op het vlak van multidisciplinaire samenwerking dient een dergelijke samenwerking te worden beoordeeld aan de hand van de eigen wetgevingen van toepassing op de bij die samenwerking betrokken overheidsdiensten. Voor de ambtenaren belast met de toepassing van de btw betekent dit dat zij enkel kunnen samenwerken in zoverre de wettelijke bepalingen van het Btw-wetboek het toelaten.

Meer concreet moeten zij rekening houden met de bepaling die hun beroepsgeheim regelt, zijnde artikel 93bis, tweede lid, Btw-wetboek en met de bepalingen van het "Charter van de belastingplichtige", opgenomen in het Btw-wetboek onder artikel 74bis, eerste lid

Volgens de bepalingen van het beroepsgeheim mogen de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde inlichtingen verstrekken aan andere administratieve diensten van de Staat, de gemeenschappen en de gewesten, aan de parketten en de griffies van de hoven, van de rechtbanken en van alle rechtsmachten, en aan de openbare instellingen of organismen. De inlichtingen kunnen aan de bovengenoemde diensten slechts worden verstrekt voor zover zij nodig zijn voor de uitvoering van de taken die hen wettelijk of bestuursrechtelijk zijn opgedragen.

In deze bepaling worden de gemeenten niet vermeld en bijgevolg mogen de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde geen inlichtingen verstrekken aan de gemeenten behoudens wanneer die gemeenten uitdrukkelijk een taak krijgen bij de toepassing van nationale wetgeving of reglementering of van decreten, verordeningen of besluiten van de gemeenschaps- en gewestinstellingen én wanneer bovendien de gevraagde inlichtingen noodzakelijk zijn voor de toepassing hiervan.

Wat de samenwerking van de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde met de parketten en de politiediensten betreft, wordt het volgende opgemerkt.

Het "Charter van de belastingplichtige" heeft een actieve deelname van fiscale ambtenaren aan het strafonderzoek verboden. Behoudens wettelijke uitzonderingen mogen de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde slechts als getuige worden gehoord en dit op straffe van nietigheid van de akte van rechtspleging.

Er wordt evenwel opgemerkt dat het bovenvermelde artikel 93bis, tweede lid, Btw-wetboek de ambtenaren belast met de belasting over de toegevoegde waarde wel toelaat concrete inlichtingen die aanwezig zijn in een btw-dossier aan politiediensten mede te delen

Die inlichtingen kunnen evenwel enkel worden verstrekt in de mate die politiediensten een uitdrukkelijke, schriftelijke opdracht van een procureur of een onderzoeksrechter hieromtrent kunnen voorleggen. De politieambtenaar dient zijn opdracht bijgevolg te kunnen aantonen door de voorlegging van een kantschrift.

Er kan dus enkel worden geconcludeerd dat de mogelijkheden van de ambtenaren belast met de btw inzake multidisciplinaire samenwerking beperkt zijn: niet alleen is er geen algemeen wettelijk kader voor een multidisciplinaire samenwerking, dit is ook een gevolg van het "Charter van de belastingplichtige".

Deze beperkingen kunnen enkel weggewerkt worden via een wetgevend ingrijpen. Bovendien staat mijn administratie steeds ter beschikking voor overleg met de betrokken partijen, net zoals dat in het verleden ook het geval was.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 93bis2 voorkomens