Aankoop voertuig door mindervaliden, Terugbetaling gedeelte btw · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

339 52 22 januari 2010

Zoeken

Aankoop voertuig door mindervaliden, Terugbetaling gedeelte btw

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/339-aankoop-voertuig-mindervaliden-terugbetaling-gedeelte-bd02

Nummer
339
Zittingsperiode
52
Datum
22 januari 2010

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

24 paragrafen

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 339 - Zittingsperiode : 52

Auteur : Hagen Goyvaerts, VB (00913)

Departement : Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen

Titel : Aankoop voertuig door mindervaliden. - Terugbetaling gedeelte btw.

Datum indiening : 22/01/2010

Vraag

In de praktijk blijkt dat mindervaliden die een auto kopen lang dienen te wachten op het terugbetalen van een gedeelte van de btw. Er zijn dossiers gekend die zes tot tien maanden onderweg zijn tussen verschillende diensten van de FOD Financiën alvorens een gedeelte van de btw wordt terugbetaald.

Onlangs werd mij nog een verhaal onder de aandacht gebracht. Een betrokken mindervalide koopt een nieuwe wagen begin december 2008.

Via de erkenningskaart van de betrokken mindervalide wordt 15% van de btw door de garage in mindering gebracht bij de betaling van het voertuig. Voor de terugbetaling van de resterende 6% btw dient een hele administratieve rompslomp doorlopen te worden.

In het vermeld geval wordt een aanvraag gedaan aan de btw-administratie in Aarschot. Deze formulieren moeten door de garagehouder worden ingevuld en door betrokkene mindervalide opgestuurd naar de AOIF-dienst speciale belastingen te Leuven.

Alvorens men deze formulieren terugkrijgt vanuit Leuven zijn er twee maanden verlopen.

Deze formulieren gaan vervolgens terug naar de btw-administratie in Aarschot die de documenten blijkbaar aanvult. Vervolgens worden deze doorgestuurd naar Hasselt (dienst onbekend). Daar kan het volgens informatie van de btw-administratie in Aarschot tot zes maanden en meer duren alvorens deze formulieren terug bij btw-administratie in Aarschot aankomen teneinde tot de uitbetaling over te gaan. U zult begrijpen dat een dergelijke administratieve calvarietocht voor vele mindervaliden in slechte aarde valt. Bovendien is het onbegrijpelijk dat in deze tijden van elektronisch dossierbeheer nog een dergelijke omslachtige procedure van toepassing is.

1. Bent u op de hoogte van de thematiek van de omslachtige procedure tot terugbetaling van btw aan mindervaliden bij aanschaf van een voertuig?

2. Zijn er al initiatieven genomen binnen uw diensten om de betrokken procedure te vereenvoudigen?

3. Zo ja, wat omvatten die initiatieven en hoe werd er voor gezorgd dat de doorlooptijd van een dossier van terugbetaling van btw aanzienlijk werd verkort?

Antwoord

Publicatie antwoord : B097 · Publicatiedatum : 08/03/2010

Middels zijn vraag wenst het geachte Lid in feite te vernemen of de huidige teruggaafprocedure bedoeld in artikel 77, § 2, van het Btw-Wetboek kan worden vervangen door een directe vrijstelling van btw bij de aankoop, intracommunautaire verwerving of invoer door bepaalde categorieën van invaliden of gehandicapten (hierna: de invaliden) van een auto voor hun persoonlijk vervoer.

Bij de invoering van het stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde, was het ingevolge artikel 11, lid 2 van de tweede richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 11 april 1967 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting, om btw-technische redenen niet aangewezen voor de toepassing van de gunstregeling een vrijstelling in te voeren aangezien dat voor de invaliden financieel minder voordelig was dan het systeem van de teruggaaf.

Ingevolge voornoemd artikel zou immers in hoofde van de garagist de belasting geheven over de aankoopprijs van het voertuig niet aftrekbaar zijn. Derhalve zou bij verkoop van een voertuig aan een invalide, de niet-aftrekbare btw een element van de verkoopprijs vormen die door de invalide op geen enkele wijze zou kunnen worden gerecupereerd. Bovendien zou de garagist hierdoor een gemengde btw-belastingplichtige worden. Door artikel 168 van de btw-richtlijn van de Raad van 28 november 2006 werd dit principe behouden.

Bovendien kunnen de lidstaten slechts een vrijstelling inroepen voor die handelingen die expliciet opgesomd zijn onder titel IX van deze richtlijn.

Daarenboven is krachtens diezelfde richtlijn het invoeren van een nieuwe vrijstelling met recht op teruggaaf van de voorbelasting uitgesloten.

Ook wordt opgemerkt dat het systeem van de teruggaaf het voordeel biedt dat op het moment van de aanvraag tot de teruggaaf wordt geverifieerd of de betrokken invalide de vrijstelling van de verkeersbelasting geniet en of het voertuig wel degelijk is ingeschreven op naam van de betrokkene of, in voorkomend geval, op naam van zijn wettige vertegenwoordiger. Indien deze voorwaarden niet vervuld zijn kan in principe de gunstregeling niet worden toegestaan. Door deze verificatie kan overigens, voor zover uiteraard de feitelijke omstandigheden zulks rechtvaardigen, de invalide alsnog de mogelijkheid geboden worden de nodige rechtzettingen te verrichten zonder het voordeel van de gunstregeling te verliezen.

Gelet op voorgaande bepalingen wordt de huidige gunstregeling behouden. Ik ben er trouwens van overtuigd dat de verschillende diensten die betrokken zijn bij de afhandeling van de bedoelde dossiers, al het mogelijke doen om alles zo vlot mogelijk te laten gebeuren.

Vraag en antwoord gepubliceerd door de Kamer van volksvertegenwoordigers in het Bulletin van vragen en antwoorden · De vraag op de website van de Kamer

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 771 voorkomen
Tweede richtlijn 67/228 art. 111 voorkomen