Teruggaaf van belasting. faillissement. verlies van de schuldvordering. attest van de curator · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

335 4 juni 2012

Zoeken

Teruggaaf van belasting. faillissement. verlies van de schuldvordering. attest van de curator

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/335-teruggaaf-belasting-faillissement-verlies-schuldvordering-9f12

Nummer
335
Datum
4 juni 2012

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

9 paragrafen

Vragen en Antwoorden, Kamer 2011-2012, nr. 68 d.d. 04.06.2012 blz. 30 en nr. 69 d.d. 11.06.2012 blz. 106

Teruggaaf van belasting

Faillissement

Verlies van de schuldvordering

Attest van de curator

VRAAG

Wanneer een handelaar of vrije beroeper een openstaande schuldvordering heeft en de over het factuurbedrag geheven btw en/of belasting wil terugvorderen, moet hij beschikken over een attest van oninvorderbaarheid van een curator. Met dat document wordt vastgesteld dat de afnemer onvermogend is. Die procedure brengt systematisch kosten mee (voor de rechtsvordering, advocaten, deurwaarders, enzovoort). Wanneer een ondernemer zaken doet met een afnemer die onvermogend is of niet wil betalen, kan hij de reeds aan de schatkist doorgestorte btw noch de belasting waartoe de factuur voor het product aanleiding gaf, terugvorderen, ook al is de factuur onbetwistbaar of wordt ze niet betwist. Dat is een volstrekt onlogische en vooral onrechtvaardige situatie, want de onderneming moet de btw, de inkomstenbelasting en de socialezekerheidsbijdragen (en zelfs de gerechtskosten) voorschieten, maar krijgt dan uiteindelijk te horen dat de factuur niet betaald zal worden. De onderneming moet dus al socialezekerheidsbijdragen en inkomstenbelasting betalen, en kan bovendien de btw niet terugvorderen. Wanneer dergelijke schuldvorderingen zich opstapelen, kunnen ze het voortbestaan van een kmo in het gedrang brengen. Daarnaast dragen de daaruit voortvloeiende rechtszaken bij tot de overbelasting van de rechtbanken. Naar mijn mening zou de wetgever een mechanisme kunnen toestaan waarbij onbetwistbare of onbetwiste schuldvorderingen aan de Staat worden overgedragen. De bedoeling zou zijn dat voor die schuldvordering een belastingaftrek geldt, waarmee de btw kan worden teruggekregen. De houder van de onbetwiste of onbetwistbare schuldvordering zou die aan de Staat kunnen overdragen en (via een belastingaftrek) de btw recupereren, zonder daarvoor een rechtszaak te moeten inspannen. Er moet vanzelfsprekend een maximumbedrag vastgelegd en een kader voor die regeling uitgewerkt worden, met bijzondere aandacht voor de zko's (zeer kleine ondernemingen) en de kmo's (kleine en middelgrote ondernemingen), die in dergelijke situaties vaak machteloos staan. Kunt u akkoord zijn met het principe van een dergelijke overdracht van schuldvorderingen aan de Staat en de daaruit voortvloeiende gelijktijdige belastingaftrek voor de btw?

ANTWOORD

(van de heer Vanackere, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling)

Krachtens artikel 77, § 1, 7°, van het Btw-Wetboek wordt de belasting die geheven werd over een levering van goederen, een dienst of een intracommunautaire verwerving van een goed tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer de schuldvordering van de prijs geheel of ten dele verloren is gegaan. Overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 4 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde, kan de schuldeiser, vanaf het vonnis van faillietverklaring, een recht op teruggaaf uitoefenen van de btw die op de verloren schuldvorderingen werd geheven, zonder de afsluiting van het faillissement te moeten afwachten of zonder voorafgaandelijk een attest van de curator te moeten eisen waarin, voor de in de aangifte van schuldvordering opgenomen schuldvorderingen, het bedrag wordt vermeld dat met zekerheid mag worden beschouwd als volledig verloren. Wanneer de schuldeiser een verlies van schuldvordering vaststelt, is de procedure om zijn vordering tot teruggaaf van de btw uit te kunnen oefenen bijgevolg veel soepeler dan het geachte lid voorstelt, zodat het niet raadzaam lijkt om, in deze situatie, een andere procedure van teruggaaf voorop te stellen welke bovendien het risico zou kunnen vormen geen effectieve vereenvoudiging te bieden aan de rechthebbende op teruggaaf.

Aangehaalde teksten

2
KB nr. 4 art. 31 voorkomen
WBTW art. 771 voorkomen