De verlaagde btw op de bouw van een woning en de teruggave · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

3336 1 april 2015

Zoeken

De verlaagde btw op de bouw van een woning en de teruggave

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/3336-verlaagde-btw-bouw-woning-teruggave-8faa

Nummer
3336
Datum
1 april 2015

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

29 paragrafen

Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën en Begroting, 2014-2015, CRIV 54 COM 138 d.d. 01.04.2015, blz. 18

De verlaagde btw op de bouw van een woning en de teruggave van dat voordeel in geval van overmacht

Carina Van Cauter: Mijnheer de minister, eind 2008 heeft de toenmalige federale regering besloten tot een economisch relanceplan, wat onder meer het behoud van werkgelegenheid in de bouwsector beoogde. Het is vanuit die optiek dat een tijdelijk verlaagd tarief van 6 % ingevoerd werd op een eerste schijf van 50 000 euro bij nieuwbouw.

Een van de grondvoorwaarden om dat verlaagd tarief te kunnen genieten, was en is evenwel dat de verkrijger of de bouwheer er zonder uitstel zijn domicilie dient te behouden gedurende een periode van 5 jaar. Indien de belastingplichtige zijn domicilie niet behoudt, dan is hij verplicht daarvan aangifte te doen en dient het belastingsvoordeel ook terugbetaald te worden aan de Belgische Staat.

De minister van Financiën heeft evenwel een uitzondering gemaakt op de terugstortingsverplichting indien de wijziging van domicilie te wijten is aan overmacht. In het antwoord op een eerdere parlementaire vraag hierover van collega Lijnen werden als voorbeeld van overmacht gegeven: overlijden, echtscheiding en beëindiging van de wettelijke samenwoning. Er werd evenwel beklemtoond dat die uitzonderingsgevallen niet strikt dienden te worden geïnterpreteerd, maar dat in het algemeen een afwijking kon worden toegestaan wanneer men zich in de gemeenrechtelijke notie van overmacht zou bevinden.

In de praktijk blijkt evenwel dat de administratie wel degelijk een beperkende lezing geeft van de notie overmacht. Wanneer het gaat over de beëindiging van een duurzame feitelijke samenwoning, gaat de administratie er namelijk van uit dat de notie overmacht niet van toepassing is.

Mijn vraag is dan ook logisch, mijnheer de minister. Is de notie overmacht in het antwoord op de eerdere parlementaire vraag op een exhaustieve wijze beantwoord wat de uitzonderingsgevallen betreft? Of dienen we effectief het antwoord van de minister en uw antwoord, mijnheer de minister, zo te interpreteren dat ook bij de beëindiging van een duurzame feitelijke samenwoning de uitzonderingsregeling van toepassing blijft?

In het onmogelijk geval dat u overmacht als zodanig zou interpreteren of aan uw administratie de instructie zou geven om overmacht als zodanig te interpreteren, dan rijst de vraag of wij geen discriminerende houding aannemen tussen enerzijds degenen die gewoon duurzaam samenleven, en anderzijds degenen die gehuwd zijn of feitelijk samenleven middels een wettelijk samenlevingscontract.

Veerle Wouters: Mijnheer de minister, ik heb een gelijkaardige vraag, maar met een andere insteek.

In 2009 heeft de toenmalige regering in het kader van haar relanceplan tijdelijk het btw-tarief van 21 % naar 6 % verlaagd op een eerste schijf van 50 000 euro voor nieuwbouw. Een van de voorwaarden om dat verlaagd tarief te genieten, was dat de eigenaar zijn domicilie daar zonder uitstel zou vestigen en zou behouden tot 31 december van het vijfde jaar volgend op het jaar van de ingebruikname.

Nu, vijf jaar later, gaat uw administratie blijkbaar systematisch na of aan die voorwaarde is voldaan. Daar is niets mis mee, maar er duiken nu wel enkele problemen op. Ik verwijs ook naar de vraag van mevrouw Lijnen, waar mevrouw Van Cauter zopas ook al naar verwezen heeft.

De toenmalige minister van Financiën maakte een uitzondering op de terugstortingsverplichting in geval van overmacht. Ik heb het niet over samenwonenden die uit elkaar gaan, maar veeleer de overmacht om medische redenen. Blijkbaar aanvaardt de administratie een medische reden niet als oorzaak van overmacht.

Bovendien is uw administratie momenteel zeer strikt in de naleving van de termijn van vijf jaar. Uw administratie vereist dat de eigenaar tot 31 december van het vijfde jaar in de eigendom gedomicilieerd is. Graag verwijs ik naar bestaande administratieve toleranties voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 % bij renovatie. Hoewel de termijn van vijf jaar in principe van dag tot dag dient te worden berekend, aanvaardt uw administratie dat de anciënniteitsvoorwaarde in de praktijk van jaar tot jaar berekend wordt. Hetzelfde geldt voor de termijn van vijf jaar voor de energiebesparende investeringen in de personenbelasting, wat net zoals bij de btw dient te worden geïnterpreteerd.

Ten eerste, wordt aan de lokale diensten voor btw-controle overgelaten om het begrip overmacht geval per geval in te vullen of is er een centrale coördinatie, zodat de toepassing in het hele land duidelijk en eenduidig is?

Ten tweede, kunnen medische redenen als overmacht worden aanvaard?

Ten slotte, mogen de aangehaalde administratieve toleranties met betrekking tot de berekening van de termijn van vijf jaar ook worden toegepast op de tijdelijke verlaging in 2009 en 2010 van het btw-tarief van 6 % op de eerste schijf van 50 000 euro bij nieuwbouw?

Ik dank u alvast voor uw antwoord.

Minister Johan Van Overtveldt: Een van de voorwaarden om in aanmerking te komen voor het tijdelijk verlaagd tarief van 6 %, is dat de bouwheer of koper zelf de woning betrekt tot 31 december van het vijfde jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming. Die voorwaarde is wettelijk vastgelegd. Er wordt niet van dag tot dag gerekend. Indien de eerste ingebruikneming bijvoorbeeld plaatsvond in de loop van 2010 dan loopt de domicilieringsvereiste bijgevolg tot en met 31 december 2015.

Bij niet-naleving van de voorwaarde voorzien de wettelijke bepalingen in geen enkele afwijking op de plicht tot terugstorting van het genoten belastingvoordeel, zelfs niet in geval van overmacht. Billijkheidshalve wordt evenwel aanvaard dat het genoten belastingvoordeel niet hoeft te worden teruggestort bij het overlijden van de bouwheer of de verkrijger, bij echtscheiding, bij beëindiging van de wettelijke of feitelijke samenwoning en bij gegronde en ernstige medische redenen bij de bouwheer of verkrijger en zijn inwonende gezinsleden.

De limitatief opgesomde gevallen van overmacht moeten in het concrete geval worden aangetoond door de bouwheer of verkrijger.

Carina Van Cauter: Mijnheer de minister, u verwacht ongetwijfeld te horen dat ik ontgoocheld ben, maar misschien wil u hier nog eens over nadenken. De regel is de regel – daarover ben ik het met u eens – en 31 december is 31 december; men moet ergens een grens trekken.

Anderzijds is uit antwoorden op eerdere parlementaire vragen gebleken dat de redenen waarom kan worden afgeweken van de bewoningsverplichting gedurende vijf jaar tot 31 december overmachtssituaties zijn. Volgens de administratie is overmacht overlijden, echtscheiding en beëindiging van wettelijke samenleving.

Ik hoor u een extra reden opsommen. Die werd niet opgesomd in de antwoorden op parlementaire vragen. De administratie heeft het nu ook over ernstige medische redenen.

Dat bevestigt onmiddellijk dat overmacht in de gemeenrechtelijke betekenis moet worden geïnterpreteerd. De administratie doet dus aan interpretatie van het begrip overmacht. Dat zou betekenen dat wanneer men een pand bewoont en de partner met wie men gehuwd is of wettelijk samenwoont, vertrekt, dat dan wordt aangezien als overmacht ten aanzien van de resterende partij. Die moet dan zijn belastingvoordeel niet terugbetalen. Als men gewoon samenwoont en de partner vertrekt, dan zegt de administratie dat de betrokkene schuld heeft. Overmacht betekent dat het niet aan uw wil is te wijten. Of heb ik u verkeerd begrepen?

Minister Johan Van Overtveldt: Ik ben misschien onduidelijk geweest, dat kan. Het geldt bij beëindiging van de wettelijke of feitelijke samenwoning.

Carina Van Cauter: Dan volgen we dezelfde redenering. Of het nu wettelijk, feitelijk of gehuwd samenleven is, als de partner vertrekt, wordt dat aangezien als een omstandigheid buiten de eigen wil. Dat betekent dat men het belastingvoordeel niet moet terugbetalen.

Ik dank u zeer: ik ben niet ontgoocheld door, maar opgetogen met uw antwoord.

Veerle Wouters: Ik ben evenzo opgetogen. Nu is het duidelijk welke de gegronde redenen kunnen zijn wat als overmacht beschouwd wordt. Ik hoop dat elke lokale dienst voor btw-controle zich daar dan ook aan houdt. Hier geldt niet dezelfde tolerantie zoals voor andere regelingen. Duidelijkheid is in deze zeer belangrijk.

Het incident is gesloten.