Onroerende verhuur. Algemeen verhoudingsgetal. Gemengde belastingplichtige. Aftrek van de belasting · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

328 10 mei 2000

Zoeken

Onroerende verhuur. Algemeen verhoudingsgetal. Gemengde belastingplichtige. Aftrek van de belastingOnroerende verhuur. Algemeen verhoudingsgetal. Gemengde belastingplichtige. Aftrek van de belasting volgens het werkelijk gebruik

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/328-onroerende-verhuur-algemeen-verhoudingsgetal-gemengde-0ccf

Nummer
328
Datum
10 mei 2000

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

9 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 2000-2001, blz. 5664

Onroerende verhuur - Algemeen verhoudingsgetal - Gemengde belastingplichtige - Aftrek van de belasting volgens het werkelijk gebruik

VRAAG

Mag een controleur van de BTW beslissen dat een vennootschap die haar inkomsten zowel uit het verhuren van gebouwen als uit handelsverrichtingen haalt, de BTW op de algemene kosten (auto, diverse benodigdheden, gebruik- en werkingskosten van de vennootschap, enz.) slechts kan terugvorderen naar rata van de omzet die verband houdt met de handelsverrichtingen (bijvoorbeeld : een vennootschap met een omzet van 5.000.000 waarvan 1.000.000 voortkomt uit handelsverrichtingen, zou maar op 20 pct. van haar algemene kosten de BTW kunnen terugvorderen) ?

ANTWOORD

Artikel 46, § 1, van het BTW-Wetboek bepaalt dat, wanneer een belastingplichtige in de uitoefening van zijn economische activiteit ook andere handelingen (zoals de onroerende verhuur) verricht dan handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat, de belasting terzake van de voor die activiteit gebruikte goederen en diensten in aftrek wordt gebracht naar verhouding van de breuk gevormd door het bedrag van de laatstbedoelde handelingen en het totale bedrag van de door de betrokkene verrichte handelingen.

Bovendien kan de administratie, overeenkomstig artikel 46, § 2, van het BTW-Wetboek, de aftrek opleggen volgens de regel van het werkelijke gebruik, wanneer de aftrek naar verhouding van de in § 1 genoemde breuk leidt tot ongelijkheid in de heffing van de belasting. Anderzijds kan de administratie de belastingplichtige toestaan het recht op aftrek uit te oefenen met inachtneming van het werkelijk gebruik wanneer deze laatste op basis van concrete en controleerbare gegevens aantoont dat de toepassing van de regel van het werkelijk gebruik aangewezen is om op een correcte manier het recht op aftrek uit te oefenen.

Bij toepassing van de regel van het werkelijk gebruik zal de belastingplichtige voor de belasting geheven van de goederen en de diensten die uitsluitend voor de sector met recht op aftrek bestemd zijn, de aftrek uitoefenen volgens de regels die gelden voor een volledige belastingplichtige, terwijl voor de belasting geheven van de goederen en diensten die uitsluitend voor de sector zonder recht op aftrek bestemd zijn, alle aftrek uitgesloten is. Voor de belasting geheven van de goederen en de diensten die hij voor beide sectoren gebruikt, zoals bijvoorbeeld de algemene kosten, zal de belastingplichtige, in de mate van het mogelijke, en op basis van precieze en controleerbare criteria, bijzondere verhoudingsgetallen vaststellen in functie van die dubbele gebruik. Wanneer de vaststelling van dergelijke criteria onmogelijk is, zal het bijzonder verhoudingsgetal zoals een algemeen verhoudingsgetal bepaald worden.

Het geachte Lid zal begrijpen dat het, gelet op de afwezigheid van meer concrete gegevens met betrekking tot de fiscale toestand van de belastingplichtige in beoogd geval, onmogelijk is mij uit te spreken over de gegrondheid van de door de uitvoerende agent gebruikte methode. Ik ben natuurlijk bereid dit, indien nodig, door mijn administratie te laten onderzoeken.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 462 voorkomens