Onrechtmatige uitoefening van het recht op aftrek. Boete · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

328 15 september 1989

Zoeken

Onrechtmatige uitoefening van het recht op aftrek. Boete

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/328-onrechtmatige-uitoefening-recht-aftrek-boete-0212

Nummer
328
Datum
15 september 1989

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

13 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1989, nr. 083 , blz. 6397

Onrechtmatige uitoefening van het recht op aftrek - Boete

VRAAG

Artikel 70, § 1bis, van de wet van 3 juli 1969 houdende invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bepaalt: «ieder die onrechtmatige aftrek van belasting heeft genoten, verbeurt een geldboete gelijk aan het dubbel van die belasting in zoverre de overtreding niet wordt bestraft bij toepassing van § 1, eerste lid».

Het kan gebeuren dat een belastingplichtige, bijvoorbeeld een handelaar, onder de toepassing valt van deze bepaling maar dat de verrekening van de ontvangen en betaalde BTW van de vorige maanden hem een schuldvordering tegenover het bestuur van de BTW geeft.

Meent de Minister niet dat het onlogisch en onredelijk is in dergelijk geval een boete op te leggen aan iemand tegenover wie de Staat eigenlijk schuldenaar is?

Gaarne bekwam ik nadere uitleg over de interpretatie van artikel 70 van het BTW-Wetboek.

ANTWOORD

Het onrechtmatig uitoefenen van het recht op aftrek van voorbelasting is een overtreding van de bepalingen van het BTW-Wetboek en zulks onafgezien van de gegevens van de periodieke BTW-aangifte, zelfs in geval van een belastingtegoed.

De inbreuk bestaat erin dat de belastingplichtige door middel van de onrechtmatige aftrek te weinig belasting betaalt of zichzelf een belastingtegoed,verschaft.

Die overtreding wordt beboet ingevolge artikel 70, § 1bis, van het BTW-Wetboek.

Behoudens in het geval van gekarakteriseerde fraude wordt die geldboete van rechtswege verminderd volgens het barema van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 (z. Belgisch Staatsblad van 7 februari 1987).

Gelet op deze overwegingen is het geenszins onlogisch noch onredelijk dat in het door het geacht Lid gestelde geval een geldboete wordt gevorderd.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 702 voorkomens