Bijhorend terrein. nieuw gebouw. tarief. privé-woningen voor gehandicapten. sociale huisvesting · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

327 29 maart 2011

Zoeken

Bijhorend terrein. nieuw gebouw. tarief. privé-woningen voor gehandicapten. sociale huisvesting

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/327-bijhorend-terrein-nieuw-gebouw-tarief-932c

Nummer
327
Datum
29 maart 2011

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

21 paragrafen

Vragen en Antwoorden, Kamer 2010-2011, nr.28 d.d. 06.05.2011, blz 67

Bijhorend terrein

Nieuw gebouw

Tarief

Privé-woningen voor gehandicapten

Sociale huisvesting

VRAAG

Sinds begin 2011 is de verkoop van een gebouw en van de bijbehorende grond steeds aan dezelfde btw-regeling onderworpen: indien het gebouw onder het btw-stelsel wordt verkocht, dan is er ook btw verschuldigd op de verkoop van de "bijbehorende" grond, op voorwaarde (1) dat het gaat over een grond waarop er mag worden gebouwd, (2) dat het gebouw en de grond gelijktijdig worden verkocht en (3) dat de verkoop door een en dezelfde persoon gebeurt.

Bij koninklijk besluit van 19 december 2010 werd er een belangrijke wijziging ingevoerd: indien het verlaagde btw-tarief van toepassing is op de levering van nieuwbouw, wordt de toepassing dat tarief uitgebreid tot de levering van de nieuwe gebouwen én van de bijbehorende grond.

Dat is onder meer het geval bij de oplevering van privéwoningen voor gehandicapten aan bepaalde huisvestingsmaatschappijen (die deze woningen vervolgens verhuren aan personen met een handicap), waarvoor het verlaagde btw-tarief van 6% geldt.

In twee andere gevallen voorziet het koninklijk besluit van 19 december 2010 echter niet (uitdrukkelijk) in een uitbreiding van de toepassing van het verlaagde btw-tarief tot de bijbehorende grond: (1) indien het verlaagde btw-tarief van 6% verschuldigd is bij de levering (onder bepaalde voorwaarden) van privéwoningen in het kader van het sociaal beleid (rubriek XXXVI, § 1, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven); (2) indien het verlaagde btw-tarief van 12% van toepassing is bij de levering (eveneens onder bepaalde voorwaarden) van privéwoningen en wooncomplexen in het kader van het sociaal beleid (rubriek X, § 1, van tabel B van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven).

Bovendien moet elk Gewest erop toezien dat er geen registratierechten meer verschuldigd zijn voor gronden die voortaan onderworpen zijn aan het btw-stelsel.

Met betrekking tot die registratierechten bestaat er echter nog een risico op dubbele belasting indien er in 2010 een verkoopovereenkomst (met betrekking tot een woning en de bijbehorende grond) zonder enige opschortende voorwaarde werd ondertekend, terwijl de eigenlijke oplevering pas in 2011 plaatsvindt.

In dat geval zijn er (in het Waals Gewest) registratierechten verschuldigd op de grondprijs, terwijl er vervolgens ook btw betaald zal moeten worden op het geheel van de goederen bij levering.

1. Kan u bevestigen dat het verlaagd btw-tarief van 6% voor de levering van sociale nieuwbouw ook geldt voor de bijbehorende grond?

2. Kan u bevestigen dat de redenering met betrekking tot de dubbele belasting in verband met de registratierechten klopt?

ANTWOORD

(van de heer Reynders, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen)

Ik verwijs naar Beslissing nr. E.T.119.318 van 28 oktober 2010 die werd gepubliceerd op de website www.fisconetplus.be, waaruit onder meer blijkt dat in geval van een niet-vrijgestelde levering van een gebouw en het bijhorend terrein in de zin van artikel 1, § 9, 2°, nieuw, van het Btw-Wetboek, dat terrein wordt belast tegen hetzelfde btw-tarief als het tarief dat geldt voor het gebouw (punt 5 van de beslissing).

Om dubbele heffing op de verkoop van terreinen te vermijden, stelt het Waalse decreet van 9 december 2004 de overdracht van in het Waals Gewest gelegen onroerend goed (gebouw en terrein) bovendien vrij van registratierechten, als een dergelijke overdracht onderworpen is aan btw (artikel 159, 8°, Wetb. Reg.).

Om dubbele heffing van btw en registratierechten op het bijhorend terrein te vermijden, aanvaardt de administratie tot slot voor de verkoopovereenkomsten gesloten vóór 1 januari 2011, dat de handeling valt onder de regeling zoals die van toepassing is op het tijdstip van het sluiten van die overeenkomst, dit wil zeggen btw-vrijstelling en heffing van registratierechten op het bijhorend terrein.

Die administratieve tolerantie geldt zelfs in geval van een verkoop onder opschortende voorwaarde of onder opschortende tijdsbepaling (punt 6 van de bovengenoemde beslissing).

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 11 voorkomen