Schriftelijke vraag en antwoord nr : 325 - Zittingsperiode : 52
Auteur : Luk Van Biesen, OPNVLD (01139)
Departement : Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen
Titel : Btw. - Handelsgeschenken.
Datum indiening : 18/01/2010
Vraag
In handelsrelaties worden vaak geschenken gegeven, soms naar aanleiding van welbepaalde gebeurtenissen (eindejaarsgeschenk, verjaardag, ....), soms gewoon als beloning voor een trouwe klant.
Voor zover het een handelsgeschenk van geringe waarde betreft (inkoopprijs of kostprijs is minder dan 50 euro, exclusief btw), is de btw die de handelaar opgelopen heeft naar aanleiding van de aankoop van het geschenk volledig aftrekbaar én dient geen onttrekking te gebeuren naar aanleiding van de afgifte van het geschenk (artikel 12, §1, 2° W.BTW).
Het wordt algemeen aangenomen dat een fles wijn een gebruikelijk handelsgeschenk is.
Volgende twee situaties stellen zich in de dagelijkse praktijk wellicht veelvuldig.
1. Een detailhandelaar wenst zijn trouwe klanten te bedanken en koopt hiertoe een aantal flessen wijn aan. Elke afnemer die door de detailhandelaar beschouwd wordt als trouwe klant krijgt één fles wijn. De afgifte van deze fles gebeurt niet naar aanleiding van een welbepaalde gebeurtenis, andere dan de getrouwheid van de afnemer.
Kan uw administratie bevestigen dat deze detailhandelaar de btw integraal in aftrek kan brengen en dat hij geen onttrekking moet doorvoeren?
2. Een andere detailhandelaar wenst identiek hetzelfde te doen en koopt eveneens een aantal flessen wijn aan. Om zijn trouwe klanten op afdoende wijze te identificeren voert deze detailhandelaar een eenvoudig kaartsysteem in. Bij elke aankoop of aankoopschijf wordt een stempel geplaatst op de kaart. Een volle kaart duidt aan dat de bezitter ervan een trouwe klant is. Deze trouwe klant krijgt één fles wijn.
Kan uw administratie bevestigen dat deze detailhandelaar de btw integraal in aftrek kan brengen en dat hij geen onttrekking moet doorvoeren?
3. Afhankelijk van het antwoord op bovenstaande vragen, kan de minister argumenteren waarom de ene detailhandelaar anders dient behandeld te worden vanuit btw-oogpunt dan de andere ?
4. In het geval u van mening bent dat de beide handelaars anders dienen behandeld te worden, is dit niet in tegenspraak met het gelijkheidsbeginsel, gezien beiden dezelfde doelstelling beogen, en enkel hun uitvoering verschillend is?
Antwoord
Publicatie antwoord : B097 · Publicatiedatum : 08/03/2010
Voorwerpen die in beroepsrelaties zonder aankoopverplichting worden gegeven en waarvan de kostprijs door de betrokken detailhandelaar als algemene onkosten wordt geboekt, worden aangemerkt als handelsgeschenken.
Deze geschenken worden, voor de toepassing van de btw, geacht van geringe waarde te zijn indien hun inkoopprijs, of bij gebreke daarvan, hun normale waarde, voor het gehele geschenk, lager is dan 50 euro, exclusief btw. Indien deze voorwaarde vervuld is, dan mag de aftrek van de belasting die van die voorwerpen, of van de elementen waaruit zij zijn samengesteld, werd geheven, worden uitgeoefend zonder dat de uitreiking ervan aanleiding geeft tot een onttrekking, bedoeld in artikel 12, § 1, 1° lid, 2° van het Btw-wetboek.
Overeenkomstig de rechtspraak van het hof van justitie terzake (zie zaak C-48/97, Kuwait Petroleum (GB) Ltd. t/ Commissioners of Customs and Excise, arrest van 27 april 1999) dient de afgifte van een voorwerp tegen inwisseling van zegels in het kader van een promotiecampagne op grond van artikel 5, lid 6, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) (thans artikel 16, 2°lid, van de Richtlijn 2006/112/EG van 28 november 2006) gelijkgesteld te worden met een levering onder bezwarende titel wanneer het goed niet van geringe waarde is. De afgifte van dit voorwerp onder de in het tweede lid hiervoor vermelde omstandigheden wordt bijgevolg eveneens aangemerkt als een handelsgeschenk. Indien het geschenken van geringe waarde betreft mag de aftrek van de belasting die van die goederen werd geheven, worden uitgeoefend, zonder dat de uitreiking ervan aanleiding geeft tot een in artikel 12, § 1, 1° lid, 2°, van het Btw-wetboek bedoelde onttrekking.
In de twee door het geachte Lid aangehaalde gevallen is de behandeling op het vlak van de btw identiek.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Vraag en antwoord gepubliceerd door de Kamer van volksvertegenwoordigers in het Bulletin van vragen en antwoorden · De vraag op de website van de Kamer