Ontheffing van de factureringsplicht. Eigendomsrecht van in bruikleen gegeven roerende goederen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

32 8 juli 1988

Zoeken

Ontheffing van de factureringsplicht. Eigendomsrecht van in bruikleen gegeven roerende goederenOntheffing van de factureringsplicht. Eigendomsrecht van in bruikleen gegeven roerende goederen in beslag genomen bij de bezitter ervan

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/32-ontheffing-factureringsplicht-eigendomsrecht-in-bruikleen-2445

Nummer
32
Datum
8 juli 1988

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1988, nr. 021 , blz. 1446

Ontheffing van de factureringsplicht - Eigendomsrecht van in bruikleen gegeven roerende goederen in beslag genomen bij de bezitter ervan

VRAAG

Het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969 ( Belgisch Staatsblad van 30 juli 1969) heeft betrekking op de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.

Artikel 8 van het koninklijk besluit bepaalt dat de belastingplichtige ervan ontheven is een factuur uit te reiken wanneer hij goederen levert of diensten verstrekt aan particulieren die deze goederen of diensten niet bestemmen voor de uitoefening van een beroepswerkzaamheid.

Bij de uitvoering van roerend beslag door gerechtsdeurwaarders bij particulieren kunnen er soms problemen ontstaan inzake eigendomstitel van de aanwezige roerende goederen.

Mag ik u vragen op welke wijze de uitleners zich kunnen verdedigen inzake de eigendomstitel van de uitgeleende roerende goederen, niettegenstaande zij over geen facturen of kwitantie voor deze goederen beschikken?

ANTWOORD

Luidens de artikelen 7 en 8 van de hypotheekwet is ieder die persoonlijk verbonden is, gehouden zijn verbintenissen na te komen, onder verband van al zijn goederen, hetzij roerende, hetzij onroerende, zo tegenwoordige als toekomstige. De goederen van de schuldenaar strekken tot gemeenschappelijke waarborg voor zijn schuldeisers. Daarenboven geldt ingevolge het artikel 2279 van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot roerende goederen het bezit als titel.

De gerechtsdeurwaarder en zijn opdrachtgever zijn ten aanzien van de personen die de bruikleen hebben toegestaan, derden, tegenover wie de bruikleen slechts tegenstelbaar is indien hij voldoet aan de artikelen 1875 en 1328 van het Burgerlijk Wetboek.

Dit wil zeggen dat er een bruikleencontract bestaat met vaste datum.

Vaste datum kan worden verkregen onder meer door registratie.

Indien de schuldenaar bij het beslag aanwezig is en dergelijke overeenkomst voorlegt, zal er geen betwisting zijn omtrent het eigendomsrecht.

Voorts verwijs ik naar de procedure van artikel 1514 van het Gerechtelijk Wetboek die de eigenaar in staat stelt de verkeerdelijk in beslag genomen goederen te revindiceren.

De verkoop van de goederen wordt geschorst door het instellen van deze rechtspleging.