Vr. en Antw., Kamer, nr. 33, 1995-1996, blz. 4124-4125
Bull. nr. 122, blz. 558
Begrip "levering van een goed" in het BTW-stelsel - Juridische beschikkingsbevoegdheid
VRAAG
Op welke civiel- en publiekrechtelijke begrippen heeft de notie levering van goederen in het BTW-stelsel betrekking ?
ANTWOORD
Overeenkomstig artikel 10, § 1, eerste lid, van het BTW-wetboek wordt als levering van een goed beschouwd de overdracht of de overgang van de macht om als een eigenaar over een goed te beschikken.
Deze definitie is volledig gebaseerd op de overeenstemmende bepaling van de Zesde Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977. Het is dan ook logisch dat haar verklaring gezocht wordt in het communautaire recht, te meer daar sinds de afschaffing van de fiscale binnengrenzen binnen de Europese Unie voor de toepassing de BTW een grote nood bestaat aan eenvormige uitleg van essentiële begrippen, zoals de levering.
Uit de in voornoemd artikel 10, § 1, eerste lid, gebruikte bewoordingen blijkt dat het begrip "levering van een goed" niet verwijst naar de eigendomsoverdracht in de door het nationale recht (burgerlijk recht) voorziene termen, maar elke overdracht van een door het BTW-wetboek beoogde zaak door een partij insluit, die de andere partij in staat stelt daadwerkelijk daarover te beschikken als ware zij eigenaar van die zaak.
Ook indien geen juridische eigendom van een zaak wordt overgedragen kan sprake zijn van levering (zie arrest van het Hof van justitie van 8 februari 1990, zaak C. 320/88). Waar het op aankomt is niet dat juridisch civielrechtelijke eigendom wordt overgedragen, maar wel dat er een overdracht is van het recht om juridisch over het goed te beschikken hetgeen toelaat om het goed te exploiteren, te transformeren, te hypothekeren, het risico van waardeveranderingen van het goed te dragen en het recht om het goed te vervreemden. Alleszins zal in de meeste situaties van levering waarbij deze beschikkingsbevoegdheid over een goed overgaat, ook juridische eigendomsoverdracht overgedragen worden. A fortiori is er dan levering; dit is het geval bij verkoop, ruil, inbreng in vennootschap, verdeling.
Uit hetgeen voorafgaat blijkt ook dat het materiële feit van de levering van het goed niet de grondslag van de levering vormt (zie ook arresten van het Hof van Justitie van 8 maart 1988, zaak nr. 165/86 en van 26 juni 1990, zaak nr. 185/89), de bevoegdheid van een belastingplichtige om als een eigenaar over een zaak te beschikken is trouwens niet noodzakelijkerwijze gekoppeld aan het fysieke bezit van die zaak. Bij dit alles mag evenwel niet uit het oog worden verloren dat de overdracht van deze beschikkingsbevoegdheid in veel gevallen zal gepaard gaan met de materiële afgifte van het goed alhoewel dit laatste geen absolute vereiste is. Op welk moment nu de overdracht of de overgang van de feitelijke beschikkingsmacht als eigenaar geschiedt hangt af van de omstandigheden van het concrete geval, af te leiden uit de gemaakte afspraken (contract) en de feiten. De feitelijke macht om als een eigenaar over een goed te beschikken kan op verschillende wijzen worden bekomen, hetgeen in theorie inhoudt dat de levering niet noodzakelijk uit een contract moet voortvloeien.
Toch is een belangrijke voorwaarde opdat een levering van goederen in de BTW-sfeer terechtkomt namelijk dat de levering onder bezwarende titel plaatsvindt hetgeen een rechtstreekse tegenprestatie veronderstelt en dus, in de meeste gevallen, het bestaan van een contract. Het is om die reden dat in het tweede lid van artikel 10, § 1, van voornoemd wetboek wordt gepreciseerd dat onder meer als levering wordt bedoeld het feit waarbij een goed ter beschikking van de verkrijger of de overnemer wordt gesteld ingevolge een contract tot overdracht of aanwijzing.
Het is overigens mogelijk dat de gevallen van niet-contractuele overdracht van de beschikkingsmacht als eigenaar onder het begrip levering vallen op een andere basis dan krachtens de algemene definitie. Dit is inzonderheid, overeenkomstig artikel 10, § 2, van hetzelfde wetboek, het geval voor de eigendomsoverdracht van een goed beoogd door het BTW-wetboek tegen betaling ingevolge een vordering door of namens de overheid krachtens de wet (bijvoorbeeld onteigening).
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.