Vr. en Antw., Senaat, 1997-1998, nr. 1-58, blz. 2963-2964
BTW-Revue nr. 133, blz. 46
Tuinaanleggers - BTW-tarief sierteelt
VRAAG
Sedert 1 januari 1993 kunnen de Lid-Staten enkel een verlaagd BTW- tarief toepassen voor leveringen van goederen en diensten opgesomd in een limitatieve lijst vastgesteld door de Raad van de Europese Gemeenschappen en opgenomen als bijlage bij de richtlijn 92/77/EEG van de Raad van 19 oktober 1992, tot aanvulling van het gemeenschappelijk stelsel van de belastingen over de toegevoegde waarde en tot wijziging van richtlijn 77/388/EEG.
Sierteeltproducten en het aanleggen van tuinen werden daarin niet opgenomen.
Gelet evenwel op de richtlijn 96/42/EG van de Raad van 25 juni 1996 tot wijziging van artikel 28, lid 2, van richtlijn 77/388/EEG betreffende het gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde kunnen de Lid-Staten een verlaagd tarief invoeren voor de levering van sierteeltproducten.
Voor België werd dit verlaagd tarief ingevoerd door het koninklijk besluit van 27 september 1996. Hierdoor is de levering van sierteeltproducten door elke BTW-belastingplichtige die in de uitoefening van zijn economische beroepsactiviteiten sierteeltproducten levert, vanaf 1 oktober 1996 onderworpen aan het verlaagd tarief.
Het wekt verbazing dat het leveren van beplantingen door tuinaanleggers hierin niet werd opgenomen. Naar verluidt gebeurt dit omdat tuinaanleg beschouwd wordt als een onroerende handeling in zijn geheel. De Europese reglementering zou niet toelaten dat het onderscheid gemaakt wordt tussen de geleverde producten en de geleverde dienst. Nochtans wordt dit onderscheid in Nederland wel toegepast. Daar worden voor hoveniers- en groenvoorzieningsbedrijven twee BTW-tarieven gehanteerd. Een hoog tarief (17,5 %) voor de dienstverlening en een laag tarief (6 %) voor het plantmateriaal.
Kan de geachte minister dit verschil in reglementering tussen Nederland en België verklaren? Is de geachte minister bereid om voor tuinaanleggers ook een dubbel BTW-tarief in te voeren wanneer zou blijken dat dit toch in overeenstemming te brengen is met de Europese reglementering?
ANTWOORD
Zoals het geachte lid terecht stelt, is vanaf 1 oktober 1996, krachtens rubriek VII, nummer 14 (nieuw), van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970, inzake BTW-tarieven de levering van sierteeltproducten onderworpen aan het verlaagd BTW-tarief van 6 %, maar zijn de planten geleverd ter gelegenheid van de aanleg en het onderhoud van tuinen hierbij niet bedoeld.
Het is namelijk zo dat de handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt, krachtens artikel 19, § 2, laatste lid, van het BTW-Wetboek, voor de toepassing van dat wetboek, wordt aangemerkt als een werk in onroerende staat. Bijgevolg dient dergelijke prestatie voor de totaliteit te worden aangemerkt als een dienst, bedoeld in artikel 18, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek en kan ze niet worden aangemerkt als een in artikel 10 van dat wetboek bedoelde levering gelijktijdig met of gevolgd door een in artikel 18 van het wetboek bedoelde dienst.
Voor de toepassing van het koninklijk besluit nr. 20 inzake BTW- tarieven, wordt dergelijke handeling bijgevolg eveneens als één handeling aangemerkt die over de volledige maatstaf van heffing aan hetzelfde tarief is onderworpen.
Afwijkingen hierop zijn slechts mogelijk indien deze uitdrukkelijk zijn opgenomen in de BTW-wetgeving.
Op grond van bovengenoemde wettelijke bepalingen dient het aanleggen van tuinen met inbegrip van de aangeplante goederen dan ook voor het geheel te worden aangemerkt als een werk in onroerende staat en bijgevolg als een dienstverrichting zoals beoogd in artikel 18, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek.
Deze dienst is niet bedoeld in één van de tabellen A of B van de bijlage, bij het koninklijk besluit nr. 20, inzake BTW-tarieven en is derhalve onderworpen aan het normaal BTW-tarief.
Noch het BTW-Wetboek, noch het koninklijk besluit nr. 20 inzake BTW-tarieven, bevatten een afwijkende bepaling waardoor de goederen geleverd ter gelegenheid van de aanleg of het onderhoud van tuinen tegen het tarief worden belast dat erop van toepassing zou zijn geweest waren ze afzonderlijk geleverd.
Het feit dat in Nederland aanvaard wordt een onderscheid te maken tussen het gedeelte van de prijs dat betrekking heeft op de sierplanten en het gedeelte dat betrekking heeft op de geleverde dienst, heeft evenwel geen invloed op een mogelijke concurrentieverstoring in België. Immers wanneer een in Nederland gevestigde belastingplichtige in België dergelijke handelingen verricht, is ingevolge artikel 21, § 3, 1°, van het BTW-Wetboek de dienst belastbaar daar waar het onroerend goed gelegen is, in casu België, en is dus belastbaar volgens de Belgische reglementering.