Invalide. Gehandicapte. Gunstregeling bij aankoop van een personenwagen. Driejarige herziening. Vervoermiddel. Aanschrijving · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

31 24 februari 1989

Zoeken

Invalide. Gehandicapte. Gunstregeling bij aankoop van een personenwagen. Driejarige herziening. Vervoermiddel. AanschrijvingInvalide. Gehandicapte. Gunstregeling bij aankoop van een personenwagen. Driejarige herziening. Vervoermiddel. Aanschrijving 2/1984. Wijziging bestemming voertuig binnen de drie jaar. Ontheffing herziening bij overlijden. Automobiel

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/31-invalide-gehandicapte-gunstregeling-aankoop-personenwagen-1177

Nummer
31
Datum
24 februari 1989

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

31 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat G.Z. 1988-1989 blz. 1310

Invalide - Gehandicapte - Gunstregeling bij aankoop van een personenwagen - Driejarige herziening - Vervoermiddel - Aanschrijving 2/1984 - Wijziging bestemming voertuig binnen de drie jaar - Ontheffing herziening bij overlijden - Automobiel

VRAAG

Bij artikel 17, § 2, van het koninklijk besluit van 20 juli 1970 betreffende de belastingen op de toegevoegde waarde (gewijzigd door de koninklijke besluiten van 20 januari 1975 (1) en van 29 december 1983 (2)), wordt aan bepaalde gehandicapten vrijstelling van BTW verleend bij de aankoop van een voertuig voor eigen gebruik.

Wat gebeurt er met de BTW, verschuldigd op dit voertuig :

- bij het overlijden van de gehandicapte, die rechthebbende is op deze vrijstelling van BTW;

- indien door omstandigheden een ander of een niet meer rechtstreeks gebruik aan dit voertuig door de gehandicapte-rechthebbende wordt gegeven ?

Wij onderscheiden drie mogelijkheden.

1. Een alleenstaande of alleenwonende gehandicapte-rechthebbende :

- de gehandicapte-rechthebbende overlijdt, en de wagen wordt verkocht aan een persoon die recht heeft op vrijstelling van BTW of aan een ander persoon die er geen recht op heeft;

- de gehandicapte-rechthebbende verkoopt de wagen aan een andere gehandicapte die recht heeft op vrijstelling van BTW of aan een ander persoon.

2. Een gehuwde of samenwonende gehandicapte-rechthebbende :

- de gehandicapte overlijdt en de partner blijft de wagen in gebruik houden;

- één van de partners overlijdt en de wagen wordt verkocht aan een persoon rechthebbende op vrijstelling van BTW of aan een ander persoon.

3. De gehandicapte-rechthebbende is een jongere en is bij de aankoop van de wagen ten laste van zijn ouders.

Het gehandicapte rechthebbende kind overlijdt :

- maar de ouders gebruiken de wagen verder;

- of de wagen wordt verkocht aan een gehandicapte die recht heeft op vrijstelling van BTW of aan een ander persoon.

De gehandicapte-rechthebbende huwt, gaat alleen wonen of gaat samen wonen :

- maar de ouders blijven de wagen gebruiken;

- of de wagen wordt verkocht aan een persoon rechthebbende op vrijstelling van BTW of aan een ander persoon.

Om de betrokkenen en vooral de gehandicapten een zo duidelijk mogelijk zicht op deze materie te bezorgen, hopen wij dat het antwoord van de geachte Minister naar elk van de hierboven aangehaalde situaties zal verwijzen.

ANTWOORD

De gunstregeling inzake BTW, geregeld bij artikel 77 § 2, van het BTW-Wetboek en bij rubriek XXII van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake BTW-tarieven, biedt aan bepaalde categorieën van invaliden en gehandicapten onder welbepaalde voorwaarden de mogelijkheid een automobiel voor personenvervoer aan te kopen of in te voeren met voldoening van de BTW tegen het verlaagd BTW-tarief van 6 pct., waarvan achteraf de terugbetaling kan worden bekomen.

Het voordeel van deze gunstregeling kan slechts behouden blijven indien het voertuig uitsluitend wordt aangewend voor het persoonlijk vervoer van de begunstigde en veronderstelt het gebruik van elk verkregen voertuig als persoonlijk vervoermiddel gedurende een periode van drie jaar.

Indien het voertuig binnen de drie jaar wordt aangewend voor andere doeleinden of wordt afgestaan door de begunstigde, is deze gehouden de belasting die aanvankelijk werd bespaard terug te storten aan de Staat in verhouding tot de, vanaf de wijziging of afstand, nog te lopen tijd van deze driejarige herzieningsperiode.

Billijkheidshalve werd een ontheffing van deze herziening ingesteld, onder meer, in geval van overlijden van de invalide of gehandicapte.

Bijgevolg dient geen storting aan de Staat van oorspronkelijk bespaarde BTW te gebeuren in de drie mogelijkheden, waarin het geachte Lid stelt dat de rechthebbende invalide of gehandicapte overlijdt, ongeacht bovendien de bestemming van het voertuig na dit overlijden.

Uiteraard zal de ontheffing van de driejarige herziening ook gelden indien in de tweede veronderstelling van de tweede mogelijkheid van de vraag het de rechthebbende invalide of gehandicapte is die overlijdt.

Daarentegen zal in de andere veronderstellingen van de vraag, de belasting worden herzien ten belope van zoveel zesendertigsten als er nog volledig te lopen maanden zijn tussen de datum van de wijziging van de bestemming of de datum van afstand en de datum van het verstrijken van de periode van drie jaar, die loopt vanaf de eerste dag van de maand waarin de invoer of levering van het voertuig plaatsvond. Dienaangaande moet de herziening gebeuren in geval van wederverkoop binnen de drie jaar, ongeacht of de koper eveneens een invalide of gehandicapte is die zich op de gunstregeling kan beroepen, dan wel een ander persoon.

(1) Z. Revue nr. 20, blz.110. (2) Z. Revue nr. 62, blz.182.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 771 voorkomen