Inschrijving in het handelsregister · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

31 8 september 1977

Zoeken

Inschrijving in het handelsregister

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/31-inschrijving-in-handelsregister-persyn-06f2

Nummer
31
Datum
8 september 1977

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

28 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Inschrijving in het handelsregister

VRAAG

Is iedereen verplicht een inschrijving in het handelsregister en een BTW-nummer aan te vragen, zelfs wanneer de aktiviteit die onderworpen is aan bovenvermelde reglementering zeer miniem is?

Vloeien deze verplichtingen niet uit hoofde van het overschrijden van een bepaald bedrag in omzet of geboekte winst?

Kan iemand die af en toe iets vervaardigt of ontwerpt, b.v. een schilderij, keramiekwerkjes, een foto, iemand die een toestelletje of iets dergelijks samenknutselt en dat eventueel kan verkopen, verplicht worden een inschrijving in het handelsregister en een BTW-nummer te nemen? Vanaf welk bedrag of omzetcijfer wordt deze persoon ook verplicht een fiscale aangifte te doen?

Wanneer men in het handelsregister ingeschreven is en indien men die handel niet uitoefent, kan men dan na een zekere tijd dit handelsregisternummer verliezen of ongeldig zien worden?

Kan men een inschrijving in het handelsregister aanvragen en bekomen wanneer deze aktiviteit slechts een bijberoep is en zal blijven? Ook wanneer men zijn hoofdinkomen heeft als loontrekkende?

Als men een beroepsaktiviteit heeft als loontrekkende en daarnaast nog een bijberoep, waarvoor handelsregister- en BTW-nummer, en als men als loontrekkende werkloos wordt, kan men dan verder het bijberoep uitoefenen?

Kan men gewoon als werkloze-werkzoekende een inschrijving in het handelsregister en een BTW-nummer als bijberoep nemen en dit bijberoep uitoefenen? Welke verplichtingen en rechten heeft iemand die als free-lance werkt, b.v. free-lance reporter, ontwerper, tekenaar, fotograaf, kineast enz.?

ANTWOORD

Hierbij heb ik de eer het geachte lid de gevraagde inlichtingen te verstrekken in verband met de inschrijving in het handelsregister. Krachtens artikel 4 van de wetten betreffende het handelsregister gecoördineerd op 20 juli 1964 moet elke natuurlijke of rechtspersoon van Belgische of van vreemde nationaliteit die voornemens is door het exploiteren hetzij van een hoofdinrichting, hetzij van een filiaal of een bijkantoor, enige handelswerkzaamheid uit te oefenen, om inschrijving in het handelsregister verzoeken.

Uit inlichtingen ingewonnen bij het ministerie van Financiën blijkt dat overeenkomstig artikel 4 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, belastingplichtige is ieder wiens werkzaamheid erin bestaat geregeld en zelfstandig met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen en diensten te verrichten die in dat wetboek zijn omschreven.

De verplichting tot inschrijving in het handelsregister vloeit dus niet voort uit hoofde van het overschrijden van een bepaald bedrag in omzet of geboekte winst maar uit het feit dat daden worden uitgeoefend, bij de wet daden van koophandel genoemd, en daarvan hoofdzakelijk of aanvullend een gewoon beroep wordt gemaakt.

In de BTW-reglementering bestaat er geen minimumomzet of -winst beneden welk bedrag geen BTW verschuldigd is.

Overigens is zelfs de werkzaamheid die met verlies wordt verricht aan de BTW onderworpen. Waar het op aankomt is dat de in het BTW-Wetboek bedoelde handelingen zelfstandig en geregeld worden verricht. Het geregeld karakter van de handelingen is een feitenkwestie. Het veronderstelt een opeenvolging van handelingen, wat niet wegneemt dat de handelingen kunnen worden verricht met min of meer lange tussenpozen.

Wanneer bij een aktiviteit het artistiek karakter van de voortgebrachte produkten overweegt, kan deze aktiviteit niet beschouwd worden als een handelsaktiviteit, welke ook het aantal verkochte werken bedraagt. Deze aktiviteit zou echter een handelskarakter kunnen krijgen, wanneer de waarde van de stoffen die van het geleverde werk overschrijdt of ook wanneer de produkten werden opgestapeld of verkocht in een winkel beheerd door de auteur. Indien, tenslotte, de auteur gebruik maakt van een relatief hoog aantal arbeidskrachten om zijn werken te verwezenlijken, zal de speculatie op andermans werk, aan zijn aktiviteit een handelskarakter verlenen.

Kunstschilders, beeldhouwers, graveerders en keramiekbewerkers zijn dan ook BTW-belastingplichtigen en dienen als zodanig te worden geregistreerd van zodra ze gewoonlijk de werken die ze hebben voortgebracht verkopen, zelfs wanneer die verkopen met onregelmatige tussenpozen plaatsvinden. De administratie is zich echter bewust van de praktische moeilijkheden die sommige kunstenaars bij het vervullen van de BTW-formaliteiten ondervinden. Daarom werden ze bij de administratieve aanschrijving van 12 juni 1974, nr. 7, ontheven van de verplichting periodieke aangiften in te dienen en werd voor hen een vereenvoudigde en praktische wijze van betaling van de BTW ingesteld.

Indien de ingeschreven handelszaak teniet gaat, moet de handelaar of zijn erfgenamen binnen één jaar na het tenietgaan om doorhaling van de inschrijving verzoeken; bij gebrek daarvan kan dit ambtshalve geschieden (art. 18 van de gecoördineerde wetten betreffende het handelsregister).

Men kan inderdaad een inschrijving in het handelsregister aanvragen en bekomen voor een bijkomende aktiviteit wanneer men zijn hoofdinkomen heeft als loontrekkende.

Uit inlichtingen ingewonnen bij het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid blijkt dat iemand die als loontrekkende werkloos wordt zijn bijberoep verder mag uitoefenen, voor zover dat het geen hoofdaktiviteit wordt.

De aktiviteit moet beantwoorden aan de bepalingen van artikel 128 van het koninklijk besluit van 20 december 1963, betreffende arbeidsvoorziening en werkloosheid:

a) Hij moet er aangifte van doen bij zijn aanvraag om vergoeding;

b) Hij moet de arbeid niet verrichten tussen zeven en achttien uur.

Iemand die als free-lance werkt, oefent een zelfstandige aktiviteit uit en moet, wanneer hij daden van koophandel stelt en daarvan hoofdzakelijk of aanvullend zijn gewoon beroep maakt, om inschrijving in het handelsregister verzoeken.

Wanneer iemand in het BTW-Wetboek bedoelde handelingen slechts op een aanvullende wijze verricht, is hij, zoals blijkt uit bovengenoemd artikel 4, niettemin BTW-belastingplichtige, voor zover hij die handelingen geregeld en zelfstandig verricht. Bij de aanschrijvingen van 22 januari 1971, nr. 19, en 20 december 1971, nr. 176, werd echter aangenomen dat bepaalde personen, zoals loon- of weddetrekkers, niet als BTW-belastingplichtige worden aangemerkt wanneer zij op aanvullende wijze diensten verlenen aan BTW-belastingplichtigen die ertoe gehouden zijn periodieke aangiften in te dienen, voor zover deze belastingplichtigen die diensten niet uitsluitend gebruiken voor handelingen die buiten de werkingssfeer van de BTW blijven, of die van de BTW zijn vrijgesteld ingevolge artikel 44 van het wetboek.

Tenslotte wordt erop gewezen dat reporters, ontwerpers, tekenaars, fotografen en kineasten, in principe BTW-belastingplichtigen zijn wanneer zij die werkzaamheid geregeld en zelfstandig uitoefenen. De door deze personen gesloten contracten voor uitgave van letterkundige werken of van kunstwerken zijn echter vrijgesteld van de BTW ingevolge artikel 44, § 3, 1°, van het BTW-Wetboek. Ten aanzien van deze handelingen heb,ben zij, overeenkomstig artikel 5 van het BTW-Wetboek, dan ook niet de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige.

In dit verband werd bij de aanschrijving van 18 januari 1971, nr. 11, aangenomen dat zelfstandige journalisten geen belastingplichtigen zijn wegens het verschaffen van krantenartikelen die beschermd worden door de wetgeving op de auteursrechten.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 442 voorkomens
WBTW art. 41 voorkomen
WBTW art. 51 voorkomen