Aftrek van voorbelasting. Uitvoering · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

31 27 november 1973

Zoeken

Aftrek van voorbelasting. UitvoeringAftrek van voorbelasting. Uitvoering van werken, door de huurder, in een voor bedrijfsdoeleinden gebruikt gebouw

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/31-aftrek-voorbelasting-uitvoering-werken-huurder-bdc2

Nummer
31
Datum
27 november 1973

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer

Aftrek van voorbelasting - Uitvoering van werken, door de huurder, in een voor bedrijfsdoeleinden gebruikt gebouw

VRAAG

Volgend concreet geval wordt mij voorgelegd.

Een kolenhandelaar huurt een gebouw waarin hij zijn kolenhandel uitoefent. Gezien hij zijn zaak wil uitbreiden voor de verkoop van andere brandstoffen, dringen zich een aantal omvormings- en verbeteringswerken op aan de gehuurde bedrijfsgebouwen.

Mag deze handelaar de op deze uitgevoerde werken betaalde BTW aftrekken?

ANTWOORD

De belasting voldaan door een belastingplichtige ter zake van omvormings- of verbeteringswerk verricht aan het gebouw dat hij huurt en dat hij gebruikt voor het uitoefenen van de werkzaamheid waarvoor hij belastingplichtige is, mag in aftrek worden gebracht volgens het hierna gemaakte onderscheid:

1° indien de huurder zelf de kosten van deze werken draagt mag hij de door de aannemer in rekening gebrachte belasting in aftrek brengen met inachtneming van de beperking ingesteld bij artikel 100 van het BTW-Wetboek, aangezien die belasting in hoofde van de huurder als een belasting geheven van een bedrijfsmiddel moet worden aangemerkt;

2° indien de huurder de door hem gedane kosten, geheel of gedeeltelijk, in de ene of andere vorm, terugbetaald krijgt van de eigenaar dan wordt hij bij toepassing van artikel 20 van het Wetboek geacht aan die eigenaar een dienst te hebben verstrekt in de mate waarin de gedane werken door deze laatste worden vergoed. De huurder moet aan de eigenaar een factuur uitreiken volgens de gewone regelen. De maatstaf van heffing is de vergoeding in geld of, bij ontstentenis daarvan, de normale waarde van de tegenprestatie, ongeacht of die bestaat in de verbintenis de huurprijs te verlagen of die niet te verhogen gedurende een bepaalde periode. In die mate mag de huurder de door de aannemer aangerekende belasting in aftrek brengen zonder rekening te houden met artikel 100 van het Wetboek.

Het is duidelijk dat de door de huurder aan de eigenaar aangerekende belasting door deze laatste in geen geval in aftrek kan worden gebracht aangezien de onroerende verhuur buiten de werkingssfeer van de belasting valt.

Wanneer de eigenaar bij het verstrijken van het huurcontract aan de huurder een vergoeding betaalt bij toepassing van artikel 9 van de wet van 30 april 1951 betreffende de handelshuur, heeft die vergoeding niet tot gevolg dat de huurder geacht wordt een dienst te hebben verstrekt aan de eigenaar.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 1002 voorkomens
WBTW art. 201 voorkomen