Tarief. Werk in onroerende staat. Beschermd monument. Restauratiewerk · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

302 20 maart 2000

Zoeken

Tarief. Werk in onroerende staat. Beschermd monument. Restauratiewerk

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/302-tarief-werk-in-onroerende-staat-d768

Nummer
302
Datum
20 maart 2000

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1999-2000, blz. 3335

Tarief - Werk in onroerende staat - Beschermd monument - Restauratiewerk

VRAAG

Wanneer herstellings- en restauratiewerken worden uitgevoerd aan beschermde monumenten en landschappen worden de facturen verhoogd met 21 pct BTW. Voor de private rechtspersonen is deze BTW te recupereren, dit in tegenstelling tot particulieren en bijvoorbeeld lokale besturen (gemeenten, OCMW's, kerkfabrieken, enzovoort).

Om ons erfgoed in stand te houden, is het noodzakelijk de extra lasten voor de eigenaars zo laag mogelijk te houden. Daarenboven zou er een Europese aanbeveling bestaan om de BTW-tarifering voor het beschermd erfgoed te beperken tot 6 pct.

1. Overweegt u om deze Richtlijn over te nemen en het BTW-tarief te verminderen tot 6 pct. of lager ?

2. Binnen welke periode meent u dit te kunnen verwezenlijken ?

ANTWOORD

Het werk in onroerende staat dat gepaard gaat met de herstelling of de restauratie als dusdanig van beschermde monumenten of natuurmonumenten is niet opgenomen in de handelingen die beperkend zijn opgesomd in de bijlage H of in de bijlage K bij de (Zesde) (BTW-) Richtlijn nr. 77/388/EEG. Overeenkomstig de bepalingen ter zake, blijft dit werk in onroerende staat dus onderworpen aan het normaal BTW-tarief, dat thans 21 pct. bedraagt.

In dit verband dient geen enkel onderscheid te worden gemaakt naargelang de bouwheer een natuurlijke persoon of een privaat- of publiekrechtelijke rechtspersoon is, naargelang deze persoon al dan niet de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige heeft en naargelang de betrokkene al dan niet het recht heeft de hem door zijn leveranciers aangerekende BTW in aftrek te brengen.

Uit de inlichtingen waarover ik beschik blijkt niet dat de Europese Commissie een aanbeveling in een andere zin zou hebben gedaan.

(1) Zie, ook, parl. vr. nr. 302, 05/04/2000, M. de Volksv., J. Van Eetveldt. (Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1999-2000, nr. 38, 10/07/2000, blz. 4485-4486)