Boeten en interesten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

30 30 maart 1979

Zoeken

Boeten en interesten

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/30-boeten-interesten-breyne-nalatigheidsinterest-4374

Nummer
30
Datum
30 maart 1979

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer

Boeten en interesten

VRAAG

Het komt voor dat inzake BTW geruime tijd - soms verschillende jaren - na de belaste verrichtingen overgegaan wordt tot regularisaties, en dat meteen boeten en interesten worden aangerekend.

Deze aanrekening lijkt weinig logisch wanneer de regularisatie het gevolg is van klaarblijkelijke foutieve informatie vanwege bepaalde controlediensten en in feite een nulverrichting inhoudt (als het bijvoorbeeld gaat om verrichtingen van een deelgenoot in een samenwerkingsverband onder architecten, al dan niet in het kader van de bezoldigde wettelijk opgelegde stage, wanneer de BTW oorspronkelijk integraal door de stagemeester betaald werd, maar achteraf voor een gedeelte - namelijk ten belope van de aan de stagemeester afgestane erelonen - toch aan de andere deelgenoot worden aangerekend, welk gedeelte dan door de stagemeester kan gerecupereerd worden).

De heer Minister gelieve mij mee te delen welke de juridische gronden en de billijkheidsoverwegingen zijn voor een aanrekening van soms zeer belangrijke boeten en intresten bij dergelijke regularisaties die geen meeropbrengst voor de staatskas inhouden.

ANTWOORD

Inzake BTW is een interest van 1% per maand van rechtswege verschuldigd wanneer de belasting niet binnen de door het BTW-Wetboek bepaalde termijn wordt betaald.

Verder legt dat Wetboek, onverminderd eventuele strafrechtelijke sancties, voor iedere overtreding van de verplichting de belasting te voldoen een administratieve geldboete op gelijk aan het dubbel van de ontdoken of de niet tijdig betaalde belasting.

Deze geldboete kan door de Minister van Financiën worden kwijtgescholden of verminderd. Richtlijnen daaromtrent zijn met het oog op de gelijke behandeling van alle belastingplichtigen opgenomen in barema's gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 26 juni 1973, 17 november 1973, 28 februari 1974 en 16 maart 1976.

De correcte werking van de BTW, als een eenmalige verbruiksbelasting met gefractioneerde betalingen in alle fasen van het productie- en distributieproces, vereist dat de regels hierboven toepassing vinden - wat overigens het geval is aangezien de wet geen onderscheid maakt - in alle gevallen waarin de belasting verschuldigd is, in het bijzonder wanneer de belasting door de koper of de afnemer van de dienst in aftrek kan worden gebracht.

Het geacht Lid beoogt blijkbaar een bepaald geval waarin het gaat om diensten van architecten die worden verricht, eensdeels in het kader van een stage, anderdeels in dat van een verenigingscontract. Aan de hand van de gegevens van de vraag is het mij evenwel niet mogelijk een juist inzicht te verkrijgen in de rechtsverhoudingen die tussen de partijen bestaan, noch omtrent de inlichtingen die in verband met verschuldigdheid van BTW in die verhoudingen zouden zijn verstrekt. Ik ben natuurlijk gaarne bereid een onderzoek te laten instellen wanneer het geacht Lid mij concrete gegevens verstrekt omtrent dat geval.