Vr. en Antw., Senaat
Fiscale voordelen voor invaliden en minder-validen
VRAAG
Het Belgisch Instituut voor Voorlichting heeft onlangs de brochure 0255/72/40 uitgegeven, betreffende de fiscale voordelen voor invaliden en minder-validen. In die brochure is alleen sprake van de gebruikers van een personenwagen.
Het is verheugend dat een opmerkelijke inspanning gedaan werd voor die categorie van gebruikers.
Zonderling genoeg wordt dezelfde vrijstelling van BTW niet toegestaan aan de betrokkenen voor de aankoop van wagentjes voor verplaatsing binnenshuis of voor korte trajecten in stad of dorp.
Die ziekenwagentjes zijn voor invaliden en minder-validen ten minste even noodzakelijk als personenwagens.
Kan de geachte Minister die inlichtingen bevestigen? Zo ja, is hij niet van oordeel dat de vrijstelling, naar analogie en om sociale redenen, zou moeten uitgebreid worden tot de aankoop van ziekenwagentjes door de gebruikers?
ANTWOORD
De BTW-wetgeving voorziet inderdaad dat de belasting gekweten ter gelegenheid van de aanschaffing van een automobiel voor personenvervoer door sommige invaliden kan teruggegeven worden, voor zover dat deze automobiel door hen als persoonlijk vervoermiddel wordt gebruikt. Het betreft hier een gelijkaardige gunstregel als deze die vroeger bestond inzake weeldetaks en die beperkt was tot automobielen.
Wanneer men, op het eerste zicht, geneigd is zich met het geachte Lid te verheugen over het bestaan van een dergelijke vrijstelling, ben ik mij er nochtans van bewust dat zij op sociaal gebied een ongelijkheid tot gevolg kan hebben ten nadele van de invaliden en gebrekkigen wiens geldmiddelen hen niet toelaten een automobiel te kopen of die behoren tot een andere kategorie dan degenen die van de vrijstelling kunnen genieten.
Gezien een vrijstelling van die aard leidt tot het toekennen van een progressief voordeel aan de meest gefortuneerden, hebben sommigen zich bij de aanvang afgevraagd of een harmonischer en billijker oplossing er niet zou in bestaan hebben aan de gehandicapten, sociale voordelen toe te kennen door hen rechtstreeks toelagen te verlenen, aangepast aan hun materiële toestand. Maar het Parlement heeft er anders over beslist door zelf de grens te bepalen van die vrijstelling. In dit verband dient opgemerkt dat België het enige land van de E.E.G. is waar de wetgeving een vrijstelling van BTW voorziet ten voordele van invaliden.
Het is juist dat invalidenwagentjes niet hetzelfde regime genieten dan de automobielen. Daaruit mag nochtans niet worden afgeleid dat zij aan de zorg van de wetgever zijn ontsnapt vermits zij onderworpen zijn aan het laagste BTW-tarief (6 pct.).
De belasting die aldus op hun verkoopprijs drukt is zeker niet zwaarder dan voor de invoering van de BTW. Inderdaad, onder de vorige wetgeving, waren die voertuigen in het stadium dat de verkoop aan de invalide voorafgaat, herhaaldelijk onderworpen aan de belasting tegen het tarief van 7 pct., geheven zowel op de overdracht van het voertuig zelf als van de verschillende onderdelen.