Verlaagd tarief. Schoolgebouwen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

3-7769 28 maart 2007

Zoeken

Verlaagd tarief. Schoolgebouwen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/3-7769-verlaagd-tarief-schoolgebouwen-brotcorne-schoolgebouw-3e16

Nummer
3-7769
Datum
28 maart 2007

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

18 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat, 2006-2007, nr. 3-90, blz. 10506-10507

Verlaagd tarief - Schoolgebouwen

VRAAG

In de huidige sociaal-economische context zijn opleiding en onderwijs een belangrijke troef en een onmiskenbaar middel tot integratie.

Iedereen is het er op dit ogenblik mee eens dat de schoolgebouwen zich in slechte staat bevinden. Die gebouwen behoren tot de dagelijkse leefwereld van de kinderen en hun leerkrachten, niet alleen tijdens de lesuren, maar in veel gevallen ook daarvoor en daarna.

De staat van de schoolinfrastructuur bepaalt dus rechtstreeks de levenskwaliteit van de kinderen en hun leerkrachten. Hij bepaalt ook de sfeer in de school en is één van de factoren die verantwoordelijk zijn voor het geweld op school. Hij bepaalt ten slotte ook de kwaliteit van het onderwijs zelf.

In de begroting van de Franse Gemeenschap valt op dat de kapitaaluitgaven en de afschrijving van de schoolinfrastructuur stiefmoederlijk worden behandeld. Het Europese gemiddelde bedraagt 7 %, maar de Franse Gemeenschap investeert gemiddeld slechts 2,1% van haar begroting in infrastructuur, de Vlaamse Gemeenschap gemiddeld slechts 2,5 %.

In de meeste Europese landen worden de bouw en het onderhoud van de schoolgebouwen georganiseerd door de centrale of de federale Staat. Dat neutraliseert het effect van de BTW, waarvan de overheid die het onderwijs organiseert de uiteindelijke begunstigde is. In België hebben we, wat de bouw en het beheer van gebouwen betreft, te maken met een transfer van 21% van de gemeenschap naar de federale Staat.

Zo vloeit op dit ogenblik via de BTW, waarvan het tarief 21% bedraagt, naar schatting jaarlijks 25 miljoen euro terug naar de federale Staat.

Een verlaging van het BTW-tarief tot 6% op de werken voor de bouw, verbouwing, verbetering, herstelling of het onderhoud, geheel of ten dele, van een gebouw bestemd voor onderwijs, zou er dus voor gezorgd hebben dat elke euro die wordt geïnvesteerd in het onderwijs, en in het bijzonder in de gebouwen, werkelijk de door de overheid nagestreefde doelstelling ten goede komt.

Het Pinksterakkoord stipuleerde dat de minister van Financiën dat punt op de agenda van een Europese Raad van ministers van Economische Zaken en Financiën zou zetten en dat een mechanisme met een gelijkwaardig rendement zou worden voorgesteld indien geen Europees akkoord werd bereikt.

Bovendien werd in het regeerakkoord van juli 2003 bepaald : « in het kader van de herziening van de BTW-tarieven binnen de Europese Unie zal de Belgische regering er nadrukkelijk naar streven een vermindering van het BTW-tarief te bekomen voor sectoren zoals onder meer de tuinaanleg en onderhoud, de geluidsdragers, de bouw met een bijzondere aandacht voor de sociale huisvesting en de schoolgebouwen en de horeca. »

Er kon geen Europees akkoord worden bereikt over de toekenning van een verlaagd BTW-tarief voor de werken in onroerende staat aan schoolgebouwen. Vindt u het dan ook niet opportuun snel een mechanisme met een gelijkwaardig rendement in te voeren, zoals bepaald in het Pinksterakkoord ? Zo ja, welk mechanisme ? Zo neen, waarom niet ?

ANTWOORD

(vice-eersteminister en minister van Financiën)

De Europese Commissie heeft op 23 juli 2003 een voorstel van richtlijn uitgewerkt om de bijlage H van de zesde BTW-richtlijn, die een beperkte lijst omvat van de categorieën van leveringen van goederen en diensten waarop de lidstaten een verlaagd BTW-tarief mogen toepassen, te vereenvoudigen en te rationaliseren.

Dit voorstel breidt onder meer het toepassingsgebied van het verlaagd BTW-tarief met betrekking tot werk in onroerende staat uit door de woorden « in het kader van een sociaal beleid » in categorie 9 van de bijlage H te schrappen. (huidige bijlage III van de richtlijn 2006/112/EG van 28 november 2006).

Tijdens de ECOFIN-raad van 14 februari 2006 werd erkend dat de vraag naar meer bewegingsruimte voor de lidstaten inzake verlaagde BTW-tarieven verdere overweging verdiende. De Raad heeft de Commissie dan ook verzocht tegen uiterlijk eind juni 2007 een verslag voor te leggen waarin het effect wordt beoordeeld van verlaagde tarieven op lokale diensten, met name uit het oogpunt van aanvullende werkgelegenheid, economische groei en de interne markt, uitgaande van een door een reflectiegroep van onafhankelijke economen te verrichten studie.

In de huidige stand van zaken moet dan ook de formele hervatting van de onderhandelingen in de Raad worden afgewacht. Zoals ik in het verleden steeds heb gedaan, zal ik verder blijven pleiten voor onder meer de toepassing van een verlaagd BTW-tarief op werk in onroerende staat met betrekking tot schoolgebouwen en openbare gebouwen.

Aangehaalde teksten

2