Vr. en Antw., Senaat, 2006-2007, nr. 3-81, blz. 8828-8829
Uitreiking van kredietnota's door de klant
VRAAG
Op grond van welke bepaling uit richtlijn 77/388/EEG van de Raad wordt in artikel 53, § 2, derde lid, van het BTW-Wetboek bepaald dat kredietnota's dienen te worden uitgereikt door de persoon die de oorspronkelijke factuur heeft uitgereikt?
ANTWOORD
(vice-eersteminister en minister van Financiën)
Ik heb de eer het geachte lid het volgende mee te delen.
De artikelen 53, § 2, derde lid, van het BTW-Wetboek, en 12 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting die handelen over de uitreiking van verbeterende stukken werden, bij toepassing van artikel 22, paragraaf 3, a), 5e lid, van de richtlijn 77/388/EEG van de Raad, ingevoerd.
Deze beschikking van de zesde richtlijn stipuleert immers dat "ieder document of bericht dat wijzigingen aanbrengt in en specifiek en ondubbelzinnig verwijst naar de oorspronkelijke factuur geldt als factuur. De Lidstaten op het grondgebied waarvan goederen worden geleverd of diensten worden verricht kunnen ontheffing verlenen van bepaalde verplichte vermeldingen in de bedoelde documenten of berichten.".
Het verbeterend stuk moet immers, volgens artikel 53, § 2, derde lid, van het BTW-Wetboek, worden uitgereikt door dezelfde partij als deze die de oorspronkelijke factuur die het verbetert heeft uitgereikt.
Deze regel is eveneens van toepassing wanneer de contracterende partijen, in hun commerciële relaties, gebruik maken van de procedure van self-billing beoogd in artikel 6 van voormeld koninklijk besluit nr. 1, en volgens dewelke de factuur wordt uitgereikt door de medecontractant in naam en voor rekening van de belastingplichtige die de goederen levert of de diensten verricht.
In deze veronderstelling komt het eveneens de verwerver van goederen of ontvanger van de dienst toe om het stuk dat de door hem opgestelde oorspronkelijke factuur verbetert, uit te reiken. Zoals de factuur wordt het verbeterend stuk door de medecontractant uitgereikt in naam en voor rekening van de leverancier van de goederen of van de dienstverrichter.
Als het correct is dat artikel 22, paragraaf 3, a), 5e lid, van de richtlijn 77/388/EEG van de Raad niet letterlijk oplegt dat dit verbeterend stuk wordt opgesteld door dezelfde persoon als degene die het origineel document heeft opgesteld, is de Belgische wetgever van mening dat deze vereiste in intern recht voortvloeit uit de algemene opbouw van de tekst van de richtlijn dewelke het verbeterend stuk met een factuur gelijkstelt. De modaliteiten van de uitreiking van het verbeterend stuk zijn dus dezelfde als deze van de uitreiking van de factuur.
Tot slot is het aangewezen het geachte lid te wijzen op de voor de hand liggende risico's op fraude die zouden kunnen opduiken in de veronderstelling dat het verbeterend stuk buiten elke procedure van self-billing door de medecontractant zou worden opgesteld. Immers, in gelijkaardig geval, zou de te kwader trouwe medecontractant dus beschikken over de mogelijkheid om het bedrag van zijn aankopen te verhogen of te verlagen en om bijgevolg de elementen waarop de heffing over zijn handelingen zich baseert, zowel inzake BTW als inzake directe belastingen, te vervalsen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.