Uitvoerende artiesten. Vrijstelling. Gevolgen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

3-5266 24 mei 2006

Zoeken

Uitvoerende artiesten. Vrijstelling. Gevolgen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/3-5266-uitvoerende-artiesten-vrijstelling-gevolgen-mondelinge-e996

Nummer
3-5266
Datum
24 mei 2006

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

24 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat, 2005-2006, nr. 3-70, blz. 7199-7201

Uitvoerende artiesten - Vrijstelling - Gevolgen

VRAAG

Ik verwijs naar mijn eerdere schriftelijke vraag omtrent de BTW-regeling voor uitvoerende artiesten.

Volgens de beslissing ET 108.828 van 30 september 2005, zijn alle uitvoerende artiesten (natuurlijke personen of vennootschappen) vanaf 1 januari 2006 niet meer BTW-plichtig.

Op 23 december 2005 werd er beslist dat uitsluiting van de uitvoerende artiesten uit de BTW pas op 1 juli 2006 zou ingaan, zoals u trouwens aangaf als antwoord op mijn eerdere schriftelijke vraag hieromtrent.

Bij informatie van de BTW van 13 april 2006 werd de uitsluiting ook uitgebreid tot voordrachtgevers.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1. Zullen uitvoerende artiesten die als vennootschap actief waren, als BTW-plichtige een studio hebben laten bouwen, en die hebben laten uitrusten met divers materieel (bijvoorbeeld hifiapparatuur en kantoormaterieel) de reeds afgetrokken BTW vanaf 1 juli 2006 moeten teruggeven als gevolg van een BTWherziening?

2. Mag een vennootschap van uitvoerende artiesten die voor eigen rekening en ter promotie van haar optredens een videoclip laat opnemen, en bijgevolg een beroep doet op leveranciers die BTW aanrekenen, die BTW nog aftrekken na 1 juli 2006?

3. Kan de geachte vice-eersteminister meedelen in hoeverre zijn administratie rekening heeft gehouden met de financiële impact van deze maatregel voor de betreffende uitvoerende artiestenvennootschappen en op hoeveel die impact wordt begroot? Hoe zal hij de sector tegemoettreden?

4. Als een dergelijke artiestenvennootschap voor eigen rekening een videoclip in een ander land laat opnemen waar geen BTW verschuldigd is (bijvoorbeeld de Verenigde Staten of sommige andere lidstaten van de Europese Unie), is er dan BTW verschuldigd bij de invoer/intracommunautaire verwerving ? Zo ja, welke is de maatstaf van heffing?

5. Kan de geachte vice-eersteminister meedelen hoeveel uitvoerende artiesten-vennootschappen in België zijn gevestigd?

ANTWOORD

(vice-eersteminister en minister van Financiën)

1 en 2. Zoals de heer Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude op 28 maart 2006 heeft geantwoord op de mondelinge vraag nr. 10771 van de heer Pieters in de Kamercommissie Financiën, worden de mogelijkheden onderzocht om de diensten van uitvoerende artiesten, ongeacht hun juridische vorm, te belasten.

Mijn administratie heeft hieromtrent in de loop van de maand mei nog contacten gehad met vertegenwoordigers uit de sector. Gelet op het feit dat het onderzoek nog niet kon worden afgerond en teneinde te vermijden dat de betrokken belastingplichtigen, in het geval van een wijziging van de BTW-wetgeving terzake, zouden verplicht worden opeenvolgende regularisaties te verrichten, wordt beslist de toepassing van het standpunt zoals verwoord in de beslissing ET 108.828 voorlopig niet te eisen.

De administratie zal derhalve geen kritiek uitoefenen in het geval waarin een belastingplichtige rechtspersoon toch een recht op teruggaaf zou willen uitoefenen van de in het verleden geheven belasting. Het spreekt voor zich dat in dat geval rekening moet worden gehouden met een eventuele herziening van de aftrek die oorspronkelijk werd uitgeoefend.

Elke wijziging van het BTW-stelsel dat van toepassing is op de uitvoerende artiesten zal, rekening houdend met de specificiteit van de betrokken sector, tijdig worden meegedeeld.

3. Zoals hiervoor uiteengezet wordt momenteel de mogelijkheid onderzocht om de diensten van de uitvoerende artiesten te belasten, hetgeen in principe geen wijziging meebrengt voor de uitvoerende artiesten die als rechtspersonen optreden, maar wel voor de fysieke personen.

Het zou hoe dan ook zeer moeilijk zijn de financiële impact van een wijziging van de regeling ten aanzien van uitvoerende artiesten te berekenen, gelet op de verschillende mogelijke toestanden die zich kunnen voordoen.

Terzake moet ook rekening gehouden worden met de tegenstrijdige belangen van de verschillende partijen in de sector: de dienstverrichters zijn meestal voorstander van de belasting die hen een recht op aftrek verleent terwijl de ontvangers van die diensten, inzonderheid de culturele centra die in principe geen recht op aftrek hebben van de BTW geheven door de uitvoerende artiesten, meestal voorstanders zijn van de vrijstelling.

4. De handeling die erin bestaat een video-opname te realiseren en die resulteert in de afgifte van een videotape wordt in principe in zijn geheel aangemerkt als een levering. De maatstaf van heffing bij invoer of bij intracommunautaire verwerving in België dient in dat geval respectievelijk te worden bepaald overeenkomstig artikel 26 bis en artikel 34 van het BTW-Wetboek.

Het spreekt evenwel voor zich dat de producenten van deze video-opnames auteursrechten bezitten op hun werk wanneer dit een originele creatie betreft, wat in hun hoofde het bestaan van een persoonlijke en intellectuele inzet veronderstelt dat aan het werk zijn originaliteit geeft. Wanneer nu de partijen aldus het bestaan van auteursrechten uitdrukkelijk erkennen en voorzover de ontwerper aan zijn klant onder bezwarende titel het recht verleent om het werk te vermenigvuldigen en te publiceren of te verdelen (hetgeen een passende vermelding in de overeenkomst of in elk geval op de factuur veronderstelt) wordt deze handeling aangemerkt als een dienst in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 7°, van het BTW-Wetboek. Er is in deze veronderstelling nooit sprake van een intracommunautaire verwerving. Wat de invoer van de materiële drager betreft, werd beslist, om situaties van dubbele heffing in de mate van het mogelijke te voorkomen, de maatstaf van heffing te beperken tot de loutere waarde van die materiële drager, ongeacht of die waarde al dan niet onderscheiden is van de waarde van de dienst.

5. De beschikbare gegevens zullen het geachte lid rechtstreeks worden toegezonden.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 181 voorkomen
WBTW art. 341 voorkomen